Het vroege christendom en het Middeleeuwse Rome: geschiedenis

1.† Geschiedenis

Het Christendom te Rome

Reeds vroeg is een groep Joodse christenen te Rome aanwezig.† Petrus komt er zich vestigen en wordt de eerste bisschop van Rome, de paus.† Paulus komt er als gevangene, na zijn beroep op de keizer.† Beiden ondergaan de marteldood ten tijde van Nero.† De eerste christenen behoren tot de lagere sociale klassen, maar vlug komen ook bekeringen in de hogere kringen voor.

De vervolgingen

Rome is verdraagzaam tegenover vreemde godsdiensten, maar niet tegenover de christenen die als een nieuwe secte van de verachte Joden worden beschouwd.

De vervolgingen hebben een tijdelijk en plaatselijk karakter. Voor 250 is de blinde volkshaat tegen de christenen de hoofdoorzaak.† Sommige machthebbers, zoals Nero, gebruiken dit vooroordeel om op bepaalde ogenblikken de woede van het volk van zichzelf af te wenden.†

Na 250 zijn de vervolgingen meer georganiseerd.† De keizers Decius, Valerianus en Diocletianus zien in de Kerk een gevaar voor het Rijk, en willen haar uitroeien.† Ieder burger wordt verplicht zijn trouw aan de staatsgoden te bevestigen.† Wie weigert wordt gemarteld, tot de dood toe.† De eerste christenen vereren hun martelaren als getuigen van de Verrezen Christus.† Vooral in de 3e eeuw ontstaat de martelarenverering.

Constantijn, de eerste christelijke Keizer

Constantijn schrijft zijn overwinning op zijn medekeizer Maxentius, in 312 bij de Milviaanse brug, toe aan een goddelijke tussenkomst.† Hij belooft zich tot het christendom te bekeren.† In 313 vaardigt hij het Edict van Milaan uit, waardoor de godsdienstvrijheid wordt ingevoerd.

De catacomben

De catacomben zijn onderaardse begraafplaatsen, vooral gebruikt tijdens de eerste vijf eeuwen.† Ze ontstonden door het steeds verder uitgraven van de ondergrond, onder de eigendommen van meer begoede christenen. Ze dienden als begraafplaats voor alle christenen, en niet uitsluitend voor martelaren, zoals soms wordt verteld.† Ook werden ze nooit gebruikt als (gekende) schuilplaatsen voor de christenen tijdens de periodes van vervolging, of als verzamelplaats voor de liturgische vieringen.† Daarvoor zijn ze immers niet geschikt.† Wel kwamen familieleden en vrienden regelmatig de graven bezoeken en kon in de omgeving een dodenmaal gehouden worden.

De onderaardse gangen bezitten langwerpige nissen, de 'loculi', om de overledenen bij te zetten.† De nissen werden dicht gemaakt met marmeren dekplaten waarop de naam van de overledene en symbolische voorstelling gebeiteld werden. Soms is de gang verbreed tot een kamertje, een 'cubiculum'. Enkele graven van martelaren zijn groter dan de gewone nissen.† Door het uitkappen van een rond gewelf boven het graf ontstaat een kleine grafkamer, een 'arcosolium'.† De cubicula en arcosolia zijn gewoonlijk met schilderwerk versierd.

De Wisi - Goten zijn in 410 de eerste plunderaars van de catacomben.† Deze geraken steeds meer in verval. In de 16e eeuw ontstaat voor korte tijd een belangstelling.† De wetenschappelijke studie begint in de voorgaande eeuw.

Voornaamste catacomben in Rome


2.† De oudchristelijke kunst

Het Edict van Milaan in 313 is een keerpunt in de oudchristelijke kunst.

Vóór Constantijn

Huiskerk, Goede Herder, symbolische voorstellingen.

In het begin hebben de christenen geen kerken.† Zij komen samen in privťwoningen.† Vandaar de naam 'huiskerk'.† Na een tijd ontstaan meer geschikte bidplaatsen, gewoonlijk opgericht op dierbare plaatsen, zoals de vroegere woonplaats van een paus of een martelaar.† Deze bidplaatsen worden 'titelkerken' genoemd.† Wegens het bestendig gevaar van vervolging zijn deze bidplaatsen eenvoudig en weinig versierd.

De oudste voorstelling van Christus is de 'Goede Herder': een realistisch uitgebeelde jonge Romeinse herder, met kort haar, zonder baard en met een korte tuniek.† Kunsthistorisch behoren deze voorstellingen tot de Grieks-Romeinse traditie.

De versieringen in de catacomben bevatten in het begin zowel christelijke als profane elementen.† Typisch christelijk is het gebruik van symbolische voorstellingen, van de bestaande gebruiken overgenomen, maar met een christelijke inhoud.† De uitvoeringen behoren tot de volkskunst.† De sarcofagen bezitten meer kunstvol beeldhouwwerk.† De oudste symbolen zijn eenvoudig: een vis of lam voor Christus; een hert bij een fontein voor de ziel bij de genadebron; kruis en anker voor geloof en hoop; een.duif voor de vrede; een wingerdrank of een korf brood voor de Eucharistie.

Vanaf ongeveer 250 worden bijbelse taferelen voorgesteld, zoals de Madonna met het Kind, de aanbidding van de wijzen, Christus tussen de apostelen, Petrus en Paulus.† Sommige taferelen bezitten een persoonlijk karakter door de voorstelling van de overledene in 'orante-houding', de gebedshouding van de eerste christenen, rechtstaande met de armen in kruisvorm uitgestrekt.

Na Constantijn: de christelijke basiliek.

De ontwerpers van de christelijke basiliek inspireren zich aan de Romeinse basilica en het peristylium om een eigen type van bedehuis op te bouwen. Een christelijke basiliek bestaat uit drie delen

De Constantijnse basilieken zijn groots van opvatting en bezitten door hun evenwichtige verhoudingen en grote vensters een bijzondere ruimtewerking.† De belangrijkste bouwmaterialen werden genomen uit de antieke tempels, zoals zuilen en kapitelen.† De Santa Sabina op de Aventinus geeft ons het beste idee van een schitterende constantijnse basiliek.

In de plastische kunsten blijft de Grieks-Romeinse traditie voortwerken.† Germaanse invloeden zijn merkbaar in het imiteren van vlechtwerk en het bewerken van hout, zoals de houten voordeur van de Santa Sabina uit de 5e eeuw, met het oudste kruisbeeld.

De muurschilderingen en mozaÔeken vertonen uiteenlopende strekkingen, zoals het behoud van het Romeinse realisme of het invoeren van de meer abstracte Byzantijnse vormen.

De 4 patriarchale basilieken van het Oude Rome zijn:


3. De catacombe van Domitilla

Ingang: Via delle Sette Chiese, 282. Wellicht de oudste en meest uitgebreide catacombe van Rome, gelegen langs de Via Ardeatina, in de omgeving van de Via Appia.

Flavia Domitilla behoort tot de keizerlijke familie van de FlaviŽrs.† Drie FlaviŽrs hebben over Rome geregeerd: Vespasianus (69 - 79) en zijn twee zonen, Titus (79 - 81) en Domitianus (81 - 96). De familie van de FlaviŽrs stamt uit Rieti.†

Vespasianus wil de noodlottige regering van Nero zo vlug mogelijk doen vergeten.† Alhoewel het decreet tegen de christenen niet wordt afgeschaft, wordt het niet meer toegepast.† Zo ontstaat een periode van verdraagzaamheid die duurt tot de laatste regeringsjaren van Domitianus.† Het gevolg is dat het christendom zich in die jaren vlug uitbreidt tot in de hoogste kringen, ook in de familie van de FlaviŽrs.

Flavia Domitilla is de kleindochter van keizer Vespasianus.† Zij is gehuwd met Flavius Clemens, een neef van de keizer.† Uit hun huwelijk zijn twee zonen geboren, Vespasianus Junior en Domitianus Junior. Ondanks zijn nederig karakter aanvaardt Flavius Clemens in 95 het ambt van consul.† Intussen is de oom van Domitilla, Domitianus, in 81 keizer geworden.† Daar hij geen kinderen heeft, duidt hij de twee zonen van Domitilla en Clemens als zijn opvolgers aan.

Op het einde van zijn regering onderneemt keizer Domitianus een hevige vervolging tegen de christenen. Domitilla en Clemens zijn christen geworden.† Wanneer Domitianus dit verneemt laat hij Clemens ter dood veroordelen en Domitilla verbannen naar het eilandje Pandateria (tegenover Napels).† Hun twee zonen verdwijnen in de vergetelheid.† De christelijke tak van de FlaviŽrs blijft nog lange tijd bloeien.†

De catacombe van Domitilla

Flavius Clemens bezat een domein aan de Via Ardeatina.† Onder dit domein ontstond de catacombe van Domitilla.† Het geheel bevat drie delen:

  1. Het hypogeum van de FlaviŽrs (begin 2de eeuw)
  2. De catacombe (eerste helft van de 2de eeuw en later)†
  3. De oudchristelijke basiliek van de HH. †Nereus en Achilleus (390 - 395)

Het bezoek verloopt niet volgens de chronologische ontwikkeling.† Het begint in de basiliek.† Daarna volgt de rondgang door een deel van de catacombe, waarin het bezoek aan het hypogeum van de FlaviŽrs is vervat.

Het hypogeum van de FlaviŽrs (2e - 3e eeuw.).†
Ontdekt in 1865. Het hypogeum is een onderaardse begraafplaats.† In het begin van de 2de eeuw werd door de familie van de FlaviŽrs een hypogeum gemaakt op het domein van Clemens.† Het bestaat uit een ingang (vestibulum), in baksteen opgetrokken voor een grot in de heuvelwand, die tot galerij is uitgewerkt.

In de 3de eeuw werd de ingang uitgebreid door de aanbouw van een verblijf voor de portier en eetzalen (triclinia) voor het houden van de dodenmaaltijden.

De galerij bezit aan beide zijden grote nissen waarin de sarcofagen worden geplaatst.† Alle wanden werden wit geschilderd.† Op die achtergrond werden eenvoudige en kleine versieringen aangebracht o.m.† wingerdranken, duiven, schalen, minnegodjes. Die symbolen zijn de oudst gekende christelijke schilderingen.† Het zijn de schuchtere pogingen van de eerste christelijke generatie om die symbolen, reeds gebruikt door de heidenen, een nieuwe inhoud te geven.

Waarschijnlijk waren niet alle overledenen die in het hypogeum begraven werden reeds christenen, zodat het een overgangsvorm is van heidense naar christelijke begraafplaatsen. In de wanden van de grote nissen werden na een tijd ook langwerpige kleine nissen (loculi) uitgekapt voor de begrafenis zonder sarcofaag.

Oorspronkelijk bezat het hypogeum geen verbinding met de daarachter liggende catacombe.

Betekenis van het hypogeum van de FlaviŽrs

De basiliek van de HH. Nereus en Achilleus

Ontdekt in 1874. Oudchristelijke basiliek, gebouwd op het einde van de 4e eeuw, boven de graven van de martelaren Nereus en Achilleus. Volgens de legende waren Nereus en Achilleus slaven van Domitilla. Volgens paus Damasus 1 (366 - 384) waren het twee militairen.† Zij werden na hun marteldood begraven in de Regio van de FlaviŽrs - Aurelianen.

De basiliek werd gebouwd door paus Siricius ter vervanging van een kleiner heiligdom.† Door die werken werd de regio FlaviŽrs - Aurelianen sterk verwoest.† De basiliek bestaat uit drie beuken, van elkaar gescheiden door twee rijen van vier antieke zuilen.† Zij bezit een schola cantorum en een priesterkoor met altaar en bisschopszetel in de centrale absis.† Achter die enige absis bevindt zich het arcosolium met de schildering van Petronilla en Veneranda.

Na de ontdekking in 1874 werd de basiliek met de originele stukken zoveel mogelijk hersteld.† Zij is een van de oudste kerken van de christenheid. Merkwaardig is een kleine zuil, overbljfsel van het baldakijn boven het altaar.† De zuilschacht bezit een reliŽfstuk met de voorstelling van een soldaat die zijn zwaard trekt om een man te doden.† Boven het relief is de naam Achilleus aangebracht.† De voorstelling van de marteldood van Achilleus is de oudst bekende plastische getuigenis van de christenvervolgingen.

Einde van de catacomben

Op een 12e mei van een jaar op het einde van de 6de eeuw, hield paus Gregorius de Grote (590 - 604) vanop de bisschopszetel in de basiliek, een beroemde homilie.† Hij handelde over de bedreigingen van de verwarde tijd, ontstaan door de invallen van de barbaren: "De heilige martelaren, rond wiens graven wij hier zijn verzameld, hebben de bloeiende wereld van hun tijd geminacht.† De wapenen die de twee christene soldaten hebben neergeveld, waren wel misdadig en schuldig, maar toch steeds overwinnend.† Vandaag de dag zoeken de Romeinen tevergeefs naar de nodige militiare kracht om zich te verdedigen.† De tijd is aangebroken om de toekomst van het christendom te scheiden van die van het Rijk en de Romeinse beschaving."

Het voorgevoel van Gregorius de Grote werd werkelijkheid.† In de 8e eeuw was de toestand op het platteland zo onveilig geworden, dat men moest afzien van de martelarenverering in de catacomben.† De relikwieŽn van de martelaren werden overgebracht binnen de stadsmuren.† De catacomben zelf worden geplunderd, vervallen en geraken in de vergetelheid.

De relikwieŽn van Nereus en Achilleus werden overgebracht naar een kerkje bij de Thermen van Caracalla, dat sedert die tijd aan hen is toegewijd.


4. Het Middeleeuwse Rome (476 - 1300)

4.1 Geschiedenis

De paus kiest voor het Westen

De christelijke keizers streven naar de heerschappij over de Kerk, zodat zij in conflict komen met de pausen.† In het Oostromeinse Rijk ontstaat het Caesaropapisme.†

In het Westen kan de Kerk zich zelfstandig houden.† De macht van de paus groeit hier aan tijdens de periode van de grote volksverhuizingen.† Paus Leo de Grote slaagt erin in 452 Atilla en zijn Hunnen te doen wegtrekken uit ItaliŽ.

451 ††††† Het Concilie van Chalcedon erkent het primaatschap van de paus oves de Kerk

536 ††††† Eerste bezetting van Rome door de Byzantijnse legers

552 ††††† Rome wordt ingelijfd in het Oostromeinse Rijk van keizer Justinianus.† De keuze van de paus door het Romeinse volk moet door de keizer bekrachtigd worden

725 ††††† Paus Gregorius 2 erkent de theoretisch geworden macht van de Oostromeinse keizer niet meer.† In de Byzantijnse beeldenstrijd kiest de paus tegen de keizer

756 ††††† De Kerk vindt een daadwerkelijke beschermer bij de Franken: Pepijn de Korte verslaat de Longobarden en schenkt het exarchaat Ravenna aan de paus.† Zo beginnen de pauselijke staten die zullen bestaan tot 1870 (eenmaking van ItaliŽ)

800 ††††† De Keizerskroning van Karel de Grote te Rome door paus Leo III bezegelt de definitieve keuze van de paus voor het Westen.  

De Investituurstrijd

Het bezit van de Pauselijke Staten brengt een verwarring tussen de politieke en de religieuze macht van de paus.† Een conflict ontstaat vooral met de Duitse keizer.

1000 †† De Romeinse adellijke families bestrijden elkaar voor het bezit van de H. Stoel.† Keizer Otto 1 plaatst de pauskeuze onder zijn toezicht, maar de 'investituur' van de bisschoppen wordt een middel tot politieke macht.

1059 ††† Paus Nicolaas 2 beslist dat voortaan de kardinalen de paus zullen kiezen

1073 ††† Zijn raadgever Hildebrand volgt hem op als Gregorius 7.† Hij verbiedt de investituur door de keizer.† De investituurstrijd breekt los.

1077 ††† Het conflict kent een hoogtepunt in de 'vernedering van Canossa', waar keizer Hendrik 4 zich komt verzoenen met paus Gregorius VII.

1084 ††† Nadat de strijd opnieuw is opgelaaid, neemt keizer Hendrik 4 Rome in.† Paus Gregorius 7 verschanst zich in de Engelenburcht,waaruit hij wordt bevrijd door de Noormannenkoning Robert Guiscard.† Hij sterft als banneling te Salerno (1085).

1122 ††† Het Concordaat van Worms stelt theoretisch een einde aan de investituurstrijd.

1215 ††† Tijdens het Concilie van Lateranen wordt paus Innocentius 3, een energieke Romein, de onbetwistbare leider van de westerse christeneenheid.† In het begin van de 13de eeuw kan het pausdom dit prestige houden, maar keizer Frederik II keert de rollen om.† Daarom zoeken de pausen steun bij de Noord-Italiaanse steden, die zich zeer onafhankelijk tegenover de keizer gedragen, en bij de koning van Frankrijk.

1300 ††† Paus Bonifacius 7 organiseert het eerste Heilig Jaar.† Hij komt in conflict met de Franse koning Filips de Schone, die hem tot zijn dood gevangen zet te Anagni.   Gevangenschap te Avignon en Westers Schisma

1309 ††† Een oproer doet paus Clemens 5 uitwijken naar de pauselijke bezittingen te Avignon.† De 'ballingschap' duurt 68 jaar en de pausen zijn overgeleverd aan de belangen van de Franse koning.

1377 ††† In 1377 komt paus Gregorius 9 naar Rome terug, vooral door de invloed van de H.† Katharina van Siena.

1379 ††† Door onenigheid onder de kardinalen worden twee pausen gekozen. Urbanus 6 blijft te Rome; Clemens 7, kandidaat van de Fransen, vestigt zich te Avignon. Het Westers Schisma verdeelt de christenheid in twee kampen.

1417 ††† Na moeilijke onderhandelingen kan het Concilie van Konstanz in 1417 de eenheid herstellen, maar het pausdom heeft voor eeuwen een onherstelbaar verlies geleden.

 

4.2 De stad Rome tijdens de Middeleeuwen

Na het einde van het Westromeinse Rijk kent Rome een korte wederopstanding tijdens de regering van de Ostro - Gotische koning Theoderik.

Daarna komt de Byzantijnse tijd: in 522 bezet generaal Narses de stad, die wordt ingelijfd in het Oostromeinse Rijk van keizer Justinianus.† Intussen is de bevolking voortdurend geslonken tot ongeveer 20. 000 inwoners, die vooral wonen aan de oever van de Tiber en rond het Lateraans paleis van de paus op de Caelius.† Het buiten werking stellen van de aquaducten heeft het leven in de stad bijna onmogelijk gemaakt. De stad, reeds grotendeels tot ruÔne herschapen, wordt daarbij nog geregeld en hard beproefd.†

Na de val van de Karolingers ligt Rome opnieuw open voor aanvallen en plundertochten.† In de tweede helft van de 9e eeuw komen de Saracenen vanuit de zee de stad geregeld leeg plunderen.† Tijdens de investituurstrijd doorstaat Rome de belegeringen en plunderingen van Hendrik 4.† Robert Guiscard (die de paus uit de Engelenburcht komt bevrijden), Hendrik 5 en Frederik I Barbarossa.† Daarbij is de stad innerlijk verdeeld en de prooi van de strijd tussen de pausgezinde Welfen en de keizersgezinde Gibelijnen.† De adellijke families voeren strijd om het bezit van de Heilige Stoel.†

Tijdens de ballingschap van de pausen te Avignon regeert te Rome de revolutionaire demagoog Cola di Rienzi, die ervan droomt het Romeinse Rijk te herstellen. Het stadsbeeld vertoont de trieste sporen van afbraak, vernieling en plundering.† De hoger gelegen gebieden zijn verlaten, zodra er wolven huizen.† De adel heeft zich ingemetseld in de resten van de antieke monumenten.† De familie van de Frangipani heeft een eigen vesting gemaakt met het Colosseum en het gebied van de Palatinus. Omstreeks 1300 steken een zeshonderdtal gevechtstorens boven de stad uit, het 'Rome turrita'.†

Er is ťťn klein lichtpunt.† Tijdens de vroege middeleeuwen is een groep merkwaardige Griekse kunstenaars in de stad werkzaam, de 'Cosmaten' genaamd.† Aan hen dankt Rome enkele heerlijke basilieken, versierd met prachtig mozaÔekwerk.


5.† De Middeleeuwse basilieken: overzicht

Achtereenvolgens zijn drie periodes duidelijk te onderscheiden.

5.1 Eerste helft 5de eeuw: een herleven van de Constantijnse basiliek

Grootse opvatting, harmonische verhoudingen, grote vensters, ťťn absis, gelijke antieke zuilen.

  • Santa Sabina
  • Santa Maria Maggiore (Maria-de-Meerdere)
  • San Pietro in Vincoli (Petrus-Banden).
  • San Paolo fuori le mura (Paulus-Buiten-de-Muren)
  • 5.2: 7e - 12e eeuw

    Kleiner, minder geslaagde verhoudingen, kleine vensters, ongelijke zuilen, maar met een intieme sfeer.

    Voorbeelden met Byzantijnse invloed:

    Voorbeelden met Karolingische invloed:

    5.3 12e eeuw: de grote basiliekvorm herleeft.†

    Voorbeeld: Santa Maria in Trastevere (Maria over de Tiber).   De versiering van de basilieken bestaat uit

    Klik hier voor een bezoek aan de basilieken

    Uw portaalsite over Italië: www.casa-in-italia.com (informatie en verhuur)