De Romeinse Barok (1600-1800).

1.† Geschiedenis: de contrareformatie

De contrareformatie is de reactie van de Roomse Kerk tegen de reformatie (protestantisme) en tegen de wantoestanden in de eigen gemeenschap.

Toestand vanaf 1400: de pausen zijn sterk in beslag genomen door niet-kerkelijke aangelegenheden, b.v. de oorlogen om Italie, de Renaissance.† Toch worden verschillende pogingen ondernomen om de Kerk te zuiveren van de middeleeuwse uitwassen, b.v.:

1545 Ė 1563: Het Concilie Van Trente legt de grondslag voor de Roomse kerkhervorming.

De pausen Paulus 3, Julius 3 en Pius 4 beleggen en leiden het concilie. Alle geloofspunten, door de reformatie aangevallen, worden bestudeerd en beveiligd.† Allerlei maatregelen worden getroffen om de binnenkerkelijke orde te herstellen.

Vanaf 1563: De uitvoering van de besluiten van Trente.

De pausen leiden de activiteit. Belangrijk zijn o.m.:

Bekwame en heilige bisschoppen werken mee, o.m.:

Hervormde of nieuw gestichte kloosterorden zetten zich in.† De belangrijkste zijn:

De katholieke vorsten steunen de beweging in hun landen.

1564: Pius 4 aan de katholieke vorsten de besluiten van Trente in hun landen toe te passen.

Koning Filips 2 van Spanje is de eerste om aan de oproep gevolg te geven.† In de Zuidelijke Nederlanden zijn de aartshertogen Albrecht en Isabella de grote bewerkers.

In Frankrijk laten de koningen het werk over aan de bisschoppen.

Ook in de Duitse gebieden die katholiek zijn gebleven worden de vorsten met dezelfde ijver bezield.

Eind 16e eeuw: † Resultaat: Op het einde van de 16e eeuw komt de Roomse Kerk tot een nieuwe bloei op elk gebied.

Een duidelijk teken daarvan is de grote missiebeweging: veel missionarissen trekken naar de nieuw ontdekte werelddelen.† De belangrijkste uit die tijd is de JezuÔet, de H.† Franciscus Xaverius (1506 - 1552), de 'nieuwe Paulus' van het Verre Oosten.

1622: de Congregatie van de Voortplanting van het Geloof definitief wordt opgericht.

1648: Toch wordt het doel van het katholiek herstel slechts ten dele bereikt.† Niet alle verloren gebied kan heroverd worden.† De Westfaalse Vrede van Munster zet wel een eindpunt achter de godsdienstoorlogen, maar katholieken en protestanten blijven tegenover elkaar staan.


2.† De Barok ontstaat te Rome

In hun vloeiende welsprekendheid hebben de Italianen de Barok betiteld als de 'rettorica ornamentale', tegenover de 'rettorica visiva' van de Renaissance.† De ontstuimige beweging van de Barok staat regelrecht tegenover de geordende opbouw van de Renaissance.

Door het classicisme en de romantiek wordt de Barok verworpen als het summum van de ontaarding.† Vandaar de pejoratieve benaming 'Barok', volgens sommigen afgeleid van het Portugese 'barocco' (scheefrond) en volgens anderen van het Spaanse 'barucco' (parel met onregelmatige vorm).

In het midden van de 19 de eeuw herleeft de aandacht en de waardering voor de Barok, o.m.† door de groeiende belangstelling voor de Barok-muziek, zoals van Bach en Handel.

De barok-periode wordt beschouwd als een reactie op de strenge en conservatieve houding van de Renaissance.† Het is de tijd van de grote vrijheid, van het triomfalisme zowel in de Roomse Kerk als van de aristocratie.

Het humanisme had de vrijheid van het individu verkondigd; de Barok past die vrijheid toe op de individuele vormgeving.

Het triomfalisme vindt zijn uitdrukking in een sterk bewegende stijl.

De stoutmoedige opbloei van de leidende krachten in de gemeenschap krijgt gestalte in een hoogdravende luister.

Tegenover de Renaissance, die een meer mens- en aardsgerichte periode is, verheerlijkt de Barok, in uitbundige vormen, de Kerk en de Staat, de hemel en de wereld.

Rome, wieg van de Barok

De 'Sacco di Roma' (152'7) onderbreekt plots en op brutale wijze de ontwikkeling van de Romeinse Renaissance.

Na een korte tijd van verbijstering ontwaakt een nieuwe levenskracht.† De Contrareformatie verkondigt een 'katholiek humanisme', een poging om de verworvenheden van het profaan humanisme te doordringen met het oude geloofsgoed.† Het Concilie van Trente (1545 - 1563) en enkele grote pausen maken Rome tot het centrum van de nieuwe beweging, die het aardse leven ziet als een gelukkig voorspel op de hemelse vreugde.

De kunstenaars zoeken naar vormen om dit levensoptimisme te vertolken.† Het duurt tot ongeveer 1600 eer zij de gepaste stijl hebben gevonden: de Barok.

De voorbereiding

1.† Michelangelo wordt soms de 'Vader van de Barok' genoemd.

Met zijn krachtige persoonlijkheid baant hij immers de weg van de statische Renaissance naar het dynamische van de Barok.† Zie overzicht van Michelangelo.

2.† Het maniŽrisme.

Het maniŽrisme is de kunstvorm van een crisistijd, de periode van de godsdienstoorlogen, de grote ontdekkingen en de sociaal-economische omwenteling waaruit de moderne tijd geboren wordt.

De kunstenaars, gevoelig voor die botsende tegenstellingen, vergenoegen zich niet meer met de ideale evenwichtigheid van de Renaissance.† In plaats van de natuur te imiteren, willen zij nu zelf hun eigen werk volledig scheppen.† Vandaar de grote subjectiviteit, fantasie en kunstmatigheid.†

Hun poging om een stijl te ontwerpen volgens de 'maniera di Michelangelo', bezorgt hen de naam van maniŽristen.

Vandaar het zoeken naar fijnzinnige effecten.† Het ideaal van de schilders en beeldhouwers wordt de 'figura serpentinata', de slanke figuur die op zichzelf draait.† De schilderstukken worden een speels decor van door elkaar bewegende slanke lichamen.

3.† Het Concilie van Trente.

Het Concilie van Trente geeft de richtlijnen voor de Contrareformatie en bepaalt de inhoud van het katholiek humanisme.† De religieuze kunst moet ook voor de ongeletterden verstaanbaar zijn, een opbouwend karakter uitstralen en de geloofsverkondiging op een gevoelige wijze illustreren.† Het Concilie legt de nadruk op het gemeenschapskarakter van de Kerk, de heiligenverering en de hemelse vreugde waartoe allen geroepen zijn.†† De herleving van de Roomse Kerk wekt een gevoel van triomfalisme, basis voor de Barok.

4.† Giacomo della Porta (ca. 1540-1602).

Deze kunstenaar zet het maniŽrisme op weg naar de Barok.† Hij is een enthousiast bewonderaar en leerling van Michelangelo.† Hij voltooit de koepel van de Sint-Pieter.†

5.† Paus Sixtus 5 (1585-1590).

Paux Sixtus 5 besluit tot de urbanisering van de oude binnenstad en een nieuwe uitbreiding.† Hij verandert Rome van een middeleeuwse stad tot een moderne hoofdstad.† Grote rechtlijnige lanen worden getrokken tussen de basilieken.† Stadspleinen worden aangelegd, waarrond paleizen verrijzen.† Voor die pleinen had Michelangelo het voorbeeld gegeven met zijn plannen voor het Capitoolplein.

Die nieuwe structuur maakt Rome klaar voor de decoratieve architectuur van de Barok.

6.† De JezuÔeten.

De JezuÔeten hebben ook een belangrijke rol gespeeld in de voorbereiding van de Barok.† Hun voornaamste kerk, de Gesý, wordt gebouwd door Vignola (1507 - 1573), een voornaam bouwmeester, die de overgang maakt van het maniŽrisme naar de Barok.

De Gesý, begonnen in 1568, is volledig opgevat in de geest van de theologische en pastorale opvattingen van de Contrareformatie, ingezet door het Concilie van Trente.

Op dat ogenblik is de invloed van Michelangelo zeer groot.† Zijn pas gebouwde Sint-Pietersbasiliek is hťt monument van de christenheid.† Maar er zijn ook gewone bidplaatsen nodig, waarvoor het gigantische voorbeeld niet geschikt is.

Vignola ontwerpt een nieuw type van kerkbouw, aangepast aan de geest van de Contrareformatie: een ruimte waarin een gemeenschap de liturgie kan vieren en het Woord en de predicatie kan beluisteren.† Om dit doel te bereiken brengt Vignola de lengtevorm van de oudchristelijke basiliek samen met de koepel van de centraalbouw, geplaatst op de viering.† Het middenschip is een brede ruimte met vooraan een ondiep koor.† De zijbeuken worden herleid tot een reeks van zelfstandige zijkapellen.† Zo ontstaat een overzichtelijke ruimte waarin de gelovige gemeenschap, als een gesloten geheel de eredienst beoefent.

De Gesý is niet het monument van het universele christendom, zoals de Sint-Pietersbasiliek van Michelangelo.† Wel is zij het symbool van de opgang van de gelovige gemeenschap naar de hemelse vreugde.† Het kerkgebouw is het bindpunt tussen hemel en aarde, de plaats waar de gelovigen zich opgetrokken voelen naar God.† Vignola heeft dit gevoelen willen bereiken door de lichtinval vanuit de koepel in de donker gehouden kerkruimte.

Giacomo della Porta bouwt in 1575 de voorgevel van de Gesý.† Tot boven breed gehouden, zonder afleidende zijkanten, bereidt de gevel voor op het brede middenschip.† Hoewel Della Porta het oorspronkelijk plan van Vignola iets verzwaart, behoudt hij toch de bescheiden pracht en de ernstige waardigheid, volgens de nog strenge bepalingen van het Concilie van Trente.

De Gesý bezit geen torens, maar de koepel op de viering beheerst duidelijk het straatbeeld.

De Gesý wordt het voorbeeld van het kerkgebouw van de Contrareformatie, in de zogenaamde JezuÔetenstijl.† Overal in de katholieke wereld, ook in de nieuw ontdekte wereld, wordt dit type nagevolgd.† De brede kerkruimte en de koepel wordt een dankbaar gegeven voor de latere Barok.

Het interieur van de Gesý wordt nadien door een te overdadige barokversiering in de oorspronkelijke soberheid erg geschonden. Bekend is het praalgraf van de H. Ignatius, door de Jezuïet Andrea Pozzo en het plafondschilderij met De triomf van de naam Jezus door Il Baciccia.

Een ander merkwaardig voorbeeld van een kerk in JezuÔetenstijl van de contrareformatie te Rome, is de Santí Ignazio di Loyola, later gebouwd door de JezuÔet Orazio Grassi, tussen 1626 en 1650.


3 De Romeinse Barok: verschil tussen Renaissance en Barok (archictectuur).

De Barok gebruikt ongeveer dezelfde bouwmiddelen als de Renaissance, maar zij worden verwerkt in een andere geest, zodat een andere indruk ontstaat.† De vooruitgang van de techniek heeft ook andere mogelijkheden geschapen.

De Renaissance is een analytische kunst.

Zij bouwt een geheel op door het naast elkaar rangschikken van een reeks gelijke onderdelen.† Zo ontstaat een gelijkmatig geordende constructie die de rede bevredigt en door het statisch evenwicht rustig aandoet.

Voorbeelden te Rome zijn het Palazzo della Cancelleria en het Palazzo Farnese.† Kenmerkend middel om de sfeer van evenwicht en rust te bekomen is het ritmisch herhalen van een zelfde gegeven.† zoals een boog of een venster.† De lijnen of lijsten die de delen afboorden lopen steeds ononderbroken door, zonder vooruit- of achteruitspringende delen.

De Barok is een synthetische kunst.

De Barok gaat uit van het geheel, waarin alle onderdelen hun ondergeschikte rol ontlenen.† Het geheel wordt beeldend behandeld.† Hierdoor krijgt het een dynamisch karakter,zodat het op de eerste plaats het gemoed beroert en tot geestdrift aanzet.

Kenmerkend middel om die bewogenheid te bereiken is het breken van lijnen, lijsten en vlakken.† De voorkeur gaat naar het bochtig profiel.

3.1 Carlo Maderno, schepper van de Barok.

Maderno (Capolago in het Zwitsers kanton Ticino, 1556 - Rome, 1629) voltrekt de overgang van het maniŽrisme naar de Barok, door het bouwen van de voorgevel van de kleine kerk van Santa Susanna.† Voltooid in 1603.

Santa Susanna, eerste barokgevel

Als uitgangspunt neemt Maderno de Gesýgevel, maar hij zoekt verder inspiratie bij Michelangelo.† Voor zijn vormen wendt hij zich tot de voorbeelden van de Renaissance en het maniŽrisme.† Zo is de eerste barokgevel een mengsel van allerlei invloeden.

De nieuwe aanbreng van Maderno is echter de plastische bewerking van de gevel als ťťn geheel.† De gevel bestaat uit twee orden, van elkaar gescheiden door een zware lijst.† De benedenorde komt vooruit in drie uitsprongen, naar het midden toe.

Alle vlakken zijn verlevendigd door nissen die met een gebroken omkadering zijn afgezet.† In die nissen prijken beelden die op een toneelmatige wijze acteren.† De bovenorde is gevormd door een halsgevel, afgesloten door een fronton.† Sierlijke voluten verbinden de zijkanten van de halsgevel met de benedenorde.

Het fronton is bekroond met een sierbalustrade, met hoekkandelaars en een kruis.† Die balustrade sluit de gevel bovenaan niet volledig af, maar vormt een binding tussen het aardse gebouw en de hemelruimte.

De pronkmuren aan beide zijden van de gevel houden de kerk als een aantrekkelijk middelpunt op het stadsplein.

Uit dit samenspel van alle kunstvormen ontstaat een levendig en bewogen geheel, waaruit alle spanningen zijn opgelost, zodat een vloeiende beweeglijkheid ontstaat, die aangenaam is voor het gevoel.

Voorgevel van de Sint-Pietersbasiliek (1607-1612)

De basiliek van Michelangelo is te klein geworden.† Op verzoek van paus Paulus 5 verlengt Maderno de ingangsarm zodat de centraalbouw de vorm van een Latijns kruis krijgt.† Voor de nieuwe ingangsarm bouwt Maderno een monumentale voorgevel, zijn grootste werk in de vroege barokstijl.

Om de gehele onderbouw van de basiliek te bedekken ontwerpt hij een dwarsbouw.† Hij gebruikt de kolossale orde: geweldige zuilen en halfzuilen overlopen de twee verdiepingen, vanop de grond tot aan de kroonlijst.† Het middenstuk komt vooruit.† Het is ontleend aan een antiek tempelfront, maar aangepast voor de vijf ingangspoorten en de centrale loggia voor de zegeningen.† Bovenaan wordt de brede gevel afgesloten door een zwarte attica, een lage verdieping, waarop beelden prijken.

Maderno houdt de gevel zo laag als het kan om zo veel mogelijk het zicht vrij te houden op Michelangelo's koepel, die dan toch voor wie de basiliek nadert, volledig verdwijnt.† Naast die jammerlijke verminking van de oorsponkelijke centraalbouw, wijst de kritiek ook nog op een zeker onevenwicht tussen de breedte en de hoogte van de gevel.† Maderno had nog twee hoektorens voorzien, maar die werden nooit opgetrokken.

Door aan zijn gebouwen een plastische werking en een indrukwekkende monumentaliteit te geven, is Carlo Maderno de schepper van de Romeinse Barok.

3.2 Bernini: verbeelding wordt werkelijkheid (Napels, 1598 - Rome, 1680)

Bernini is het 'genie van de eeuw', de 'Michelangelo van de 17de eeuw': beeldhouwer, architect, schilder en toneelbouwer.

De spirituele Napolitaan beschikt over een onuitputtelijke levensenergie en zelfvertrouwen.† Als vriend van de JezuÔeten en de pausen stelt hij al zijn talenten in dienst van de katholieke herleving.†

Bernini verwerkelijkt een stemmingskunst,'gesteund op verbeelding en sfeerschepping.† Hiermee wil hij de harmonie tussen de hemel en de aarde laten beleven.

De wijsgerige basis voor zijn kunst is zijn opvatting over de cultuur.† Die ziet hij als de geschiedenis van de mens die opgaat naar zijn uiteindelijke bevrijding.† De kracht die de mens voortstuwt is zijn verbeelding.† Wat de verbeelding nu droomt, moet straks werkelijkheid worden.† De kunstenaar is de door God begenadigde om die droom te verwezenlijken.† Kunst is de verbeelding die zich realiseert.† Kunst stelt zich boven de gewone werkelijkheid en vervangt ze door een nieuwe.

De grootheid van Bernini ligt in zijn onwankelbaar vertrouwen in zijn talenten en in zijn technische vaardigheid, die hem in staat stellen alles te realiseren wat zijn rijke verbeelding hem voorspiegelt.

Bernini werkt met ruimtelijke effecten, verborgen lichtbronnen, onvermoede mogelijkheden en symbolen.† Hij is een meester in het toepassen van het perspectief.† In al zijn ruimtes leeft het licht door de tegenstelling van hel en donker.† Als bouwmaterialen gebruikt hij edele marmersoorten.† Zijn voorkeur gaat naar strelende kleuren op een witte achtergrond, belegd met gouden lijsten.

Bernini is de kunstenaar van de groten der aarde.

Sant'Andrea al Quirinale (1658-1661): kleinood van stemmingsbarok

De kleine koepelkerk van Sant'Andrea al Quirinale, gebouwd voor het noviciaat van de JezuÔeten, is het meesterwerkje waarmee Bernini zich het gelukkigst voelde.

De inspiratie vindt hij in het Antieke Pantheon, waarvan hij de herstelling leidt.† Hij omvormt echter de rotonde tot een dwarsovaal.

Aan de straatzijde bereidt Bernini de bezoeker mentaal voor op de ovaalvormige binnenruimte.† Gebogen muurarmen vormen een klein voorplein, ook als overgang tussen het profane straatbeeld en de sacrale kerkruimte.† Een rond trappenspel leidt naar de ingang.† Die is opgevat als een streng antiek tempelfront.† De ingangsdeur is voorafgegaan door een kleine rondbouw, gevormd door twee vrijstaande zuilen die een rond versierd voordak dragen.

Bij het binnentreden in de dwarsovaal gaat de aandacht onmiddellijk naar het altaar aan de overkant van de korte dwarsas, terwijl het ruimtegevoel aan beide zijkanten uitdeint.† Dit optisch illusionisme'is een belangrijk thema van de Barok, hier meesterlijk toegepast door Bernini.

Daarbij is de dwarsovaal een zeer 'menselijke ruimte': iedereen kan een gunstige plaats innemen tegenover het altaar, zonder dat er bevoorrechten of misdeelden zijn.† De vorm laat ook een rijke verscheidenheid van standpunten toe, zodat een wisselend ruimtegevoel ontstaat.† Dit ruimteeffect is ook een schitterende vondst van Bernini.† Hij streeft hetzelfde effect na op zijn Sint-Pietersplein.

In de Sant'Andrea al Quirinale bereikt Bernini een zachte ruimtestemming, een onaards gevoelen dat uit de hoge ovaalvormige koepel op ons neerdaalt.† Wij worden als medespelers opgenomen in een levend geheel van figuren, kleuren, licht en ruimte.† Die ervaring van actieve betrokkenheid wordt technisch bekomen door een volmaakt samenspel van alle kunstvormen: architectuur, beeldhouwwerk en schilderstukken.

De altaarruimte is opgevat als een toneelscŤne, omlijst door twee zuilen en verlicht door een onzichtbare lichtbron.† Het altaarschilderij stelt de marteldood van de H. Apostel Andreas voor.† Boven de altaarruimte, op het fronton van de kroonlijst, prijkt het beeld van de verheerlijkte Andreas.† Dit beeldhouwwerk maakt de overgang naar de koepel, het symbool van de hemel.

De ovaalvormige koepel is versierd met vergulde ribben en cassettes, die uitlopen op de gouden lantarentoren.

Uit de toren en de basisvensters stroomt een zacht licht in de benedenruimte, omgeven door edele marmersoorten.† Boven de basisvensters spelen engeltjes en rusten vissers uit.

Tussen de prachtige pilasters die de koepel dragen zijn ronde en vierkante zijkapellen uitgewerkt, versierd met schilderstukken boven de altaren.† De werking van licht en schaduw, ook een dierbaar thema van de Barok bereikt Bernini hier vooral door de toneelmatige opbouw van de ruimte.

Tussen 1604 en 1614 had Carlo Maderno de ingangsarm van de Sint-Pietersbasiliek verlengd.† Hij behield daarbij de bouwstijl van Michelangelo.† Vanaf 1624 tot 1640 werkt Bernini met zijn leerlingen aan de versiering van het interieur van de basiliek.† Daarvoor gebruikt hij zijn barokstijl.

Versiering interieur Sint-Pietersbasiliek: schitterend decor

Het pronkstuk van zijn decoratief werk is het baldakijn onder de koepel, boven het graf van Petrus.

Vier gedraaide zuilen, met wijnranken omkranst, dragen een soort open koepel, gevormd door schijnbaar beweeglijke sierranden en vier oplopende voluten die een aardbol met het kruis dragen.† Op de vier hoeken jubelen engelen naar de vier windstreken.† Het geheel geeft de indruk van een reusachtig processiebaldakijn boven het Petrusgraf geplaatst door een eindeloze stoet van pelgrims.

De gedraaide zuilen zijn geÔnspireerd op de laatromeinse voorbeelden, afkomstig van de oude Constantijnse basiliek, en opnieuw gebruikt voor de balkons tegen de steunpilaren van de koepel.

Het baldakijn is wel 29 m hoog zoals het Palazzo Farnese, maar geeft niet die overweldigende indruk, omdat het aangepast is aan de buitenmenselijke verhoudingen van de basiliek en de koepel.† Met zijn donkere tint en roterende vormen brengt het baldakijn als middelpunt in de centraalbouw een draaibeweging die omhoog stijgt in de koepel.

Het baldakijn dient ook als doorkijk en omkadering voor de dieper gelegen cattedra, de bisschopszetel van Petrus, door Bernini opgevat als een stralend eindpunt van de basiliek.

Het brons voor het baldakijn haalde Bernini uit het anthieke Pantheon.† Die vernieling liet de Romeinen zeggen: "Quod non barbari, fecerunt Barberini" - "Wat de barbaren niet deden, deden wel de Barberini", een zinspeling op de familienaam van paus Urbanus 8, de opdrachtgever.

Na het afwerken van het baldakijn begint Bernini met zijn medewerkers aan de versiering van de steunpilaren van de koepel.† Het krachtig beeld van de apostel Andreas is het werk van zijn leerling, de Brusselaar Frans Duquesnoy (1640).

Na zijn werk in de basiliek bouwt Bernini tussen 1656 en 1669 het grandioze Sint-Pietersplein.

Sint-Pietersplein: Verzamelplaats van alle volkeren

In zijn verbeelding ziet Bernini dit plein als 'de verzamelplaats van alle volkeren, omsloten door de armen van Christus'.

Zoals in de Sant'Andrea al Quirinale vat hij de ruimte op als een dwarsovaal.† Hij bekomt die vorm door aan een rechthoekig middenstuk twee halfcirkels te laten aanleunen.

Tussen dit ovaalvormige plein en de basiliek ligt een kleiner tussenplein, dat verbreedt naar de voorgevel toe.† Die hoefijzervorm is ontleend aan het Capitoolplein van Michelangelo.

Als Barokmeester gebruikt Bernini alle effecten van de architectuur en de beeldhouwkunst om dit plein 'beeldend te bewerken':

Het ovaalvormige plein is 240 m breed en 194 m diep.† De 284 zuilen en 88 pilasters zijn 18 m hoog.† Ondanks die geweldige afmetingen zorgen de volmaakte verhoudingen dat het plein binnen de menselijke maat blijft.

De Fontana dei fiumi op de Piazza Navona

Bernini als beeldhouwer

Als beeldhouwer schept Bernini een fel bewogen wereld, met een volmaakte techniek.

Enkele voorbeelden:

Apollo en Dafne snellen bijna vliegend vooruit, met een lichte soepelheid die het marmer tot levende lichamen omtovert (Galleria Borghese, 1622 - 1625).

De slingerwerpende David is een momentopname van inwendige concentratie en uitwendige krachtinspanning (Villa Borghese, 1623 - 1624).

De Sint-Theresia in Extase valt door een visioen tot in de ziel getroffen achterover, terwijl een glimlachende engel een pijl op haar hart gericht houdt (Rome, Santa Maria della Vittoria, 1645 - 1652).

In de drie voorbeelden heeft Bernini door een levendig lijnenspel aan het marmer de uitdrukkingskracht gegeven van de hevigste spanning in ziel en lichaam.

3.2. Borromini, beheersen van dynamische krachten

(Bissone in Zwitsers Ticino, 1599 - Rome, 1667)

Omstreeks 1614 komt Borromini naar Rome om er te werken bij zijn oom Carlo Maderno, die op dit ogenblik de bouw van de voorgevel van de Sint-Pietersbasiliek beŽindigt.

Borromini, die voordien steenhouwer was, is altijd een autodidact gebleven.† Zijn grote bewondering voor Michelangelo laat hem toe de spirituele inhoud van de grote meester te ontdekken.† In tegenstelling met zijn leeftijdsgenoot Bernini blijft hij enkel architect, die gedurende heel zijn leven zwoegt met de moeilijkheden van de techniek.† Maar door zijn eigen visie op de kunst, ontwikkelt hij een barokstijl, die zowel in opvatting als uitwerking een persoonlijke weg opgaat.

De in zichzelf gekeerde denker Borromini maakt een duidelijk onderscheid tussen natuur en kunst.† Voor hem is de kunst een zoeken om de natuurlijke vormen zodanig te beheersen dat zij een spirituele inhoud uitstralen.† Hij zoekt niet de zachte ruimtestemming van Bernini, maar wel het beheersen van de natuurlijke werkelijkheid.

Technisch bereikt hij zijn doel door de bouwelementen zo tegenover elkaar te laten opwegen dat een dynamisch krachtspel ontstaat, waaruit de diepere inhoud spreekt.

Met zorgzame nauwkeurigheid bewerkt hij elk detail, wat hem de naam van 'schrijnwerker' bezorgt.† Als een schilder zoekt hij naar de passende tonaliteit van de kleuren.† Hij weert dure materialen en verkiest baksteen, kalk en stucwerk, die hun waarde krijgen door de bewerking van de kunstenaar.

Borromini is de kunstenaar van de ascese in beheerste barokvormen.† Schijnbaar een contradictio in terminis

Zijn eerste opdracht is de kleine koepelkerk van de Spaanse TrinitariŽrs, San Carlo alle Quattro Fontane.† Hij beschikt over een oppervlakte aan een straathoek, niet groter dan die van een steunpilaar onder de koepel van de Sint-Pietersbasiliek, met een omtrek van 71 m.† Toch maakt hij er een uniek kerkje van, karakteristiek voor zijn stijl en spirituele opvatting.† Te vergelijken met de Sant'Andrea al Quirinale van Bernini.

San Carlino alle Quattro Fontane: delicaat en intiem

Het kerkje wordt gebouwd tussen 1634 en 1641, maar de voorgevel wordt pas voltooid in 1667, zijn sterfjaar.

Het gebouw is niet de uitdrukking van macht of heerlijkheid, maar een intieme bidplaats in de stad.† waar het gebed van de gelovige een aansluiting vindt bij zijn dagelijks bestaan.

Borromini bespeelt met zijn voorgevel een wezenlijk thema van de Barok: het oneindig wisselen van vormen en ruimten, met een voorliefde voor het 'bochtige profiel'.

De voorgevel is een combinatie van monument en kerkfacade.† De ingebogen hoeken stuwen het middendeel vooruit, waardoor een golvende beweging ontstaat.† Die soepele vormgeving wordt nog beklemtoond door het plastisch effect van de versierende elementen: kloeke zuilen, diepe nissen en acterende beelden.† De bovenorde bezit een centraal balkon als een soort spreekgestoelte.

Borromini vat de binnenruimte op als een lengteovaal, wellicht bepaald door de vorm van de beschikbare plaats.† Maar toch past die lengteovaal bij zijn voorkeur om de ruimte samen te trekken, in tegenstelling met de dwarsovaal van Bernini, die het ruimtegevoel laat uitdeinen.† Borromini verzwaart dit gevoel van een samengetrokken ruimte nog door het opstellen van talrijke zuilen die de hele hoogte van de zijwanden overlopen.† Zo ontstaat een zuilenstoet die de aandacht ook meeleidt naar het hoofdaltaar.

De zijwanden geven de indruk beweeglijk te zijn, doordat de delen tussen de zuilen afwisselend effen en gebogen zijn opgesteld.

De ovaalvormige koepel is versierd met fijn stucwerk, een spel van veelhoeken en kruisen, die verkleinen naar de lantarentoren toe.† Dit delicaat figuurwerk brengt een merkwaardig licht-en schaduweffect.

Een ander merkwaardig kerkje van Borromini is de Sant'Ivo Alla Sapienza (1642 - 1665) van de oude Romeinse universiteit.† De zeer originele opvatting weerspiegelt de onuitputtelijke diepten van het menselijk denken en de goddelijke wijsheid.

 

Eveneens te vermelden is de concave gevel van het Oratorium van de Filippijnen, de volgelingen van S. Filippo Neri.

Zijn technische kennis van de perspectief en van illusionisme spreidt Borromini tentoon in de Galleria van het Palazzo Spada.


4. De beeldende kunsten van de Barok: ingekaderd in het bewogen geheel.

Zoals reeds sangetoond gebruiken de barokmeesters alle kunstvormen om die in een samenhangend geheel te verwerken.† Geen enkele vorm staat los op zichzelf.† De beeldende kunsten helpen op hun wijze mee om de beweeglijkheid van het geheel te accentueren, het gevoel te raken en het perspectief te bekomen.

De thema's en de vormgeving hebben dan ook veel met elkaar gemeen.

De beeldhouwkunst streeft naar de weergave van de gemoedstoestanden.† Hierdoor gaan de beelden 'acteren' om vooral extreme gevoelens uit te drukken, zoals diepe smart, smachtende liefde, hemelse vervoering en bovenmenselijke wilskracht.† Aan die inhoud is de vormgeving aangepast de karakteristieke 'schroefvorm' van de figuren, het breedsprakerig gebaar, het plastisch bewerken van de details en de drapering. Een mooi voorbeeld is de H. Veronica van Mochi.

Als medespeler van de schilderkunst in hetzelfde geheel neemt de beeldhouwkunst een uitgesproken picturaal karakter aan, vooral door het streven naar licht- en schaduweffecten.

De schilderkunst verlaat het lijnenspel van de Renaissance en ontwerpt composities van kleurvlekken, waarvan de omtrekken vervagen en in elkaar vervloeien.† Meestal is de compositie zelf opgevat als een 'schroefbeweging', ontleend aan de beeldhouwkunst.† Hevige kleuren trekken de aandacht op het hoofdmotief.† Licht- en schaduweffect zorgt voor een sterke uitdrukkingskracht.

Dikwijls wordt door een handig toepassen van de wetten van het perspectief een schijnwerkelijkheid uitgewerkt.† Veelvuldig wordt dit proÁťdť toegepast op het plafond, zodat de indruk ontstaat van een hemeldiepe ruimte, tweemaal hoger dan in werkelijkeheid.

De meest gekende van die schijnhemels zijn


5. Pleinen en fonteinen: een levendig stadsbeeld.

5.1 De Piazza Navona, een confrontatie tussen de twee grootmeesters.

De gezellige Piazza Navona is een van de meest karakteristieke pleinen van het barokke Rome.† Het plein heeft de vorm bewaard van het stadion van keizer Domitianus (240 m x 65 m).† Waar eens de atleten om de ereprijs dongen, treffen de twee grootmeesters van de Romeinse Barok elkaar.

Bernini is pas klaar gekomen met zijn Fontein van de stromen (1648 - 1651), wanneer Borromini begint met de voorgevel van de kerk van Sant'Agnese in Agone (1653 - 1657).

Barok is de kunst van de beweging!

Water is het bewegend element bij uitstek, en brengt daarbij de frisheid van de natuur in de stad.

Met het fantasierijke waterspel van de Fontein van de Stromen jubelt Bernini zijn vreugde uit om de aarde, de natuur, het leven en de beschaving.† De vier paradijsstromen zijn de symbolen van de vier windstreken of van de vier reeds gekende werelddelen.

Boven de ruwe rotsen van de basis verheft zich een 'tijdloze' obelisk, als zinnebeeld van de menselijke geschiedenis die de nog vormeloze natuur overstijgt.† Zo schept Bernini's verbeelding ook steeds een nieuwe wereld.

Met de gevel van de Sant' Agnese In Agone bewijst Borromini opnieuw zijn meesterschap in het bedwingen van vormen en krachten.† Hier bereikt hij een merkwaardige werking van de perspectief.† Door het middendeel van de gevel holvormig uit te diepen (bochtig profiel) schijnt de koepel zich tussen de hoektorens door naar voren te dringen.

De Romeinen beleven nog genoegen in de naijver tussen de twee grootmeesters en wijzen erop hoe Bernini reeds de hand had gereed gehouden am de instortende voorgevel van Borromini op te vangen.† Eťn van de stroomgoden strekt de hand naar de gevel uit.†

Met een onstuimige ijver werkt de Barok aan het verlevendigen van het stadsbeeld.† Vooral de pleinen zijn een dankbaar onderwerp.† Enkele voorbeelden

 

5.2 De Piazza del Popolo

De Piazza del Popolo krijgt twee koepelkerken aan de invalswegen naar het stadscentrum, als een decoratieve poortconstructie voor de verkeersstroom.

5.3. De Piazza di Spagna

Beroemd worden de Spaanse Trappen die vanop de Piazza di Spagna zich draaiend, delend en weer samenkomend, alle zorgeloze wandelaars uitnodigen om op te klimmen naar het kerkje van de Trinitŗ dei Monti.† De indrukwekkenste eretrap ter wereld (1723 - 1726).

5.4. De Piazza Santí Ignazio

De Piazza Santí Ignazio is opgebouwd als een scŤne voor een groots openluchttheater, waar ieder ogenblik een opvoering van een Italiaanse opera kan beginnen (1727 -1728).

 

 

 

 

 

5.5. De Fontana di Trevi

De Fontana di Trevi (1732 - 1751) van Nicola Salvi. Dit is wel de monumentaalste en meest beroemde van de talloze fonteinen die Rome rijk is. Ze wordt gevoed door de Aqua Virgo, een 20 km lang aquaduct, dat in 1453, na eeuwen onderbroken te zijn geweest, weer was hersteld. Voor het water werd hier een eerste fontein gebouwd, ca.1750 vervangen door dit monument, dat tegen de korte gevel van het palazzo Poli aangebouwd ligt. Het centrum van het 20 m brede en 26 m hoge geheel wordt gevormd door een triomfboog, waaronder de god Oceanus gereden komt op zijn triomfwagen, een reusachtige schelp, getrokken door twee onstuimige zeepaarden. Links en rechts van hem de symbolische gestalten van de Overvloed en de Gezondheid. En verder overal water, dat ruist en wervelt en klatert, meer dan 1000 liter per seconde, in een nooit eindigende en in de zomer verfrissende symfonie. In de lijn van die overvloed is de fontein zelf ook een uitbarsting van barokke vreugde: alles is er massa en beweging, de paarden, de begeleidende Tritons, Overvloed en Gezondheid en tenslotte zelf, wiens hand zelfzeker met de onzichtbare teugels zijn stormachtige rossen ment.
Het reliëf rechtsboven herinnert aan de legende die de naam Aqua Virgo wil verklaren: een meisje (virgo) zou aan dorstige ro-meinse soldaten de overvloedig stromende bron gevezen hebben. En als je vraagt vaar al dat water heen stroomt, is het antvoord: naar lager gelegen fonteinen, o.a. die van de Piazza Navona en de Piazza di Spagna.

Paleisbouw, beeldhouwwerk, rotsen en water spelen hier uitbundig samen.† Wie in dit feest meespeelt door een geldstuk over het hoofd in het water te werpen, komt zeker terug naar het Rome van de Barok...

 


6. De Galleria Borghese

Beeldhouwkunst en schilderkunst in de Galleria Borghese.

In 1613 bestelde kardinaal Scipione Borghese bij de Nederlander Jan Van Santen (Vasantio in het Italiaans) dit kleine paleis of palazzina.† Op het einde van de 18de eeuw werd de gevel, die te overladen werd geacht, ontdaan van veel van zijn versieringen.

Oorspronkelijk bevatte dit paleis enkel beeldhouwwerken (Museo Borghese), maar in 1891 kwamen er ook schilderijen in terecht (Galleria Borghese); deze laatste hangen op de eerste verdieping.† De erezaal (op het gelijkvloers) is versierd met beelden uit de Oudheid en met kopieŽn, met schilderijen en reliŽfs die mooi de neoklassieke smaak illustreren.† Men vindt er ook een mozaÔek uit de 3de eeuw, die ontdekt werd in een eigendom van de familie Borghese te Tusculum.

Gelijkvloers

Hier vallen vooral een viertal beelden van Gianlorenzo Bernini op, die niet alleen als architect bekend staat ( Sant'Andrea al Quirinale, colonnade van Sint-Pieters, enz...), maar ook als beeldhouwer werkzaam was.† De beelden in de Galleria Borghese zijn jeugdwerken; zij behandelen thema's uit de klassieke mythologie.† Later zal Bernini hoofdzakelijk religieuze sculpturen maken.

De David werd door de kunstenaar op 21-jarige leeftijd vervaardigd.† Interessant is de vergelijking met de David van Verrocchio, die van Donatello en die van Michelangelo (alle drie te Firenze).† Verrocchio en Donatello streven ernaar de schoonmenselijkheid uit te beelden (het renaissance-ideaal), terwijl Michelangelo zijn held in rust voor de strijd voorstelt.† Bernini daarentegen toont ons het meest intense moment van de actie: de inspanning.† Men lette op de bewogenheid, de schroefbeweging, de gespannen spieren, het vertrokken gelaat.† Met deze David betrekt Bernini de toeschouwer in de actie: hij verbindt reŽle en artistieke ruimte en creŽert hierbij een principe dat in heel de barok terugkeert.

Met Apollo en Daphne legt Bernini het moment vast waarop de metamorfose (gedaanteverwisseling) van de nimf Daphne in een laurier plaats grijpt, op het ogenblik dat Apollo haar gaat vangen.† Het beeld is geÔnspireerd door een passage uit Ovidius' Metamorphosen.

Dit is wellicht het belangrijkste aspect van de beeldhouwkunst van de barok: de beweging.† Figuren worden nooit in rust afgebeeld, maar wel in hun beweging en veelal op het ogenblik van het grootste gebrek aan evenwicht.† Deze climax van de beweging is het dramatische moment bij uitstek; het is dan ook moeilijk te vatten.† Zelfs worden in de lucht zwevende figuren uitgebeeld die niet aan de zwaartekracht onderworpen schijnen.

Dit marmeren werk bewijst Bernini's virtuositeit in het behandelen van het hard materiaal als marmer; hij bereikt er de delicate effecten mee die normaal slechts in bronzen beelden gevonden worden.† Dit is nog duidelijker in de Extase van de H.Theresia in de Santa Maria della Vittoria te Rome.

De Roof van Proserpina is een jeugdwerk, waarschijnlijk in samenwerking met zijn vader Pietro Bernini gemaakt.† De god van de onderwereld, Pluto, is wel niet vrij van enig academisme, maar het meisje Prosperina kondigt de geniale creaties van de kunstenaar aan.

Er staan nog een tweetal groepen van Bernini: Aeneas die Anchises draagt (ook in samenwerking met zijn vader) en De Waarheid, waarmee hij zijn eigen lof wilde zingen in een periode toen hij in ongenade was gevallen.

Eveneens belangrijk: Pauline Borghese door de classicistische kunstenaar Antonio Canova.

De eerste verdieping

Hier kan men o.a.†enkele doeken van Caravaggio bewonderen.

Tiziano, de Hemelse en de aardse liefde.†


7. Caravaggio

De hoogrenaissance liep uit op het maniŽrisme.† In deze stijl schilderen de kunstenaars volgens de 'maniera' van de grote renaissancekunstenaars: Leonardo da Vinci, maar vooral Michelangelo en Raffaello waren de grote voorbeelden.† Leonardo's subtiele sfumato leidde tot een zachtheid en delicaatheid; Michelangelo's energie mondde in excessen uit.† De maniŽristen wilden de houdingen en uitdrukkingen van de grote meesters navolgen, maar gingen daarin nogal ver, zodat hun werken soms overgevoelig, geaffecteerd, academisch lijken.†

Michelangelo Merisi (1573 - 1610), Il Caravaggio genaamd naar zijn geboortedorp, was een gerevolteerde persoonlijkheid.† Hij kwam te Rome aan in 1588 en begon te werken bij de Cavaliere d'Arpino, wiens werk hij later grondig verfoeide.† Hij had voortdurend moeilijkheden met het gerecht en moest uit Rome wegvluchten naar Napels, later naar Malta en SiciliŽ. Zijn biografie laat zich lezen als een politiedossier.

Hij had lak aan de conventies van het maniŽrisme en was tegen de klassieke cultuur als inspiratiebron, tegen het schoonheidsideaal van Raffaello en het sublieme heroÔsme van Michelangelo.† Hij schilderde realistische figuren die door een helder licht geopenbaard worden.† Hij is een meester in het clair-obscur, de tegenstelling tussen licht en schaduwen.† Zijn licht is geen daglicht of nachtlicht.† Het is, in tegenstelling tot zijn personages, allesbehalve realistisch.† Het is eerder een stilistisch element, een abstracte kracht, een spirituele eigenschap die van buiten het schilderij komt en geen natuurlijke oorzaak kent.† Het stelt het ene voorwerp in reliŽf, verbergt het andere, kortom: het schept een atmosfeer.

In De Roeping van de H. Mattheus (San Luigi dei Francesci, Rome) komt het licht met Christus binnen om Mattheus' zending te ontsluieren.

In De bekering van de H. Paulus (Santa Maria del Popolo, Rome) schudt het licht de geest van Paulus wakker, die zijn handen opent om dit goddelijke licht te ontvangen.† Het is dit licht dat Caravaggio's beelden krachtiger maakt dan de werkelijkheid zelf.

Caravaggio is dus een vreemde realist.† En toch beschouwt iedereen hem als een realist, zelfs als naturalist, omdat hij weigerde de natuur te idealiseren, modellen te kiezen die aristocratische schoonheid bezitten, omdat hij verkoos de innerlijke spirituele schoonheid van het eenvoudige leven van gewone mensen en dagelijkse objecten weer te geven.† Hij ging in zijn naturalisme soms zo ver dat hij voor de uitbeelding van religieuze taferelen oude vrouwen, werklui, boeren, de man in de straat tot model nam; dit is bijvoorbeeld zeer duidelijk in de Madonna dei Palafrenieri.

Zijn bewogen leven liet hem niet toe leerlingen te hebben en school te vormen, maar hij oefende een enorme aantrekkingskracht uit op de schilders die in de eerste decade van de 17e eeuw naar Rome kwamen.† Maar zij zagen slechts de technische en niet de spirituele kant van, zijn licht- en schaduwspel.

Caravaggio's invloed op de schilderkunst was enorm.† Rubens had een enorme bewondering voor hem en gebruikte net als Caravaggio veel diagonaalcomposities.† Denken wij ook aan het clair-obscur bij meesters als Georges de la Tour en Rembrandt.

 

Uw portaalsite over Italië: www.casa-in-italia.com (informatie en verhuur)