Het antieke Rome: Colosseum en triomfboog van Constantijn

 

Het Amphitheatrum Flavium is bij het grote publiek beter bekend onder de naam Colosseum (It.: Coliseo). Het gigantische bouwwerk is begonnen in 72 door Vespasianus en door zijn zoon Titus voltooid in 80 en is dus het werk van twee Flavii, vanwaar zijn officiële naam. De naam 'Colosseum' dateert van de 8e eeuw, wellicht afgeleid van het kolossale beeld van keizer Nero naast het amfitheater. Het staat op de plaats waar in de Domus Aurea van Nero een vijver lag. Het is het grootste amfitheater van de Romeinse wereld: het meet 188 m in de lange as en 156 in de korte, is 57 m hoog en telde 50.000 zitplaatsen. Het was politiek gezien een knappe zet van Vespasianus om een stuk van het centrum van Rome dat door Nero na de brand van 64 was onteigend, aan de Romeinen terug te geven in de vorm van een gebouw voor publieke vermakelijkheden.

De buitenkant is indrukwekkend. Maar die indruk onderga je pas ten volle aan de noordkant: daar is de buitenmuur met zijn vier verdiepingen heet best bewaard. Elk van de vier verdiepingen wordt gekenmerkt door een eigen soort zuilen: beneden Dorische, daarboven lonische, daar weer boven Corinthische, en tenslotte pilasters. Elders is de buitenste muur grotendeels verdwenen: aardbevingen hebben stukken doen instorten en het materiaal daarvan is dan gebruikt voor de bouw van huizen en kerken. In de uitspringende blokken in de gevel van de de verdieping zijn verticale gaten, evenals in de kroonlijst: dat waren de steunpunten voor de masten waaraan het tentdak of velarium werd bevestigd dat schaduw moest geven in de zomer: anders werd de steenmassa van het Colosseum onder de laaiende zomerzon één gloeiende oven.

In die buitenmuur zijn er beneden 80 ingangen, zoals ook de gevel door 80 zuilen in evenzoveel vakken was verdeeld. Aan de noordzijde is er een ingang die meer versierd is dan de andere. Er is nog enig stucwerk van overgebleven. Dat was de ingang voor de keizer en voerde naar de keizerlijke loge, die aan de noordkant van de arena lag.

Indrukwekkend is ook hetgeen je ziet als je binnengaat: je komt onder 5 concentrische bogen na elkaar, gesteund op gigantische pijlers welke de ontzettende druk van die steenmassa's moesten opvangen. Die vijf bogenrijen zijn verbonden door straalvormig naar het midden afdalende muren die de marmeren zitbanken schraagden.

Binnen echter is de aanblik wat ontgoochelend. Je staat voor een volslagen ruïne, zij het dan ook een reusachtige ruïne. Om te beginnen zijn de marmeren zitbanken weggehaald in de loop van de tijden, om voor 'nuttiger' doeleinden te worden gebruikt. De benedenrijen waren gereserveerd voor de senatoren, die erboven voor de equites, en pas daarna kwamen de plaatsen voor de gewone man. De 'uil', het stuk tussen de vierde muur en de buitenste, bestond uit houten banken en daar had men alleen staanplaatsen. Bovendien is de arena opengebroken, zodat de gangen eronder te zien zijn en de indruk van een arena weg is. Die ondergrondse ruimtes zijn gebouwd onder Domitianus en bevatten naast kooien voor wilde dieren ook bv. machines waarmee men 'decor' uit de grond kon doen oprijzen. De arena had daarom op die plaatsen een houten vloer. De centrale gang in de lange as liep door tot in de Ludus Magnus. Voor die gangen aangelegd werden, kon men de arena onder water zetten, met water van een aftakking van de Aqua Claudia en er zeeslagen simuleren, in bloedige en gruwelijke ernst, met mensenlevens.

De indruk die je van het interieur krijgt, verbetert wel als je omhoog klimt, maar verder dan één verdieping mag je wegens instortingsgevaar niet gaan. Een zuiver beeld van een Romeins amfitheater kun je dan ook eerst elders krijgen, bv. in Pompeji of Verona. Intussen blijft het Colosseum een unieke prestatie van bouwkunst en verantwoorde durf, een meesterstuk van geometrische helderheid, gesteund op een hoog ontwikkelde kennis van de draagkracht van de materialen en de wetten van de architectuur.

Omgeven door de Palatinus, Velia, Esquilinus en Caelius

Grote Oefenplaats - Ludus Magnus.†

Gedeeltelijk opgegraven oefenplaats voor de gladiatoren.

Triomfboog van Constantijn - Arcus Constantini 315 n.C.

    Opgericht na de overwinning van Constantijn op zijn medekeizer in het Westen, Maxentius, op 28 oktober 312, bij de Milviaanse brug over de Tiber.

Samengesteld met elementen van vroegere monumenten.† Merkwaardig zijn de beelden van de DaciŽrs boven de zuilen, afkomstig van het Forum van Traianus.† Het opschrift maakt een indirecte zinspeling op de belofte van de keizer zich tot het christendom te bekeren 'inspiratione Divinitatis',onder de inspiratie van de Godheid.† Drie bogen.† Zeer goed bewaard geheel.

Uw portaalsite over Italië: www.casa-in-italia.com (informatie en verhuur)