De Romeinse Renaissance (1450 - 1564 )

1. Geschiedenis De oorlogen om ItaliŽ

1400 Het Concilie van Konstanz (1414 - 1418) herstelt de eenheid van de Kerk na het Westers Schisma. Door die eenheid groeit ook de tijdelijke macht van de paus.† De Kerkelijke Staten worden ťťn van de vijf belangrijkste staten van het Italiaanse schiereiland, naast het hertogdom Milaan, de republieken Firenze en VenetiŽ en het koninkrijk Napels.† Om het evenwicht tussen de 'vijf groten' te behouden zijn voortdurend coalities nodig.† Hierdoor geraakt de paus betrokken in politieke belangen en wedijver, waarin ook de Franse koningen en de Duitse keizer hun aandeel hebben.† Dit is de oorzaak van de 'oorlogen om ItaliŽ', een verwarde periode met wisselende kansen. In het begin van de 15de eeuw is Rome een vervallen middeleeuwse stad, met 17.000 inwoners.† Door de groeiende politieke macht van de paus blijft de stad niet alleen het centrum van de christenheid, maar groeit uit tot de hoofdstad van een wereldlijke staat.† De Renaissance zal aan de stad een culturele glans geven, die ze sedert de Oudheid nooit meer heeft gekend.

1504: Paus Julius 2 komt in hevig conflict met de republiek VenetiŽ.† Hij eist de steden terug, die door de Venetianen waren afgenomen van de Kerkelijke Staten, o.m.† Ravenna.† Met de belangrijkste vorsten van Europa sluit hij de 'Liga van Kamerijk', die VenetiŽ verslaat.† Maar wanneer de kansen opnieuw keren, herstelt de paus de vrede met VenetiŽ.

1510 De Franse koning Lodewijk 12 wil intussen zijn invloed in het hertogdom Milaan en het koninkrijk Napels herstellen, nadat de Franse vorstenfamilies in die staten waren uitgestorven. Paus Julius 2 organiseert een† anti-Frans bondgenootschap, de 'Heilige Liga', waarbij zich keizer Maximiliaan van Oostenrijk en VenetiŽ aansluiten.† Na de dood van de paus (1513) gaat de strijd verder.

1515 De nieuwe Franse koning, Frans I, verslaat de Liga te Marignano en bezet Milaan

1521 Karel 5 wordt de nieuwe ster in Europa en de grote tegenstander van Frans I.† Hij sluit een verdrag met paus Leo 10, verdrijft de Fransen uit Milaan, en bezet een deel van ItaliŽ tot en met Firenze, waar hij het gezag van de Medici herstelt.† In 1494 waren de Medici door de misnoegde adel en het volk uit Firenze verbannen.

1525 Karel 5 verdrijft de Fransen opnieuw uit Milaan en vestigt zijn overwicht in ItaliŽ.† Maar de ontevreden Italiaanse staten sluiten zich aan bij Frans 1.† De oorlog breekt in alle hevigheid los.†

1527 Weinig gedisciplineerde Lutherse landsknechten komen zich bij de Duitse troepen voegen.† 6 mei 1527: de 'Sacco di Roma': de landsknechten bezetten Rome en verwoesten de stad.† Paus Clemens 7 vlucht in de Engelenburcht.† De pauselijke bondgenoten profiteren van de pijnlijke situatie.† In Firenze wordt de Medicifamilie opnieuw verdreven en wordt de burgerlijke republiek hersteld.†

1529 Na een periode van verwarring sluiten Karel 5 en Clemens 7 vrede.† In 1530 kroont de paus Karel 5 tot keizer.† Intussen nemen de troepen van Karel 5 nogmaals Firenze in.† Met de hulp van Clemens 7, een lid van de Medicifamilie, wordt Alessandro dei Medici tot hertog aangesteld.† Dit betekent het einde van de burgerlijke republiek Firenze waarin Michelangelo ook het einde van de burgerlijke vrijheid betreurt.†

1555† Karel 5 verdeelt op het einde van zijn leven zijn gebieden onder zijn zoon Filips 2 (Nederlanden, Spanje, Napels) en zijn broer Ferdinand 1 (Oostenrijkse erflanden).† De rivaliteit tussen Habsburg en Frankrijk blijft voortbestaan, maar de strijd wordt niet meer uitgevochten op Italiaans grondgebied.† De pausen zoeken een groeiende steun bij Habsburg, wege het opkomend protestantisme en het Turks gevaar.†


2.† De reformatie.

Terwijl de oorlogen om ItaliŽ alle aandacht van de pausen opeisen, ontketent zich een strijd binnen de Kerk tegen de heersende wantoestanden.† De reformatorische beweging zal leiden tot een verdeling onder de christenheid: de Reformatie verlaat de Roomse Kerk.

2.1† Lutheranisme

1510 Door de aflaatpreken van Tetzel (hij verkoopt aflaten voor geld), ten voordele van de bouw van de nieuwe Sint - Pietersbasiliek, vervalt het aflaatwezen tot financiŽle manipulaties.† De Augustijnermonnik Luther plaatst dit feit op het dogmatische plan en stelt de sleutelmacht van de Kerk in vraag (de macht om te binden en te ontbinden, de bevoegdheid om zonden te vergeven).

1517 Luther spijkert zijn 95 stellingen over het aflaatwezen aan de poort van de slotkerk van Wittemberg.†

1520 Luther verbrandt in het openbaar de bul 'Exsurge Domini' waardoor de paus Leo 10 hem wegens zijn leer veroordeelde.

1521 Luther wordt in de ban van de Kerk en het Rijk gedaan (Edict van Worms).

1526 Publicatie van de Lutherse Catechismus.†

1530 Publicatie van de 'Augsburgse Confessie', de officiŽle belijdenis van het Lutheranisme.† Keizer Karel 5 en Filips 2 vaardigen de 'plakkaten' uit tegen de reformatoren. De 'godsdienstoorlogen' brengen verdeeldheid, ellende en gruwel.

1555 De 'Godsdienstvrede van Augsburg' brengt, een principiŽle en definitieve gelijkberechtiging van het katholicisme en het lutheranisme in de Duitse rijksdelen.† Als beginsel wordt aanvaard: 'Cujus regio, illius et religio': de onderdanen moeten de godsdienst van de lansdheer volgen.† Indien zij dit niet willen, mogen zij naar een ander gebied uitwijken.

2.2 Calvinisme

1533 Aan de Parijse universiteit komen voor het eerst de denkbeelden aan het licht van Jean Calvin. Calvin vlucht naar Basel.†

1536 Uitgave te GenŤve van de 'Institutio Religionis Christianae' en een catechismus met de leer over de voortbestemming als kernstuk.† Het eeuwig leven kan je niet verdienen, je kan het alleen krijgen door predestinatie. Calvin verhuist later naar GenŤve, waar hij een theocratisch regime vestigt.

2.3† Anglicanisme

1531 Paus Clemens 7 weigert het kinderloos huwelijk van de Engelse koning Hendrik 8 met Catharina van Aragon te ontbinden.† De koning laat zich uitroepen tot 'Supreme Head of the Church'.

1549 Edward 6 voert het 'Common Prayer Book' in.† De liturgie verloopt voortaan in het Engels.†

1553 Door de Wet van de 42 Artikelen wordt de geloofsleer gedeeltelijk hervormd.†

1559 Elisabeth 1 noemt zich 'Supreme Governor of the Church'.† Zij roept te London een eigen concilie samen, dat de '39 Articles' ontwerpt. Van de Roomse Kerk wordt de liturgie behouden; de geloofsbelijdenis wordt Luthers en Zwingliaans; de bijbelvertaling Calvinistisch geÔnspireerd. Paus Pius 5 doet Elisabeth 1 in de ban.

 


3. De Romeinse Renaissance.

De Renaissance ontstond te Firenze.† Wel vervulde Rome een belangrijke, zij het een passieve rol in dit ontstaan.† Immers het herontdekken van de antieke vormelementen en de wetten van de perspectief lagen aan de grondslag van de grote vernieuwing.† Het waren echter niet de Romeinen die het eerst de ruÔnes van de oudheid in hun stad bestudeerden, maar de Florentijnen Filippo Brunelleschi en Donatello.

Het duurde ook een geruime tijd vooraleer de Renaissance te Rome werd aanvaard.† Een belangrijke reden voor die vertraging en de trapsgewijze ontwikkeling van de Romeinse Renaissance was de verschillende houding van de pausen tegenover de beweging.† Door de belangstelling voor de mens opnieuw in het centrum van het menselijk denken te plaatsen, riep de Renaissance bij velen de vrees op voor een herlevend heidendom.† Vandaar de verwarring en de tegengestelde reacties.†

De vijf periodes van de Romeinse Renaissance

3.1. De eerste invloeden uit Toscane (ca. 1450).

Paus Nicolaas 5 (1447 - 1455), een humanist, is de eerste paus die Rome wil uitbouwen tot een centrum van de Renaissance, maar zijn plannen voor het oprichten van een nieuwe stad mislukken.† Hij roept enkele vermaarde schilders uit Toscane naar Rome: Fra Angelico, Pisanello, Gentile da Fabriano en Gozzoli. Fra Angelico schildert enkele belangrijke fresco's in de pauselijke huiskapel, over het leven van de martelaren Stefanus en Laurentius (Vaticaan, Cappella di Niccolo 5). Te Rome kan Fra Angelico blijkbaar minder weerstand bieden aan de humanistische invloeden dan in zijn San Marcoklooster te Firenze. Ofschoon eenvoud en deemoed zijn werk blijven kenmerken, geeft hij hier meer toe aan uiterlijk vertoon en monumentaliteit.

3.2. De eerste grote werken te Rome (1450 - 1500).

Een episode uit het leven van Mozes door de Florentijnse schilder Sandro Botticelli.† Let op de precieze weergave van de Boog van Constantijn

3.2.1 Bouwkunst

Palazzo Venezia (1455 - 1467)

In de tweede helft van de 15de eeuw worden in de binnenstad ruime pleinen aangelegd en verrijzen de eerste grote paleizen in de nieuwe stijl.† Een voorbeeld is de Piazza Venezia met het Palazzo Venezia, het centrum van Rome. Het Palazzo Venezia is het eerste groot burgerlijk gebouw van de Romeinse Renaissance, toegeschreven aan de Florentijnse bouwmeester Alberti.† De bouwheer was de Venetiaanse kardinaal Pietro Barbo, later paus Paulus II.† Het gebouw vormt duidelijk de overgang van de Middeleeuwse burcht naar het renaissancepaleis.† Zo zijn de zware toren en de kantelen op de kroonlijst nog middeleeuws, terwijl het horizontalisme van het geheel, de kruisvormige vensters en de versierde portalen de Renaissance aankondigen.† De binnenplaats met de ruime portiek en de loggia is het werk van een andere Florentijn, da Maiano.† Voor de bogen en de halfzuilen inspireerde hij zich op de buitenzijde van het Colosseum, een idee dat veel bouwmeesters te Rome zullen navolgen. Palazzo Della Cancelleria (1483 - 1511)

Palazzo della Cancelleria
Het indrukwekkend Palazzo della Cancelleria is het belangrijkste gebouw van de Romeinse vroege Renaissance.† Het werd begonnen in 1483, vermoedelijk door Antonio da Montecavallo, in opdracht van kardinaal Raffaelo Riario, een neef van paus Sixtus IV. Aan de buitenzijde is het paleis opgevat als een massaal, gesloten blok, kenmerkend voor de Florentijnse palazzi. De gevel is sober gehouden: een bijna vlakke wand, verdeeld door horizontale lijsten in drie geledingen.† De twee bovenverdiepingen bezitten vertikale lisenen, opgevat als pilasters, die de wanden tussen de vensters verdelen.† Hierdoor ontstaat een overzichtelijk geheel van rechthoekige figuren, volgens een rationeel schema. De binnenplaats, waarschijnlijk het werk van Bramante, is een zuiver voorbeeld van de vroege Renaissance te Rome.† De vier vleugels zijn opgebouwd in drie geledingen: een portiek onderaan, daarboven een open loggia en een gesloten verdieping.† De gebruikte zuilenorde is ook verscheiden: onderaan Dorisch, en daarboven Ionisch en Korintisch.† Ook hier heeft de bouwmeester zich duidelijk geÔnspireerd op de buitenzijde van het Colosseum, maar de uitvoering is merkwaardig elegant opgevat.†  

3.2.2 Schilderkunst Sixtijnse Kapel (fresco's op de zijwanden).

In 1481 is de Sixtijnse Kapel voltooid.† Paus Sixtus 4 sluit een contract met een groep schilders uit Toscane en UmbriŽ om de wanden van de kapel te versieren.† Het zijn Botticelli, Ghirlandajo, Perugino, Pinturicchio, Rosselli en Signorelli. Op beide zijwanden schilderen zij zes taferelen, links over het leven van Mozes en rechts over het leven van Jezus.† Door hun werk wordt de Sixtijnse Kapel een heiligdom van de vroege Italiaanse Renaissance.† De bezoeker van de kapel kan zodanig geÔmpressioneerd worden door de latere werken van Michelangelo,† dat hij geen oog meer heeft voor die prachtige fresco's.

3.2.3 Beeldhouwkunst

Karakteristiek voor de tweede helft van de 15de eeuw is de massale invoer te Rome van altaarstukken, grafmonumenten en beelden.† Het beste voorbeeld is het grafmonument van kardinaal Nicola Forteguerri in de kerk van Santa Cecilia, van de Toscaanse beeldhouwer Mino da Fiesole.  

3.3 De Romeinse Renaissanceschool (1500 - 1527).

Pius 3 (1503), een neef van Pius II, regeert slechts enkele weken.

Julius 2 (1503 - 1513), de leidersfiguur Giuliano della Rovere, wordt door zijn omgeving 'il terribile' genoemd.† Hij reageert tegen het moreel verval en wil het pausdom in zijn middeleeuwse grootheid herstellen.† Door een groep begaafde en christelijk geÔnspireerde kunstenaars, zoals Bramante, Raffaello en Michelangelo naar Rome te ontbieden, sticht hij de Romeinse Renaissanceschool, die de stad laat schitteren boven alle andere steden.

Leo X (1513 - 1521), Giovanni de Medici, een zoon van Lorenzo il Magnifico, gedraagt zich als een renaissanceprins.† Zijn onbegrijpelijke lichtvaardigheid brengt de breuk in de christenheid met zich mee.† In 1517 komt Luther openlijk in opstand tegen de paus.

Adrianus 4 (1522 - 1523), de Nederlander Andriaan Florenz van Utrecht.† Hij was theologieprofessor en rector van de Leuvense universiteit en huisleraar van keizer Karel V geweest.† Het conclaaf kiest die hoogstaande figuur om het pausdom en de kerk te redden.† Hij stelt weinig belangstelling in de Renaissance, waarin hij enkel de overblijfselen van een heidense wereld ziet.† Vandaar het harde conflict met zijn Romeinse omgeving.† Hij sterft eenzaam, uitgestoten door de wereldse groten.

Clemens 7 (1523 - 1534), de Florentijn Giulio de Medici, doet als paus het Renaissance - Rome herademen, door het werk van zijn oom, paus Leo X, verder te zetten.† Toch wordt Rome getroffen door het ergste wat kon gebeuren.† Ongedisciplineerde Lutherse landsknechten, die de troepen van keizer Karel 5 in ItaliŽ kwamen vervoegen, vallen Rome binnen en verwoesten de 'duivelse stad'.† De Sacco di Roma (6 mei 1527) is een keerpunt in de Romeinse Renaissance.† De plundering, hongersnood en pest worden aanzien als een straf van God voor het moreel verval.† Als een geselstriem slaat dit bij velen het verlangen los om de goede verworvenheden van de Renaissance te gebruiken om het christelijk ideaal te dienen.† Vooral Michelangelo zal die weg opgaan en een nieuwe richting aanwijzen die zal leiden naar de Romeinse Barok.  

De grondslagen van de Romeinse Renaissanceschool

Drie omstandigheden vormen de grondslag van de Romeinse Renaissanceschool

De drie belangrijkste kunstenaars

Donato Bramante (Urbino,1444 - Rome,1514), Raffaello Sanzio (Urbino, 1483 - Rome, 1520), Michelangelo Buonarotti (Caprese bij Arezzo, 1475 - Rome 1564)

 

3.3.1 Bramante† (1444 - 1514)

Bramante bezit een algemeen humanistische vorming.† Als aangenaam verteller is hij een graag geziene gast in de voorname kringen. Hij werkt eerst als architect te Urbino en daarna in Lombardije, vooral te Milaan.† In 1500 komt hij naar Rome, en wordt er de stichter van de Romeinse Renaissanceschool.†

Hij introduceert immers te Rome een reeks voorname kunstenaars, die hij aan paus Julius 2 aanbeveelt.† Op de eerste plaats is dit zijn jongere vriend en streekgenoot Rafaello Sanzio.† De bedoelingen waarmee hij Michelangelo naar Rome liet overkomen schijnen niet zo zuiver te zijn geweest.† Kwatongen beweren dat zijn jaloersheid de opkomende ster naar Rome ontbood.† De opdracht van een schilderwerk, het plafond van de Sixtijnse Kapel, zou wel bewijzen dat de jonge beeldhouwer niet tot alles in staat was ...

Als architect is Bramante een eclectische figuur, die zich aanpast aan het het midden waarin hij werkt.† Te Rome ontwerpt hij een stijl die een streng klassicisme verbindt met een plechtige monumentaliteit. Het kenmerkende van zijn Romeinse stijl kan worden samengevat in twee gegevens het beklemtonen van het essentiŽle een sobere uitwerking. Ter gelegenheid van het Heilig jaar 1500 krijgt Bramante de opdracht voor twee kleine bouwwerken, die van fundamentele betekenis zijn voor zijn eigen stijl en die van de Romeinse Renaissanceschool: het kloosterpand van Santa Maria Della Pace en het Tempietto van het klooster San Pietro In Montorio.

Tempietto

Het Tempietto toont zeer goed aan hoe Bramante de antieke vormen gebruikt in dienst van de geest van de Renaissance.† De ronde cel is omgeven door een rondgang van Dorische zuilen.† Boven de architraaf, versierd met trigliefen en metopen, staat een balustrade. De trommel bezit nissen, beurtelings rechthoekig en schelpvormig.† De koepel wordt geaccentueerd door nerven die samengebundeld worden door de lantarentoren. Bramante laat alle bijkomstigheden weg, zodat het gebouw als een rationeel opgetrokken geheel voor ons staat.† Met dit Tempietto bevestigt hij ook zijn voorliefde voor de centraalbouw.

In 1504 krijgt Bramante van Julius II de opdracht om de bestaande maar verspreide Vaticaanse gebouwen tot ťťn geheel uit te werken.† Van een groots plan zijn slechts enkele delen uitgewerkt: de Cortile van het Belvedere, en de Giardino Della Pigna met de grote nis waarin de bronzen denneappel prijkt, een antiek stuk gevonden bij de Thermen van Agrippa. In 1506 volgt een nieuwe opdracht van Julius II, de bouw van een nieuwe Sint-Pietersbasiliek.† Zijn aandeel in dit geweldig project wordt verder behandeld.

3.3.2 Raffaello Sanzio (1483 - 1520)

Raffaello groeit te Urbino op in de mathematische denkpatronen en kunstvormen van de Florentijnse Renaissance. Hij gaat in de leer bij de meesterschilder Perugino te Perugia.† Het neoplatonisme vormt de wijsgerige basis voor zijn kunst.† De nog onvolmaakte wereld ontwikkelt zich door alle uitdrukkingsvormen verder volgens de volmaakte 'goddelijke ideeŽn'.† De kunst schept werken met de idee van de volmaakte schoonheid als leidraad.† Zo wordt de mens, en op de eerste plaats de kunstenaar, onmiddellijk betrokken bij de vervolmaking van de wereld, en deelt hij in de goddelijke scheppingskracht.

In 1504 vestigt RafaŽl zich te Firenze, waar hij onder de invloed komt van Leonardo da Vinci.† Van diens 'sfumato-techniek' ontleent hij het werken met schaduweffecten.† Op aanraden van Bramante roept paus Julius II hem in 1508 naar Rome.† Hij schildert er de fresco's in de Stanzen, de pauselijke werkkamers.† Hij voert het werk uit tussen 1508 en 1517, terwijl Michelangelo het gewelf van de Sixtijnse kapel beschildert (1508 - 1512).† Op dit ogenblik voelt RafaŽl zich in de schaduw van de geweldige meester. Maar wanneer Michelangelo voor een tijd naar Firenze terugkeert, wordt RafaŽl de gevierde meesterschilder van Rome, waar hij kan leven als een renaissanceprins.

De schilderkunst van Rafaello blijft gekenmerkt door een bestendig zoeken naar de ideale schoonheid, een afstraling van de goddelijke schoonheid: evenwichtige compositie, warme kleuren, ineenvloeiende vormen. Hij schept een dichterlijke wereld zonder angst, maar charmerend door een vreugdevolle vrede. Zijn schilderstukken bezitten een merkwaardig diepteŽffect, zonder de kunstmatige middelen van de latere Barok te moeten aanwenden. De religieuze kunst van Rafaello brengt een iconografische revolutie. Zijn heiligen zijn niet meer de verheven statische wezens met allerlei allegorische motieven, objecten van verering voor de gelovigen.† Zijn verschijnen als de concrete afstraling van het goddelijke in de wereld.† Vooral de 'Madonna met het Kind' vormt een soort mystieke binding tussen de hemel en de aarde. De heilige bezit zowel de bovenaardse verhevenheid als het eenvoudig menselijke.† Vandaar de aantrekkingskracht die de werken van RafaŽl voor de gelovigen bezitten.† Gedurende lange tijd werd hij beschouwd als de meest religieuze kunstenaar aller tijden.

De Stanzen van het Vaticaan

Twee van de vier pauselijke werkkamers worden door RafaŽl beschilderd.† Die fresco's vormen het meesterwerk van RafaŽl's aandeel in de Romeinse Renaissanceschool. Stanza Della Segnatura (1508 - 1511)De twee grote fresco's, het Dispuut over het Sacrament en de School van Athene, vormen samen de symbolische uitdrukking van de continuÔteit tussen het antiek rationeel - wijsgerig denken en de christelijke geopenbaarde waarheid. De andere voorstellingen met de allegorieŽn van het Schone in de Parnassus en van het Goede in de Deugden, tonen niet alleen aan hoe het schone en het goede in de wereld komen door die continuÔteit, maar wijzen ook naar de gelijkwaardigheid van de antieke en de christelijke waarden. De Stanza della Segnatura is de schilderkunstige uitdrukking van de overeenstemming tussen de antieke wereld en de christelijke spiritualiteit, zoals dit door de humanisten wordt voorgehouden. Stanza di Eliodora (1512 - 1514) Het thema van de Stanza di Eliodora is de bescherming die God aan zijn Kerk verleent. Dit thema wordt uitgewerkt in vier symbolische voorbeelden

Het oproepen van de historische gebeurtenissen is zeer dynamisch opgevat en de kleuren spelen daarin een voorname rol. Te Rome blijft RafaŽl de dichter van het schone.† Ondanks zijn bewondering voor Michelangelo die hij wil evenaren in zijn kracht en grootsheid, blijft hij zichzelf.

3.3.3 Michelangelo Buonarotti (1475 Ė 1564)

Voor het leven en het werk van Michelangelo: klik hier.

 

3.4 De overgangsperiode (1527 - 1546)

Na de Sacco di Roma herwint de Renaissance te Rome geleidelijk aan aan nieuwe vitaliteit.

3.4.1 Architectuur

Enkele grote architecten realiseren opnieuw merkwaardige creaties. Baldassarre Peruzzi is de eerste architect die het verwoeste Rome wil heropbouwen als een woonstad met huizen, straten en pleinen voor mensen, en niet als een openluchtmuseum van antieke ruÔnes.† Hij ontwerpt sobere gebouwen, naar de trant van Bramante.† Voorbeeld: het Palazzo Massimo, met een voorgevel die de kromming van de straat volgt.† De woning past zich aan aan het straatbeeld! Antonio da Sangallo Il Giovane bouwt het Palazzo Farnese, het belangrijkste bouwwerk van de burgelijke Renaissance te Rome, reeds vanaf het begin door de Romeinen bewonderd als het mooiste palais ter wereld.

Palazzo Farnese

Het gebouw is opgevat als een vesting, omgevormd tot paleis: een geweldige rechthoekige blok, overtrokken door brede horizontale lijsten tussen de drie verdiepingen, en bovenaan afgesloten door een zware kroonlijst.† Het paleis domineert de gehele omgeving en veruitwendigt hierdoor een nieuw sociologisch verschijnsel in de Romeinse samenleving.† Voortaan putten de grote families hun roem niet meer in de wapenfeiten, maar in het decor van hun indrukwekkende paleizen. Het streng - majestatisch paleis wordt het prototype van alle koninklijke paleizen.† De vensters, bekroond door een driehoekig of afgerond fronton, blijven tot in de 19de eeuw het model voor de burgerlijke bouwkunst. De centrale loggia, de hoogste verdieping en de kroonlijst worden na de dood van da Sangallo door Michelangelo voltooid. Het Palazzo Farnese was een opdracht van kardinaal Alessandro Farnese aan Antonio da Sangallo in 1516, maar het werk bleef onuitgevoerd.† Wanneer Alessandro in 1534 paus Paulus III wordt, herneemt da Sangallo de opdracht.

S. Maria del popolo

In 1472 liet paus Sixtus IV de S. Maria del popolo, op de Piazza del popolo, in renaissancestijl herbouwen. In 1505 voegde Bramante het priesterkoor toe. Rafaello bouwde er de Chigikapel. De fresco's van deze kapel zijn van Francesco Salviati (maniërisme). Onder Alexander VII (1655-1667) kreeg Bernini de opdracht om een Daniel en Habakuk te beeldhouwen voor deze kapel.

Uw portaalsite over Italië: www.casa-in-italia.com (informatie en verhuur)