Geschiedenis van Rome: Koningstijd (9e eeuw v.C. - 509 v.C)

Van Latijnse en Sabijnse dorpen tot Etruskische stadstaat

Het prille begin

De legende vertelt ons dat Rome zou teruggaan op de Trojaanse prins Aeneas, die Rome moest herstichten op Italische bodem (Vergilius). Uit zijn geslacht komen de tweelingen Romulus en Remus voort. De tweeling werd achtergelaten op de oevers van de Tiber, net zoals Mozes. Ze werden gevoed door een wolvin (Latijn: lupa). Volgens Titus Livius gaat het misschien niet om een echte wlolvin maar om een prostituee, een zekere Acca Larentia.
Sunt qui Larentiam volgato corpore lupam inter pastores vocatam putent; inde locum fabulae ac miraculo datum.
Wanneer de fascisten later beslisten om hun kinderen figli di lupa te noemen, waren ze zich wellicht niet bewust van het komische van de situatie

Rome ontstaat in het gebied van de zeven heuvels, gelegen ten oosten van de Tiber, aan het eiland waar de stroom ook doorwaadbaar is. De zeven heuvels van het antieke Rome zijn: de Aventinus. Caelius, Capitolinus, Esquilinus, Palatinus, Quirinalis en Viminalis. De heuvels zijn bewoonbaar maar de moerassige valleien slechts gedeeltelijk of nog niet. De historische verklaring van het ontstaan van Rome steunt op de archeologie, de overlevering en de legenden. Recente onderzoekingen wijzen op een merkwaardige overeenkomst tussen al die gegevens.
Omstreeks 1200 v.C. komen Indo-Europese volkeren uit de Balkan het reeds bewoonde Italië binnen. Het belangrijkste deel bestaat uit Italische stammen, verdeeld in twee groepen

In de loop van de 9e en 8e eeuw v.C. stichten Latijnen zeven dorpen aan de Tiber, twee op de Palatinus, drie op de Esquilinus, één op de Caelius, één op de Velia, een uitloper van de Palatinus.
De eerste vormen van organisatie onder de zeven Latijnse dorpen zijn


Een tijd na de Latijnen komen de Sabijnen vanuit het centrale bergland in het meer vruchtbare heuvelland afgezakt. Zij stichten dorpen op de Aventinus, Capitolinus, Quirinalis en Viminalis.
De ontdekking van twee verschillende begrafenisvormen in de vallei van het Forum Romanum, de lijkverbranding en de inhumatie, wijst op de aanwezigheid van twee volkeren in de 9e - 8e eeuw v.C. Enkele legenden laten hun oorspronkelijke vijandige gezindheid veronderstellen: de roof van de Sabijnse maagden; het verbond tussen de Sabijnse hoofdman Titus Tatius en de Latijnse koning Romulus; het verraad van Tarpeia.
Op een bepaald ogenblik vergroeien Latijnen en Sabijnen tot één volksgemeenschap. In die tijd ontstaan de twee ongelijke sociale klassen

De redenen van het ontstaan van de eerste dorpen zijn te vinden in de vruchtbaarheid van het gebied, de verdedigbaarheid van de steile heuvels en het economisch belang van het wegenkruispunt aan de doorwaadbare plaats bij het Tibereiland.
De over de zeven heuvels verspreide dorpen vormen samen nog geen stad. De woningen zijn vierkante of ronde hutten in paalwerk en leem, met een strodak en verwarmd met een vuurpot. Oorspronkelijk worden enkel landbouw en veeteelt beoefend. Na een tijd ontstaan nijverheid en ruilhandel, met het zout uit de pannen aan de zee als ruilmiddel.
De samenleving heeft een agrarisch karakter. De kleinste cel van de gemeenschap is de 'familia', onder het onbeperkte gezag van de 'pater familias'. Alle families die van eenzelfde stamvader afstammen vormen een 'gens', een geslacht.
De politieke organisatie is eenvoudig. Een koning oefent de hoogste macht uit op elk gebied. Hij wordt bijgestaan door de senaat, samengesteld uit de hoofden van de oudste patricische geslachten. De volksvergaderingen van de patriciërs bekrachtigen de genomen besluiten.
De beschaving is die van een primitieve landbouwbevolking.
De omstandigheden van een pionierstijd hebben een eigen volksaard ontwïkkeld, gekenmerkt door soberheid, doorzettingsvermogen, zakelijkheid, gehechtheid aan eigen bodem en militaire weerbaarheid.
De godsdienst bestaat vooral in rituele handelingen om de geheimzinnige krachten in de mens en de natuur goed te stemmen.
De legende van de stichting van Rome (door Romulus) dateert van de 4e eeuw v.C.
Zich hierop steunend heeft Varro (116-27 v.C.) het begin van de Romeinse tijdrekening geplaatst op onze 21 april 753 v.C. (Ab Urbe Condita).
De traditie vermeldt de namen van zeven koningen, waarvan vier in de Latijnse-Sabijnse periode.

De Etrusken te Rome

Vanaf het midden van de 7e eeuw v.C. breidden de Etrusken hun macht uit over Latium. Dit is te zien in het licht van de verovering van de landwegen tussen Etrurië en hun handelssteden in Campanië. Ook de Latijnse en Sabijnse dorpen op de zeven heuvels aan het Tibereiland komen onder hun gezag. Misschien komt de naam Roma van het Etruskische rumon, stroom of het Oskische ruma, heuvel.
Volgens de overlevering hebben drie Etruskische koningen over Rome geregeerd, van 616 tot 509 v.C.

Tarquinius Priscus was de zoon van Demaratos, een Grieks edelman uit Corinthe, die zich te Tarquinia had gevestigd. Zijn Etruskische naam was Lucumo. Hij was gehuwd met Tanaquil, een edelvrouw van Tarquinia. Omdat hij van Griekse afkomst was, kon hij te Tarquinia geen carrière maken. Daarom verliet hij met zijn vrouw de stad en trok naar Rome, waar zich reeds Etruskische handelaars hadden gevestigd.
Toen zij op de Janiculusheuvel aankwamen, vloog een arend over hun huifkar. De vogel nam de kap van Lucumo's hoofd af, en zette die na een tijd terug. Tanaquil, bedreven in de waarzeggerij, zag in die gebeurtenis een voorteken van grote dingen die voor Lucumo te Rome stonden te wachten.
De voorspelling van Tanaquil ging in vervulling: Lucumo werd de koning van Rome onder de Latijnse naam van Lucius Tarquinius Priscus. Volgens Livius heeft hij het koningschap te danken aan zijn vriendschap met de regerende koning, zijn beminnelijke dienstvaardigheid en zijn welsprekendheid, waardoor hij bij het volk groot aanzien verwierf. Het is ook mogelijk dat hij over een eigen huurlingenleger beschikte, zodat hij zich met geweld van Rome heeft meester gemaakt.
Voor Rome is de regering van Tarquinius Priscus van uitzonderlijke betekenis geweest. De grootste verdienste van de Etruskische koning is immers geweest het definitief droogleggen van de centraal gelegen vallei in het heuvelgebied, zodat het Forum Romanum kon ontstaan, als middelpunt van de nieuwe stadsstaat. Dit gebeurde door de aanleg van de Cloaca Maxima.
Etruskische specialisten werkten in de vallei een degelijk draineersysteem uit en legden de cloaca aan, een nog open afvoerkanaal, dat het water uit de vallei naar de Tiber afvoerde. In de 2e eeuw v.C. werd dit kanaal volledig ingekokerd. Tot vandaag de dag werkt de riool nog steeds; ze mondt uit in de Tiber op een kleine afstand stroomafwaarts van de moderne Ponte Palatino.
Het ontstaan van het Forum Romanum is een belangrijk feit in de geschiedenis van Rome. In de geëffende vallei ontstaat een marktplein, het Forum, waarrond de openbare gebouwen worden opgetrokken. Het Forum groeit uit tot een bindmiddel, waarrond de stadsstaat zich ontwikkelt. Niet Romulus maar de Etrusk Lucumo heeft zo het eigenlijke Rome gesticht, omstreeks 575 v.C.
In één generatie tijd werd Rome omgevormd van een verzameling van dorpen tot een echte stadsstaat naar Etruskisch voorbeeld. De hutten van paalwerk, leem en stro verdwenen om plaats te maken voor het Etruskische atriumhuis.
Weldra werd zelfs het marktplein te klein voor de groeiende bedrijvigheid. De veehandelaars en de groentenboeren verhuisden naar de oude handelsplaatsen aan de Tiber, waar de veemarkt en de groentenmarkt ontstonden (Forum Boarium en Forum Holitorium).
Tarquinius Priscus legde ook de Murcia-vallei tussen de Palatinus en de Aventinus droog, zodat het Circus Maximus ontstond voor de paardenwedrennen, een sport die door de Etrusken te Rome werd ingevoerd.
Hij zou ook de ontwerper zijn geweest van de driecellige Tempel van Jupiter Optimus Maximus op de Capitolinus. Livius schrijft daarover . "Bovendien liet de koning de fundamenten leggen van een tempel voor Jupiter. Hij deed dit op de terreinen van het Kapitool." De heuveltop werd afgevlakt tot een effen terrein dat werd gevormd door een afboording van houten palen waartussen puin werd gestort.
Lucius Tarquinius Priscus regeerde ongeveer 40 jaar over Rome.

Servius Tullius, tweede Etruskische koning. Over zijn herkomst bestaan twee tradities.
Keizer Claudius beweert dat hij de Etrusk Mastarna is, de strijdmakker van de gebroeders Caelius en Aulus Virenna, allen afkomstig uit de Etruskische stad Vulci.
Samen bestreden die bendeleiders andere Etruskische steden, en ook het Rome van Tarquinius Priscus. Caelius en Aulus Virenna bezetten de Romeinse heuvel, die naar één van hen de 'Caelius' werd genoemd. Maar de Romeinen namen de indringers gevangen. Mastarna kwam hen bevrijden, veroverde de stad en werd koning van Rome. Een vondst in de Grafkamer van François te Vulci schijnt dit verhaal te bevestigen. Op een fresco zien wij Mastarna die Caelius Virenna van zijn boeien bevrijdt, terwijl rondom hen Etrusken en Romeinen elkaar bekampen.
Een andere versie, verteld door Livius, zegt dat Servius Tullius de zoon is van Ocresia, een slavin van Tarquinius Priscus en Tanaquil. Hij werd door het koningspaar opgevoed, en na de goddelijke tusenkomst van het vuurteken, kreeg hun dochter ten huwelijk. Na de dood van Tarquinius werd hij tot koning uitgeroepen.
Servius Tullius werd door de Romeinen beschouwd als de tweede stichter van de stad. Toch dateren de werken en hervormingen die aan hem werden toegeschreven van latere tijden.
Zo werd de eerste stenen vestingsmuur, gebouwd in de 4e eeuw v.C., naar hem genoemd, de Agger Servii Tullii. Om de stad tegen de rondtrekkende avonturiers en benden te verdedigen beschikte Servius Tullius slechts over aarden wallen en houten paalwerk.
De verdeling van de Romeinse bevolking in vijf klassen volgens het vermogen zou slechts onder hem begonnen zijn. Hieruit ontstonden uiteindelijk de 193 centuriën, waarop de hervorming van het leger berustte.
Servius Tullius werd vermoord door de kleinzoon van Tarquinius Priscus, Tarquinius Superbus, de derde Etruskische koning.

Tarquinius Superbus.
Hij werkte de bouw van de grote Juppitertempel op de Capitolinus af, maar de inwijding van het heiligdom zou slechts gebeuren in het begin van de republikeinse tijd.
Zijn bijnaam 'Superbus' werd verbonden aan allerlei verhalen, zoals dit van Lucretia, de vrouw van Tarquinius Collatinus, die zelfmoord pleegde nadat Sextus, de zoon van Tarquinius Superbus, haar had verkracht. Dit drama zou de aanleiding hebben gevormd tot de opstand tegen de koning. De traditie zegt dat de ondragelijke tirannie van Tarquinius Superbus werd omvergeworpen door Lucius Junius Brutus. In werkelijkheid werd omstreeks 500 v.C. de Etruskische monarchie verdreven door de Latijns-Sabijnse adel, die de macht overnam en de republiek uitriep.
Dit betekent het einde van de half-legendarische periode van de Etruskische koningen, die toch een fundamentele invloed hebben uitgeoefend op de vorming van Rome.

Belang van de Etruskische periode voor Rome

Op politiek, militair, cultureel en religieus gebied hebben de Etrusken een diepgaande invloed te Rome uitgeoefend. Het eigenlijke Rome werd gevormd door het vruchtbaar samenbrengen van de stevige agrarische tradities van de Latijns-Sabijnse dorpelingen met de reeds hoog ontwikkelde stadscultuur van de Etrusken.
In die tijd kreeg Rome ook het uitzicht van een stad. De aanleg van het Forum Romanum en andere marktpleinen, de bouw van openbare gebouwen, de groei van de Capitolinus tot het religieuze en militaire centrum bonden de zeven heuvels samen tot een stedelijke agglomeratie.

 

Uw portaalsite over Italië: www.casa-in-italia.com (informatie en verhuur)