Het bezoek begint met een boeiende confrontatie tussen de 3 Maesta's: Duccio, Cimabue en Giotto
De Maestà
van Cimabue dateert van 1280 en werd geschilderd voor de Florentijnse Santa
Trinità. Het werk dient gesitueerd te worden op het einde van de Byzantijnse
traditie. Maar onder de troon, in drie bogen, vind je 4 profeten die de komst
van Maria hebben voorspeld. Centraal staan Abraham en David: die worden rustig
voorgesteld. Aan de kanten vind je Jesaja en Jeremias: zij zijn zo ongeduldig
dat ze naar boven kijken. Er is een lichte vorm van ruimtewerking: Cimabue begint
de ruimte uit te graven, hoewel het verticalisme de belangrijkste factor blijft.
Let op de subtiele gouden lijntjes op het gewaad vande Madonna. Dit is een restant
van het Byzantinisme.
Een belangrijk detail dat het strakke Byzantijnse schema doorbreekt: de Madonna
is communicatief, ze stelt ons het kind voor en fungeerrt als tussenpersoon
tussen de gelovige en Christus. Het menselijke gebaar met haar rechterhand kondigt
dus nieuwe tijden aan.
De Maestà van Duccio (1285) werd lange tijd aan Cimabue toegekend. Maar bij Duccio vind je de typische fijnheid van de school van Siena: de nadruk ligt op het elegante, het precieuze, de kleur. De troon is subtieler en vertoont geen diepte: de lijnen gaan evenwijdig naar links. De engelen zweven in de ruimte. Een gouden boord tekent de mantel van Maria af als een sierraad.
Bij Giotto's Maestà (1310) is de mystieke visie vervangen door een meer menselijke wreld. De troon bezit echte spatialiteit. De figuren bezitten echte lichamen (door het chiaroscuro, tegenstelling helder-donker). Er is een bedekte, maar toch intense aanwezigheid van gevoelens. Het gezicht van de Madonna sluit niet langer aan bij het Byzantijnse, melancholische type. Voor het eerst verschijnt hier een echte Italiaanse vrouw. Giotto is de eerste die een consequent Italiaanse kunst aflevert.
Zoals Cimabue en vooral Giotto de Florentijnse school stichtten, zo zijn Duccio en Simone Martini verantwoordelijk voor het stichten van de Siënese school. Maar de Siënese kunst legt de nadruk op het precieuze, het verfijnde, het elegante en het chromatisme, terwijl Giotto en de Florentijnse school de compositie, de massa en de plasticiteit benadrukken.
| De Aankondiging van Simone Martini | ![]() |
Hier zijn we getuige van de Siënese "poëzie"
tegenover het Florentijns "proza". Simone Martini beeldt aristocratische
figuren uit, die aansluiting vinden bij de Franse gotiek.
Toch is er ook wat spanning: de fladderende mantel van de engel, de gebogen
figuur van Maria die zich terugtrekt. De overgang tussen de twee figuren wordt
gemaakt door de vaas met lelies, symbool voor de zuiverheid van Maria.
Echte plastische figuren zoals bij Giotto zijn het niet. Daar draagt ook de
gouden achtergrond toe bij.
Simone Martini was goed bevriend met Petrarca, zoals Giotto met Dante.
Simone had Petrarca leren kennen gedurende zijn verblijf in Avignon aan het
hof van de paus.
![]() |
De Presentatie
in de tempel werd door de Siënees Ambrogio Lorenzetti geschilderd
in 1342 voor de kathedraal in Siena. Prachtige ruimteweergave: een driebeukige
kerk met koepel. De toeschouwer staat buiten de kerk.
Tussen de groep links en de groep rechts is een leegte, die in de diepte wordt opgevuld door de priester. Mooi is de tegenstelling tussen de twee oude profeten, aan de rand van het schilderij (met rimpels!) en het gebaar van het Kind. |
| Masaccio en Masolino, Sint-Anna-ten-Drieën | ![]() |
Masaccio mag beschouwd worden als de eerste renaissanceschilder.
Hij leidde slechts een kort leven, van 1401-1428. Hij was leerling en later
collega van Masolino da Panicale (1383-1447), die 20 jaar ouder was. Maar tussen
de twee bestond een omgekeerde wereld: de leraar onderging de invloed van de
leerling. Hun belangrijkste werk vind je in de Brancaccikapel in de Santa Maria
del Carmine te Firenze. Bezoek deze
link om hierover meer te weten.
In zijn schilderkunst ging Masaccio in de leer bij Brunelleschi om de regels
van de perspectief onder de knie te krijgen. Ook door Donatello werd hij beïnvloed.
Zijn figuren zijn echte mensen, hebben volume. Ze zijn niet langer gracieus,
lief, hij was de eerste die tegen de vriendelijkheid van de internationale gotiek
reageerde (Gentile da Fabriano). Hij sluit dus duidelijk aan bij de plasticiteit
van Giotto. Hij had een enorme invloed: iedereen die in Firenze wilde leren
schilderen, trok naar de Carmine om de fresco's van Masaccio te bestuderen.
Ook de jonge Michelangelo.....
In de Sint-Anna-ten-Drieën
schilderde Masaccio de Madonna, het Kind en de engel rechts, Masolino nam de
andere engelen en Sint-Anna voor zijn rekening. Maar het compacte blok, dat
een beeldhouwwerk lijkt, is van Masaccio! Het gaat om echte lichamen, concrete
mensen. Let op energie waarmee Maria haar Kind vasthoudt. In de fresco's van
de Carmine komt hier ook nog eens de dramatiek bij en de uitbeelding van gevoelens.
![]() |
Totaal
anders is de kunst van Gentile da Fabriano. Zijn Aanbidding
der wijzen sluit aan bij de internationale gotiek, een gemakkelijke
elegante stijl die zich op het einde van de 14e eeuw had ontwikkeld. De
nadruk ligt op het elegante, het verfijnde, het detail. We zijn dus ver
af van de plasticiteit en eenvoud van Masaccio. In de Aanbidding der wijzen
worden we geconfronteerd met kamelen, dromedarissen en aapjes, vogels.
Je zou er waarempel het eigenlijke thema, de Aanbidding, voor uit het
oog verliezen. Klik hier voor een detail. Let op de mooie stoet in de verte, de prachtige kledij van de koningen. Sommige delen werder zelfs in reliëf uitgevoerd, zoals de kroon. Ook is de oorspronkelijke houten lijst bewaard. Het werk draagt het opschrift: Opus Gentilis de Fabriano/MCCCCXXIII. Het werk werd besteld door de rijke Florentijnse bankier Palla Strozzi. Gentile werkte er 3 jaar aan. Het was bestemd voor een altaar in de Santa Trinità. |
Fra Filippo Lippi, Madonna met Kind Fra Filippo Lippi (1406-1469) was een van de eersten die door de ontdekkingen van Masaccio getroffen werd, net als Fra Angelico. Vooral in zijn vroege werken zien we de invloed van Masaccio. Maar de hardheid van Masaccio wordt vervangen door zachte, vloeiende lijnen. De Madonna staat tegenover een landschap dat door een kroonlijst is omgeven. Het gaat hier om een laat werk, dat uit 1465 dateert, en relatief ver van Masaccio staat. Het werk maakt echter wel de brug naar de kunst van Botticelli.
|
![]() |
Bij Botticelli bereikt de sensibiliteit van het Quattrocento zijn hoogtepunt.
We kunnen de schilder niet begrijpen zonder het mecenaat van de Medici en de
invloed van de Neoplatonische Academie, bij wie Marsilio Ficino als een "nieuwe
Plato" werd voorgesteld.
Botticelli was een schilder van mythologische taferelen, poëtische visies
en van de dromen van het humanisme.
Zijn twee bekendste schilderijen hangen in de beroemde Botticellizaal van de
Uffizi: La Primavera, De Lente en La Nascita di Venere, De geboorte van Venus.
Venus komt er twee keer voor, eenmaal gekleed en eenmaal naakt.
De werken werden geschilderd voor Giovanni en Lorenzo Pierfrancesco de' Medici.
Deze laatste was een leerling van Marsilio Ficino, zodat de werken als het ware
een didactische functie krijgen.
De literaire bronnen die de werken hebben beïnvloed: Horatius, Ovidius
en Poliziano.
![]() |
![]() |
Hier ontleden we het iconografische programma van de Primavera,
volgens de interpretatie van Edgar Wind.
Rechts zoekt de aardnimf Chloris te ontsnappen aan Zephyrus. Door zijn adem
wordt zij getransformeerd in Flora, de godin van de lente die bloemen uitstrooit.
(Ovidius: Chloris eram quae Flora vocor). Uit Chloris'werk komen bloemen
die zich rond Flora draaien. Dit is een mooi voorbeeld van de Neoplatonische
dialectiek: de pulchritudo, de schoonheid ontstaat door de discordia
concors, een tegenstelling die tegelijkertijd een eenheid is. Twee tegengestelde
elementen worden tegen elkaar uitgespeeld, die op een hoger plan een eenheid
vormen, castitas (kuisheid) en amor (liefde) brengen zo de
schoonheid voort.
in het midden staat Venus en de geblinddoekte Eros, die zijn pijl richt op de
middelste Gratie.
Van de 3 Gratiën is de middelste weinig opgesmukt, haar haar is samengebonden.
Ze heeft een droevige, melancholische blik. De Gratie links steekt vol energie,
ze doet een stap voorwaarts, heeft losse haren en draagt een groot juweel. De
derde Gratie is trots, met een klein juweel op de borst en draagt parels.
De drie Gratiën zijn een allegorie van de abstracte trias van de Castitas
(kuisheid), Voluptas (wellust) en Pulchritudo (schoonheid).
De drie Gratiën hangen tesamen, zoals Horatius vermeldt: ze zijn segnes
nodum solvere, ze maken de kring niet graag los.
Let ook op de prachtige handen: het gebaar boven de Castitas is een
soort kroon. De dans van de Gratiën moet dus begrepen worden als een initiatie
van de Castitas. Zij is een neofiet, een nieuweling in de Liefde en
wordt ingewijd door Pulchritudo en Voluptas. Cupido houdt
zijn pijl op haar gericht.
De Castitas ondergaat de invloed van de 2 andere Gratiën. aan
haar linkerschouder valt het gewaad af, langs de kant van de Voluptas.
Aan de kant van de Pulchritudo komt een deel van haar haar los.
Anderzijds geeft zij ook haar eigen trekken aan de de dans. De dans is niet
geweldig, maar ingehouden, melodieus, kalm, zoals het gebaar van Venus.
Venus verschijnt hier dus als de godin van de maat, harmonie. Dit is een typisch
Neoplatonisch thema.
De Castitas draait zich af van de wereld en kijkt naar Hermes, naar
de hogere orde.
Hermes is gemakkelijk te herkennen aan zijn herautstaf met slangen, maar ook
aan zijn gevleugelde schoenen.
Hermes wordt ook Psychopompos genoemd, hij die de zielen naar de Hades
brengt. Hij draagt ook omgekeerde vlammen, symbool voor de dood. Hij is nochtans
van geen Pietje de Dood!
Hij verdrijft met zijn staf de wolken. Dit moet, zoals de rest van het schilderij,
filosofisch geïnterpreteerd worden (neoplatonisme). Hij verdrijft de wolken,
de nevels, die de mens beletten een zicht te krijgen op de hogere, geestelijke
werkelijkheid. De beweging, die door de dans is begonnen, de initiatie, wordt
door Hermes voortgezet. De Castitas kijkt in de richting van Hermes,
zij is dus een allegorie van de transcendente liefde, van het opstijgen, het
verlangen naar de hogere werkelijkheid. Dit is de betekenis van de ‘platonische’
liefde. Plato zei: "als de ziel de geestelijke werkelijkheid beschouwd
heeft, daalt zij opnieuw af om de waarheid, de kennis aan de wereld mee te delen".
Dit vinden we in de figuur van Zephyrus.
Daarom zijn Hermes en Zephyrus symmetrische figuren. Van de wereld weggaan en
naar de wereld terugkeren zijn de twee krachten van de ‘platonische’ liefde
waarvan Venus de volbrengster is. Het gaat om 2 fazen van een voortdurend terugkerend
proces.
Het doek is dus een illustratie van de platonische trias: emanatio
(Zephyrus, Chloris, Flora), conversio (Gratiën en Venus) en de
remeatio (Mercurius).
De figuren in lichte tinten steken af tegen een donkere achtergrond van bomen.
Het tafereel bezit geen echte dieptewerking; de compositie is zeer symmetrisch
opgebouwd; het geheel is gobelin-achtig en bezit een decoratief effect.
Het werk is het produkt van een lyrische geest en treft vooral door de ritmische
lijn en de melodieuze gratie. Poëzie in de schilderkunst!
In de beroemde Botticelizaal hangt ook de Aanbidding
van de herders door Hugo Van der Goes (1440-1482). Het werk werd besteld
door de Florentijn Tommaso Portinari, een van de vertegenwoordigers van de Medici
in Vlaanderen. De aankomst van het werk in Firenze betekende in 1483 voor de
Florentijnen en de Florentijnse kunst een ware sensatie. De Vlaamse kunst heeft
op de Italiaanse kunst een discrete, maar duidelijk aanwijsbare invloed uitgeoefend,
zoals ook de tentoonstelling Van Eyck en de Mediterrane wereld (te
Brugge, 2002) heeft aangetoond.
Als je de triptiek sluit, zie je in grisaille de Aankondiging.
Op het centrale paneel staan mensen en engelen als een cirkel rond het heilige gebeuren. Maria (groter dan de overige figuren) is samen met haar Kind min of meer geïsoleerd. Men let vooral op het realisme waarmee de herders worden geportreteerd. Je kunt je inbeelden dat de Florentijnen opkeken toen ze het werk zagen.
De figuren tonen weinig diepte, zijn min of meer tweedimensionaal, terwijl de perspectief van de gebouwen op de achtergrond wel klopt. Dit leidt tot een zekere spanning die typerend is voor de latere Van der Goes. Dezelfde spanning vind je overigens in de kleuren: het traditionele blauw van Maria, het rood van Jozef en het wit van de engelen.
![]() |
Het werk steekt ook vol symboliek: let op de vaas met rode lelies (symbool voor de Passie), irissen en de akelei (symbool voor de melancholie, het lijden van Maria). Rond Maria staan 15 engelen, wat verwijst naar de 15 vreugdes van Maria. Het graan verwijst naar Bethlehem (in het Hebreeuws = "huis van brood") en de eucharistie/incarnatie. Het gebouw op de achtergrond is het paleis van David. Hiermee zijn ook de twee belangrijkste aspecten van de Vlaamse Primitieven vermeld: het realisme en de symboliek. |
Hugo Van der Goes was vooral in Gent werkzaam. Op het hoogtepunt van zijn roem was hij lekenbroeder in het Rode Klooster te Brussel. Hij was labiel van geest. Bij hem vind je een emotionel intensiteit die je nooit tevoren vond in de Vlaamse kunst.
Het werk hing oorspronkelijk in de Portinari-kapel in de Sant' Egidio te
Firenze. Vandaag pronkt het in de Uffizi, maar het doet toch wat vreemd aan
in de Botticelli-zaal.
Vond je deze bladzijden interessant? Zijn er tekorten, aanbevelingen? Laat het me weten.
Terug naar de Homepage Toscane/Umbria
Bezoek ook eens de homepage Italiaanse kunst
Ben je op zoek naar een vakantiewoning in Toscane of Umbrië? Bezoek onze commerciële website 1 (Toscana) en website 2 (Umbria).