Het antieke Rome: varia

Aquaducten

Tot in de 4e eeuw.v.C. gebruiken de Romeinen het water van de Tiber en van de bronnen, zoals de Bron van Juturna op het Forum Romanum.

Het eerste aquaduct wordt gebouwd in 312 v.C. door de censor Appius Claudius.á De Aqua Appia brengt het water van de Aniorivier naar de stad.á Het kunstwerk heeft een lengte van 16,5 km en een dagcapaciteit van 175 920 m.á .

Tijdens de republiek worden nog 4 aquaducten gebouwd, en tijdens de keizerstijd nog 6, zodat Rome er in totaal 11 heeft gehad.

De grootste verwezenlijking is de Aqua Claudia, gebouwd in 52 n.C.á Deze waterleiding begint in de omgeving van Subiaco en heeft een lengte van 86,8 km, waarvan 15 km ondergronds en 10,5 km op boogconstructies. áDe dagcapaciteit bedraagt 184.280 m.

In 97 n.C. hadden de 9 reeds bestaande aquaducten samen een dagcapaciteit van 992.200 m, of ongeveer 1 000 liter per inwoner.á In 1968 beschikte Rome over een daggemiddelde van 475 liter per inwoner.

De overvloedige watertoevoer liet toe dat Rome versierd werd met fonteinen en vijvers.á Keizer Domitianus bouwde de Meta Sudans, de grote fontein aan het Colosseum.á Overal waren waterbekkens geplaatst voor het praktisch gebruik van het water.

Theaters

De eerste Romeinse theaters waren in hout geconstrueerd.á De theaters in steen gebouwd zijn:

  • Theatrum Pompei, 62 v.C., op het Marsveld; 35 000 plaatsen.
  • Theatrum Balbi 13 v.C., op het Marsveld; 8 000 plaatsen.
  • Theatrum Marcelli 13 v.C., aan het Forum Holitorium; 20 000 plaatsen (je ziet tevens resten van de tempel van Apollo)
  •  

     

    Thermen

    De Romein zegt van een domoor: "Hij kan lezen noch zwemmen !" Reeds vroeg bestaan particuliere baden.

    De eerste openbare badinstelling wordt gebouwd door Agrippa op het Marsveld bij het eerste, ook door hem gebouwde rechthoekige Pantheon.á De Thermen van Agrippa worden omstreeks 20 v.C. in gebruik genomen.á In de loop van de geschiedenis worden te Rome een tiental openbare badinstellingen gebouwd.á De Thermen van Nero, Titus en Domitianus zijn nog klein van afmeting en verschillen van structuur.

    De Thermen van Traianus op de Equilinus zijn de eerste met grote afmetingen en met een rationeel opgevatte structuur.á Het geheel bestaat uit een binnentuin (330 x 315 m) omgeven door ruimten voor allerlei vormen van vrijetijdsbesteding en een groot centraal gelegen badengebouw.á Deze structuur wordt nadien overgenomen in de Thermen van Commodus, Caracalla, Diocletianus en Constantijn.

    Het badengebouw bezit een warm bad (calidarium), een lauw bad (tepidarium) en een koud bad (frigidarium).

    Belangrijkste thermen:

    Thermen van Caracalla

    Thermae Antoninianae: merkwaardige ru´ne.

     

     

     

     

     

     

    Thermen van Diocletianus

    uit ca. 300 na C., het grootste thermengebouw van de Romeinse oudheid.

     

    De buitenrechthoek van zuilengangen mat 376 m. bij 361 m., het centrale gebouw 210 m. bij 180 m. Vergelijk daarmee bv. de Thermen van Caracalla, die heel wat kleiner zijn.

    In de 16e e. stonden grote delen van de thermen nog steeds overeind en Michelangelo heeft er toen de kerk Santa Maria degli Angeli gemaakt. De beide assen van het grondplan in de vorm van een Grieks kruis met vier zijkapellen corresponderen met de vroegere basilica en het caldarium en tepidarium. Om het interieur droog te houden, moest de bodem ongeveer 2 m worden opgehoogd. Zo verdwenen de basementen van de antieke zuilen onder de vloer en moesten door nieuwe worden vervangen. Door restauraties en vooral door de ingrijpende verbouwing van Vanvitelli uit 1749, waarbij de hoofdbeuk werd veranderd in een dwarsbeuk, is van Michelangelo's ontwerp niet veel overgebleven. Wel ziet men nog enkele overblijfselen van de antieke badinrichting: de uit één stuk gehouwen zuilen van rood graniet en de machtige kruisribgewelven in het huidige dwarsschip. De naar binnen buigende voorgevel is de apsis van het caldarium of warme bad. Zoals het Pantheon ons nog steeds laat ervaren wat het is om in een Romeinse tempel uit de keizertijd binnen te treden, zo maakt deze kerk ons enigszins bewust wat de grote ruimtes van de keizerlijke thermen (tepidarium, caldarium, palaestra, basilica, frigidarium) met hun weelderige versiering en rijkdom aan kunstwerken als indruk op de Romeinen moeten hebben gemaakt.

    In een ander gedeelte van het immense gebouw is eveneens in de 16e e., waarschijnlijk. door een leerling van Michelangelo, een kartuizerklooster gebouwd met twee chiostri, een groot en een klein. In dat klooster en in andere resten van het eigenlijke thermengebouw, o.a. in het frigidarium was vroeger het Thermenmuseum (antieke beeldhouwkunst) gevestigd.

     

    Toen Rome na de eenwording was uitgeroepen tot hoofdstad van Italië, werd in 1887 op de plaats van de grote exedra van de Thermen van Diocletianus, die voorheen Piazza Esedra werd genoemd, door Gaetano Koch een grandioos plein aangelegd met in het midden de Fontana delle Naiadi van Alessandro Guerrieri (1885): de Paiazza della Repubblica. De vorm van de antieke exedra werd door Koch gehandhaafd door middel van de halfronde neoclassicistische colonnades van de twee palazzi. waarin vroeger chique winkels waren gevestigd. De Piazza della Repubblica, het plein waarop de in 1867 als eerste grote verkeersader aangelegde Via Nazionale uitkomt, is een symbool voor de overgang van hel oude naar het nieuwe Rome: in de onmiddellijke nabijheid ervan werden de eerste ministeries van de nieuwe hoofdstad gebouwd.

    Ook de naam van het station, Stazione Termini, verwijst nog naar de Thermen van Diocletianus.

     

     

     

     

     

     

    Uw portaalsite over Italië: www.casa-in-italia.com (informatie en verhuur)