Biografie van de H. Franciscus

Franciscus was de zoon van Pietro di Bernardone en monna Pica. De traditie vertelt dat Pietro zijn zoon Francesco noemde wegens de commerciële contacten die hij met Frankrijk onderhield. Pietro was één van de nouveaux riches die niet tot de adel behoorde en wiens welvaart op handel steunde. De tijd rond 1200 is een periode waarin de geldeconomie een rol begint te spelen en de agrarisch-feodale maatschappij plaats maakt voor het leven in de stad.
Het was gedurende één van zijn reizen, als we de legende mogen geloven, dat de jonge Franciscus geboren werd. De hagiografische traditie die Franciscus graag als een alter Christus, een tweede Christus, voorstelt, doet hem geboren worden in een stalletje, tussen ezel en os. De geboortedatum is 1181 of 1182.
De eerste biografen, o.a. Tommaso da Celano en I tre compagni, beschrijven de jonge Franciscus als een levenslustige jongeman die tot de betere klasse van Assisi behoorde, zich graag ontspande en uitging. Hij nam ook deel aan de commerciële activiteiten van zijn vader, maar had toch een hoger ideaal voor ogen: hij zou ridder worden. Hij nam deel aan de slag bij Collestrada in 1202 (oorlog tussen Assisi en Perugia), werd gevangengenomen en verbleef enkele maanden in de gevangenis van Perugia, vooraleer hij werd vrijgekocht.
Hij wilde zich aansluiten bij het leger van Gualtiero di Brienne. Maar gedurende de reis naar de Puglia werd hij zwaar ziek en keerde naar Assisi terug. Hij begon na te denken over het leven dat hij totnogtoe had geleid: noch het koopmansleven, noch het ridderideaal had hem voldoening geschonken. Hij nam meer en meer afstand van de wereld en begon zich te wijden aan weldadigheid.
Hij begaf zich op pelgrimstocht naar Rome, waar hij voor de eerste keer in contact kwam met zijn bruid, madonna povertà. Hij ruilde nl. zijn pak van rijke met dat van een bedelaar en begon de voorbijgangers om een aalmoes te smeken. Hij kende voor het eerste keer de volmaakte vreugde.
Hij keerde terug naar Assisi en mediteerde in het vervallen kerkje van San Damiano, net buiten de stad. Het kruis in het kerkje sprak hem op zekere dag toe: "ga en herstel mijn huis". Franciscus interpreteerde deze opdracht eerst letterlijk en begon met ijver het vervallen klooster van San Damiano te herstellen.
In navolging van het Evangelie kwam Franciscus tot het besef dat je de volmaaktheid maar kan bereiken door in armoede en zuiverheid te leven en het Woord van God te verspreiden.
Franciscus deed daarom een eenvoudig kleed aan, een jutezak, met een koord rond de middel, en ging overal het Woord van God verspreiden.
Franciscus werd door zijn vader onterfd.
Weldra verenigde zich rond Franciscus een groep jongeren, die zijn idealen wilden navolgen. Zij vonden een toevluchtsoord in de Porziuncula (in Santa Maria degli Angeli), hen toegewezen door benedictijnenmonniken.
Tussen 1209 en 1210 trokken de eerste franciscanen naar Rome om hun Orde te laten erkennen. De Heilige Stoel stond eerst weigerachtig tegenover de nieuwe beweging, omdat reeds heel wat lekenbewegingen waren opgestaan, die tot heterodoxe stellingen hadden geleid.
Paus Innocentius III voerde een genadeloze repressie tegen de ketterse bewegingen zoals de Albigenzen of katharen, anderzijds wilde hij de nieuwe beweging onder de vleugels van de kerk laten openbloeien als ze zich neerlegde bij de katholieke orthodoxie. De Franciscanen kregen dus het pauselijk placet. Zij vestigden zich in S. Maria degli Angeli en begonnen van hieruit hun prediking.
Tussen 1211 en 1212 wilde Chiara di Favarone d'Offreduccio, een jong meisje van adel, het voorbeeld van Franciscus volgen. Tegen de wil van haar familie trok ze naar de Porziuncula en liet zich de haren afsnijden door Franciscus. Ze vestigde zich met haar gezellinen in San Damiano.
In korte tijd groeide de oorspronkelijk kern van Franciscanen uit tot een heuse beweging. Het kapittel van de Minderbroeders, in Asisi samengekomen in 1217, besliste om de leer ook te verspreiden over de Alpen. Overal waar ze gingen, maakten ze volgelingen.
De eerste problemen doken op: er ontstond een conflict tussen hen die een absolute gehoorzaamheid predikten aan de leer van Franciscus, anderen wilden enkele de franciscaanse idealen navolgen, zonder de strenge toepassing van de regels, vooral als het ging om de armoede. Franciscus moest in 1220 in allerijl uit Palestina terugkeren om het hoofd te bieden aan de problemen binnen de beweging.
De Orde werd definitief goedgekeurd door paus Honorius III, eerst met de Regula non bullata van 1221, vervolgens, in 1223, met de zogenaamde Regula bullata: hierbij kreeg de Orde van de Minderbroeders een regel toegezegd die de principes van Franciscus vastlegde, in een vorm die uitgewerkt was door de juristen van de paus.
Franciscus zag reeds in 1220 af van de leiding van de Orde, omdat hij zich nog intenser op prediking wilde toeleggen, op gebed en boetedoening.
Twee jaat voor zijn dood, terwijl hij aan het bidden was op de berg La Verna, ontving hij van Christus de stigmata. De episode van de stigmatisering bewijst nogmaals de gelijkenis tussen Franciscus en Christus.
Franciscus' principes vind je ook terug in de Cantico delle creature (Zonnelied) en in zijn testament, waarin de principes van zijn religieus leven werden vastgelegd.
Franciscus overleed in 1226. Zijn lichaam werd in stoet door de inwoners van Assisi naar de San Giorgio gedragen, waar het zijn eerste rustplaats kreeg en waar paus Gregorius IX de heiligverklaring uitsprak op 16 juli 1228. Naderhand werd door Fra Elia de basiliek gebouwd, die aan de heilige is toegewijd. De heilge werd er begraven in de benedenkerk.
Chiara overleefde Sint-Franciscus vele jaren en slechts bij het naderen van haar dood, in 1253, kreeg zij van paus Innocentius IV de goedkeuring van de Regel van haar Orde (de Arme Klaren).
De figuur van de heilge Franciscus is één van de meest fascinerende uit de christelijke wereld. Literatuur, beeeldende kunsten en muziek hebben zich laten inspirereren door zijn figuur en zijn boodschap. Dante vergeleek Franciscus met een zon.
Zijn (nog altijd actuele) boodschap van vrede (Pax et bonum), liefde en respect voor alles wat geschapen is, zijn liefde voor de natuur en tegelijkertijd de vreugde en dank om tot deze wereld te behoren, waren van blijvende invloed.
Onvoorwaardelijk was hij trouw aan zijn Kerk, ook al kostte het hem in bijzondere gevallen moeite zichzelf te overwinnen en de richtlijnen der kerkelijke leiders te aanvaarden. Hij schiep een nieuw type van ascetisch leven door de armoede uit de geïnstitutionaliseerde vormen van het oudere monachale leven (benedictijns van oorsprong) los te maken en opnieuw te realiseren als een ongebonden-zijn aan enig aards bezit, individueel of gemeenschappelijk.
Een uitgebreide literatuur ontstond over het leven van de heilige(hagiografie). Tommaso da Celano, de"tre Compagni" en de geschriften die zich op het Franiscaanse mysticisme inspireren, de Fioretti, het Speculum perfectionis zijn niet alleen een getuigenis van de sporen die de heilige in de Middeleeuwen heeft nagelaten, maar vertellen ons ook veel van de zeden en gewoontes van de late Middeleeuwen.

"Beminnelijk was hij in zijn gedrag, van nature vredelievend, minzaam in het gesprek, bijzonder voorkomend bij aansporingen, uiterst betrouwbaar als het om een geheim ging, voorzichtig bij raadgevingen, doortastend in het handelen en steeds charmant. Hij zag de zaken helder en reageerde met veel gevoel; hij was ingetogen en voortdurend verzonken in de beschouwing van God; hij bad zonder ophouden en deed alles met de inzet van zijn hele persoon. Hij hield zich aan zijn voornemens, beoefende standvastig de deugd, zocht te volharden in de genade en was in alle omstandigheden steeds dezelfde. Hij wist snel te vergeven, werd niet gauw kwaad, liet zijn denken niet door vooroordelen vertroebelen, had een uitstekend geheugen, kon zijn zaak scherpzinnig uiteenzetten, was voorzichtig in zijn keuze en bij alles oprecht. Streng voor zichzelf, was hij mild voor anderen, steeds goed aanvoelend wat juist was en wat niet."
(uit de Eerste Levensbeschrijving van Tommaso da Celano, nr. 83)

"Ik heb een mateloos mens gezien. Mateloos in zijn edelmoedigheid, zijn vriendschap, zijn offervaardigheid, zijn standvastigheid, zijn moed, zijn emoties... en in het verticalisme van zijn God-zoeken. Een mateloos mens tot in het absurde, een 'nieuw soort gek' in de ogen van de wereld. Broos en onverzettelijk heb ik hem de weg van de mystici zien gaan, nu zingend, dan schreiend, en naarmate hij vorderde op die weg werden zijn vermogens opzienbarender en zijn karaktertrekken geprononceerder."
(Hélène Nolthenius, Een man uit het dal van Spoleto, Amsterdam 1998, 289-290)

"Als wij ons milieu als erfenis veilig willen stellen voor toekomstige generaties, dan moeten wij een manier zien te vinden, waarop we de mensheid tot ieders tevredenheid kunnen verzoenen met de ecologische systemen, die bepalend zijn voor alle menselijk leven en onze beschaving. We moeten dan erkennen dat die ecologische systemen een intrinsieke waarde hebben, die hoger ligt dan het nut dat ze ons opleveren. We moeten ze, in hun en in ons eigen belang, met ontzag gebruiken. Geen filosoof of kerkelijk denker is ooit gevoeliger geweest voor de intieme relatie tussen mensheid en natuur dan de heilige Franciscus van Assisi. Wat in onze tijd stilaan ondernomen wordt om de natuur te behouden, weer respect te hebben, eerbied ook voor de wildernis en al wat daarin leeft - een ideaal dat neerkomt op het vinden van "hoop in Gods wildernis" - begon in feite bij die Franciscus van Assisi. Mijn eigen geloof en denken over het milieu zijn geïnspireerd door de veelzeggende uitdrukking van liefde en respect voor Gods schepping van het leven in de werken van Sint Franciscus van Assisi."
(William Reilly)

Vond je deze bladzijden interessant?  Zijn er tekorten, aanbevelingen? Laat het me weten.

     Terug naar de Homepage Toscane/Umbria

Bezoek ook eens de homepage Italiaanse kunst

Ben je op zoek naar een vakantiewoning in Toscane of UmbriŽ?  Bezoek onze commerciŽle website 1 (Toscana) en website 2 (Umbria).