Na de verdrijving van de Etrusken ging de koninklijke macht over op verkozen ambtenaren. De hoogste magistraten droegen eerst de titel van praetor, later van consul. De echte macht was in handen van de senaat. In dit aristocratische regime werd het volk uitgebuit. De plebejers voerden een jarenlange strijd voor gelijkberechtiging:
De beginjaren van de republiek kennen een drukke
bouwbedrijvigheid, wellicht te wijten aan de Etruskische aanwezigheid in de
stad. Zo worden in minder dan twintig jaar vier tempels gebouwd, waarvan twee
op het Forum Romanum, de Tempel van Saturnus en de Tempel van Castor en Pollux.
Daarna luwt de bouwactiviteit, misschien toe te schrijven aan de sociale strijd
binnen de stad.
Tijdens de eerste helft van de 4e eeuw v.C. speelt de legeraanvoerder en politicus
Camillus een voorname rol in de stadsontwikkeling. In 396 v.C. neemt hij de
Etruskische stad Veji in, maar in 390 v.C. wordt Rome zelf door de Galliërs
belegerd en gedeeltelijk verwoest. De verschrikte Romeinen denken eraan in het
veiliger Veji een nieuw onderkomen te zoeken. Camillus kan hen echter overtuigen
de stad wederop te bouwen. Om veiligheidsredenen bouwt Camillus een nieuwe stevige
vestingmuur. De werken vangen aan in 377 v.C. en duren ongeveer 25 jaar. De
muur is opgetrokken in zware blokken van tufsteen, bezit aan de binnenzijde
een aarden wal en aan de buitenzijde een diepe gracht. Hij is 11 km lang en
omsluit een langwerpig stadsgebied van 426 ha.
Als een stoere vesting toont Rome de vaste wil om de toekomst stevig op te bouwen.
Later werd de muur ten onrechte toegeschreven aan koning Servius Tullius en
werd zo de Agger Servii Tullii genoemd. Delen van de muur zijn bewaard, o.a.
aan het Stazione Termini. De blinde censor Appius Claudius is de grondlegger
van twee belangrijke voorzieningen: in 312 v.C. begint hij de aanleg van de
Via Appia, de eerste verharde heirbaan, en van de Aqua Appia, het eerste aquaduct.
De 3e eeuw v.C. is voor Rome een periode van sterke hellenisering. Na de verovering
van Zuid-Italië (282-272 v.C.) komen veel Grieken zich in de stad vestigen
en brengen er hun cultuur en gewoonten binnen. Rome kwam rechtstreeks onder
de invloed van de hellenistische cultuur.
Tussen 241 en 121 werd Rome een wereldmacht door de annexatie van Sicilië
(241), Sardinië (238), Albanië (228), de Povlakte (222), Spanje (201),
Macedonië (168), Carthago (146), Griekenland(146), Pergamon (133), de Provence
(121). Het einde van de Tweede Punische oorlog (218-202 v.C.) en de strijd tegen
de hellenistische rijken in het Oosten brengen een nieuw element in de stadsontwikkeling.
De massale inwijking van verarmde buitenlieden stelt grote problemen voor de
huisvesting.
Sommige stadswijken zoals het Forum, het Capitool en de Campus Martius kregen
een openbaar en representatief karakter. Naar hellenistisch voorbeeld wordt
een bouwtype ontworpen, dat voor verscheidene functies kan gebruikt worden,
de basilica. Tussen 184 en 121 v.C. worden op het Forum Romanum vier basilieken
gebouwd, waardoor dit oude marktplein een groots monumentaal karakter krijgt.
Basilieken zijn overdekte zuilenhallen die met een gemeenschappelijke buitenmuur
omgeven zijn. De zijbeuken zijn afgedekt met een lessenaarsdak, het verhoogde
middenschip met een zadeldak. Het licht stroomt binnen door de vensters van
de lichtzone in de middenbeuk boven de daken van de zijbeuken. Basilieken dienden
voor handel, rechtspraak, onderwijs en voor informele contacten. Zij hadden
niets met godsdienst te maken. De oudchristelijke kunst zal deze profane basilica
als uitgangspunt nemen voor het kerkgebouw. De woning ontwikkelt zich tot twee
vormen: de huurwoning (insula) met meerdere verdiepingen, waarin steeds meer
mensen samenhokken, en de herenwoning (domus), het atriumhuis, bewoond door
een welgestelde familie.
Tot het einde van de 3e eeuw v.C. is het atriumhuis betrekkelijk eenvoudig gebleven.
Na de Tweede Punische oorlog wordt het uitgebreid door de toevoeging van het
Griekse peristylium, een plantentuin omgeven door galerijen en luxueus ingerichte
kamers.
Met de bevolkingstoename stijgt de noodzaak van openbare gebouwen, diensten,
handelshuizen en voorraadschuren. De laatste eeuw van de republiek kent opnieuw
een drukke bouwactiviteit. De belangrijkste bouwheer is Julius Caesar. Hij ontwerpt
een gedurfd urbanisatieplan om de stad grondig te vernieuwen. Zijn onverwachte
dood verhindert echter de volledige realisatie van dit plan. Zijn voornaamste
verwezenlijkingen zijn een reeks openbare gebouwen op het Forum Romanum en de
aanleg van het nieuwe Forum Julium, als eerste stoot voor de aanleg van de latere
keizerlijke fora. Tussen 133 en 31 v.C. werd Rome geteisterd door allerlei interne
conflicten:
De Romein ontwikkelt zijn kunstzin eerst onder
invloed van de Etruskische en de Griekse voorbeelden, daarna onder de invloed
van het hellenisme.
Wel moeten wij wachten tot de laatste eeuw van de republiek om van een eerste
echt Romeinse kunstbloei te genieten.
De bouwkunst bewaart de Etruskische techniek van rondboog en gewelf, en de gewoonte
de tempel op een hoge onderbouw te plaatsen, waardoor hij aan de voorkant een
hoog trappenstel bezit. De stijlorden van de tempel en de architraaf boven de
zuilenrij blijven echter Grieks geïnspireerd. Zo is de Romeinse tempel
een combinatie van twee invloeden.
Eigen voor Rome is het metselwerk in tegels, de bekleding van de ruwbouw met
marmerplaten en het decoratief aanwenden van zuilen en halfzuilen.
De beeldhouwers staan duidelijk onder de invloed van het Etruskisch realisme
en tevens onder dit van de meer geïdealiseerde Griekse voorbeelden. Zo
komt Rome tot een eigen portretkunst, die tot het einde blijft bestaan.
De schilders werken ook graag op een realistische wijze.
Op de fresco's op de wanden van de kamers vinden wij twee stijlen terug
Het mozaïekwerk wordt veelvuldig gebruikt in de vloeren van de herenhuizen en openbare gebouwen. De oudste mozaïeken zijn eenvoudig: donkere lijnentekening op bleke grond. De latere werken zijn kleurenrijker.
Uw portaalsite over Italië: www.casa-in-italia.com (informatie en verhuur)