Het antieke Rome: Campus Martius

Oorspronkelijk een moerassig gebied aan de grote bocht van de Tiber.† Het blijft buiten de republikeinse stad en wordt enkel gebruikt als militair oefenterrein.† Vooral sedert Augustus breidt de stad zich over het Marsveld uit.

Van de republikeinse tijd dateren enkele monumenten, opgericht in de zuidelijke uithoek van het Marsveld.† Hiervan is echter weinig bewaard gebleven.

Tempel van Apollo

het eerste openbare gebouw op het Marsveld (431 v.C.).† De drie Corinthische zuilen, bewaard bij het Theater van Marcellus, zijn van de wederopbouw in 34 v.C.

Area sacra del Largo Argentina

Een merkwaardig geheel is de Area sacra del Largo Argentina, gevormd door een binnenplein met vier kleine tempels, gebouwd tussen 300 en 100 v.C.† Enkel de fundamenten zijn bewaard in het lager gelegen centrum van de Largo Argentina.

In 62 v.C. bouwt Pompeius het eerste stenen theater van Rome, het Theatrum Pompei, met 35.000 plaatsen.† Bij het theater sluit de Porticus Pompeiana aan, een binnentuin met gezelschapsruimten.† Tijdens de bouw van de nieuwe Curia Julia op het Forum Romanum doet een van de zalen dienst als voorlopig senaatsgebouw, zodat Julius Caesar daar op 15 maart 44 v.C. wordt vermoord.† Niets bewaard.

De voornaamste monumenten op het Marsveld dateren van de Keizerstijd.

Pantheon - Tempel voor alle goden

 

Het Pantheon ligt noordelijk van de basilica van Neptunus aan een pleintje, de Piazza delta Rotonda, met in het midden de klassieke barokfontein. Als je vandaar naar de tempel kijkt, bheb je een ander beeld van het Pantheon dan de Romeinen hadden. Het niveau van het pleintje is nu nl. even hoog als dat van het tempelpodium. Daardoor is het effect teloor gegaan van het omhoogkijken en opstijgen langs een monumentale trap naar dat heilige huis op de godenberg. Dat verlies aan sacraliteit wordt dan nog verergerd door de invasie van toeristen (ook van ons) die deze godenberg tot een architecturaal kijkstuk reduceren.

De inscriptie op het fronton is die welke het oorspronkelijke Pantheon tooide en voert terug naar 27 v.C., het jaar van Agrippa's derde consulaat. Maar laat je niet beetnemen: van dat oor spronkelijke Pantheon blijft niets over. Het lag waar nu de pronaos ligt en was rechthoekig en niet veel groter dan die pronaos: 10 m langer en 4 m breder. De 8 zuilen van de huidige pronaos staan precies op de noordelijke cellamuur. Ca.120 heeft keizer Hadrianus de door een brand zwaar gehavende tempel vervangen door die welke er nu staat, maar de oorspronkelijke inscriptie behouden. Hij heeft trouwens zo goed als nooit zijn eigen naam op een gebouw laten zetten.

De proncaos is op zich al een indrukwekkend gebouw: 33 m breed, bij 15,5 diep (grote diepte is eigen aan de Etruskische en Romeinse pronaos in tegenstelling tot de Griekse) en rust op 16 zuilen van 12,5 m hoog en 4,5 m omtrek. Deze verdelen de pronaos a.h.w. in drie beuken; die van links en die van rechts voeren naar nissen waarin wschl. de beelden hebben gestaan van Hadrianus en Augustus, de middenste naar de gigantische bronzen poort die de toegang tot de cella afsluit. De dakstoel bestond oorspronkelijk uit bronzen balken; in 1626 is dat gebinte op last van paus Urbanus VIII eruit weggehaald om met het brons kanonnen voor de Engelenburcht en het bronzen baldakijn in de Sint-Pietersbasiliek te laten vervaardigen. Omdat die paus tot het geslacht der Barberini behoorde, lanceerde men toen de bijtende schimpscheut: Quod non fecerunt barbari, fecerunt Barberini.

De vergulde bronzen pannen van het dak waren al in 663 door de keizer van Constantinopel weggehaald.
De gang achter de toegangspoort is niets anders dan een opening in de daar meer dan 6 m dikke cellamuur. Daarlangs komt men in de best bewaarde en architectonisch opmerkelijkste tempel van het oude Rome, die weer daarom zo goed als ongeschonden tot ons is gekomen, omdat het gebouw al heel vroeg tot een kerk is omgevormd. Die cella is tot halverwege een cilinder met een diameter van 43,30 m, waarboven zich een koepel verheft in de vorm van een perfecte halve bol. De totale hoogte is eveneens 43,30 m, zodat men mag spreken van een perfecte bol die met haar onderste helft in een cilinder zit. De raaklijn van bol en cilinder is de kroonlijst, die dus op 21,15 m hoogte rondom de cella loopt.

In de cellamuur, die beneden 6 m dik is en hogerop geleidelijk minder dik wordt, zijn buiten de ingang nog 7 grote nissen uitgespaard, afwisselend rechthoekig en rond, zodat de koepel niet zozeer op een muur als wel op acht gigantische, onderling verbonden pijlers rust. De koepel is gebouwd, en het bovenste stuk ervan 'gegoten' op een houten bekisting, die daarna is weggebroken. Voor het "beton" helemaal boven zijn zeer lichte vulkanische steentjes gebruikt, zo licht als puimsteen. Het meesterschap van de ontwerpers en makers blijkt o.a. hieruit, dat ondanks tal van aardbevingen, die heel wat gebouwen hebben doen instorten, het Pantheon er na 1850 jaar nog even stevig staat als in het begin. Dat is alleen verklaarbaar door zijn absoluut volmaakt evenwicht. Boven is een lichtvang uitgespaard van bijna 9 m diameter; de binnenvallende regen loopt weg door afvoerkanaaltjes in de centrale plaveien. Men zou kunnen denken aan het impluvium in een Romeins atrium, maar wellicht is de verklaring van het openlaten van de koepel een heel andere.

Het interieur geeft ons een goed idee ervan hoe de tempels in het keizerlijke Rome er van binnen uitzagen. De vloer is nl. nog de oorspronkelijke, evenals de aankleding tot aan de cordonlijst boven de nissen. Er is duidelijk gestreefd naar variatie, maar met behoud van een beklemtoonde symmetrie. Let bijv. op de afwisseling van ronde en rechthoekige nissen, de ronde open, de rechthoekige met korinthische zuilen ervoor, en van driehoekige en boogvormige frontons boven de aediculae of kapelletjes, welke door de bouwmeesters van Renaissance en barok in de gevels van hun palazzi zijn aangewend. Boven het porfieren fries en marmeren cordonlijst is de aankleding van de attiek in de 18e e. totaal veranderd; één stuk, rechts van het hoofdaltaar, is in zijn oorspronkelijke staat, gerestaureerd; men kent die nl. uit 16e-eeuwse tekeningen. De koepelcassettes daar nog boven zijn beroofd van de rozetten in verguld brons op donkerblauwe achtergrond, die een evocatie vormden van sterren aan de nachtelijke hemel.

Vanzelfsprekend zijn uit de 7 nissen, die als evenzoveel cellae waren, de monumentale beelden verdwenen van de goden die Augustus en later Hadrianus er vereerd wilden zien. Dat waren in de eerste plaats dat van Jupiter, waar nu het hoofdaltaar staat, dat van Mars en van Venus, beschermgoden van de gens Julia, waartoe Augustus behoorde, en dat van de vergoddelijkte Julius Caesar. Reeds in 27 v.C. was Augustus dus ermee bezig voor zijn positie als staatshoofd 'goddelijke' geloofsbrieven te zoeken, zodat zijn gezag een ander en blijvender fundament kon krijgen dan zijn militaire macht (het leger was zijn leger) en zijn populariteit.

In plaats van die beelden zijn in de loop der tijden altaren gekomen en andere monumenten, waaronder het graf van koning Vittorio Emanuele II, de eerste koning van Italië (2e nis rechts van het hoofdaltaar), en dat van Raffaello, een antieke sarkofaag (tussen 1e en 2e nis links van het hoofdaltaar); voorts ook een zeer mooi fresco van Melozzo da Forli (3e nis rechts van het hoofdaltaar).

Pan-theon is in het hellenisme de naam voor een tempel ter ere van de vergoddelijkte heerser en alle andere goden. Maar Augustus kon zich moeilijk al laten vergoddelijken, hoe doeltreffend dat voor zijn politieke strevingen ook was geweest. Daarom is de betekenis wschl. 'tempel van alle goden', maar met de onuitgesproken suggestie dat ook de heerser op een of andere manier daarbij betrokken was. In de conceptie van Hadrianus ligt er wellicht nog iets meer. De tempel lijkt het heelal voor te stellen; daarnaar verwijzen: de bolvorm (het heelal werd immers voorgesteld als een geheel van concentrische sferen), het getal 7 (dat aan de 7 "planeten" der oudheid herinnert, waarbij o.a. Venus, Mars en Jupiter behoorden), de sterren op blauwe grond, de grote opening in de koepel, die uitzicht bood op de hemel en de zon evoceerde. Dat heelal had voor de Romeinen niet een 'astronomische', maar een religieuze betekenis. De invloed van de oosterse astrologie samen met de pantheïstische inslag van de Stoa had het bewustzijn gewekt van de goddelijkheid van de kosmos (zo werden de planeten met goden vereenzelvigd), en de antieke gelovige die hier binnentrad, werd opgenomen in een alles dragende en omvattende goddelijke wereld, in de heilige moederschoot van de kosmos. Dat besef zijn wij ten enen male kwijt; er rest ons nog alleen de bewondering voor het bouwwerk, voor zijn monumentale eenvoud, zijn volmaakte geometrie, zijn ongeëvenaarde bouwtechniek en zijn rijke versiering.

Mausoleum van Augustus

Heuvelgroot grafmonument voor Augustus en nakomelingen.

Diameter 87 m; hoogte 42 m.

Vredesaltaar - Ara Pacis 9 v.C.

Door Augustus opgericht als symbool van de Pax Romana.† Restauratie in 1938.

 

 

Stadion van Domitianus - Stadium Domitiani 86 n.C.

Gebouwd door keizer Domitianus voor het beoefenen van de Griekse atletische spelen. De Piazza Navona heeft de vorm van de arena bewaard.

Grafmonument van Hadrianus - Mausoleum Hadriani 134 n.C.

Gebouwd door keizer Hadrianus voor de dynastie van de Antonijnen.† In de Middeleeuwen omgebouwd tot burcht, het Castel Santí Angelo, de Engelenburcht.

 

 

 

 

 

Uw portaalsite over Italië: www.casa-in-italia.com (informatie en verhuur)