Pisa

Pisa bestaat al meer dan 2500 jaar en was eenmaal de meest noordelijke Etruskische kuststad. Later geïntegreerd in het Romeinse rijk, werd het een belangrijke marinebasis en het bleef ook later een niet onbelangrijke haven.

Na 800 ontwikkelde het zich tot een steeds meer te duchten tegenstander van de Saracenen. In de 11e eeuw organiseerde het zich als comune, d.i. als vrije stadstaat, zoals Genua en Venetië helemaal georiënteerd naar de Middellandse-zeehandel. In die eeuw verjaagt het de Saracenen uit Sardinië en nadien uit de Balearen en helpt het de Noormannen hetzelfde te doen op Sicilië.

In de strijd tussen keizer en paus in de 11e en 12e eeuw is Pisa keizersgezind, dus Gibellijns: de pausgezinde partij in Italië heette de Welfen. Dank zij die keuze voor de keizer kan het in de 12e eeuw zijn macht uitbreiden over het kustgebied tot La Spezia in het noorden en tot Civitavecchia in het zuiden. In die 12e eeuw bereikt het ook zijn hoogtepunt van macht en welvaart, wat zich weerspiegelt in zijn kunstscheppingen.

De ineenstorting van de keizerlijke macht in Italië in de loop van de 13e eeuw luidt dan ook het verval van Pisa in. Te land laten Lucca en Florence zich hoe langer hoe sterker gelden, op zee wordt het overvleugeld door Genua, dat in 1286 de Pisaanse vloot vernietigt verslaat in een zeeslag bij Livorno. Dat is het begin van het einde. Binnenlands wordt het van dan af verscheurd door partijtwisten, die de problemen alleen nog verergeren. En het verliest zijn vroegere bezittingen: Sardinië, de Balearen.

In 1406 moet het na een lange belegering, waarin honger en epidemieën de stad bijna ontvolken, definitief de heerschappij van Florence erkennen. Pas na een tijd komt het weer wat op, maar door de voortschrijdende verzanding van het lagunegebied waarin het lag, en doordat Florence de haven van Livorno uitbouwt (een meer geschikte zeehaven dan Pisa) verlegt de economische activiteit zich van Pisa , daarheen.

Pisa wordt een rustige universiteitsstad. Het is de geboorteplaats van Galileï (1562-1642), die er wel nooit gedoceerd heeft, en van Antonio Pacinotti (19e-eeuws fysicus).

Met de door handel en verovering verworven rijkdom hebben de Pisanen in hun glorietijd de monumenten gebouwd die nu nog de roem van de stad uitmaken: de Dom (vanaf 1063), de Doopkapel (vanaf 1153), de Campanile beter bekend als de Scheve Toren (vanaf 1173), het Camposanto of kerkhof (vanaf 1277). Het handelsverkeer met het Oosten verklaart de oosterse elementen in hun kunst: Byzantijnse, zoals mozaïeken met gouden achtergrond en strenge heiligenfiguren, en arabisch-moorse, zoals bogen in afwisseling van wit en donker marmer. Typisch voor de architectuur van Pisa is het gebruik van loggia's van witte zuilen en zuiltjes om door het daaruit voortvloeiende spel van schaduwlijnen leven en diepte te geven aan de ernstige wit-marmeren Romaanse gevels.

Op het gebied van de beeldhouwkunst is de invloed van Pisa nog beduidender dan op dat van de bouwkunst: een plejade van grote beeldhouwers tussen 1150 en 1350 dragen de naam Pisano, d.i. 'van Pisa', ook als ze van elders afkomstig zijn, omdat ze in Pisa zijn gevormd: Bonanno Pisano ca.1180, Nicolo ca.1260, diens zoon Giovanni ca.1300, Andrea ca.1330, diens zoon Nino ca.1360.

De vier boven genoemde bouwwerken van Pisa liggen alle bijeen in de noordwestelijke hoek van de stad, in een ideale ruimte, vrij van elke andere bebouwing, een plein niet van steen maar van gras, veilig achter de daar in 1165 gebouwde stadsmuur. Als men door de noordwestelijke stadspoort binnentreedt, ontvouwt het Plein der Wonderen,de Piazza dei Miracoli, zoals men het noemt, heel zijn schoonheid. Wat verder, waar men tussen Doopkapel en Dom ook de gevel ziet verschijnen van het Camposanto, staat men op de ideale plaats om het geheel in ogenschouw te nemen. De indruk is er een van feest en vrolijkheid. Zelfbewust en helder staan de harmonische massa's van de gebouwen in het groen geplant, met over het wit van de marmerwanden de steeds verschuivende schaduw die de ritmische zuilenrijen van de loggia's erop aftekenen.

Doopkapel

De Doopkapel, begonnen in 1153, en dus Romaans, kwam pas klaar na 1278, dus volop in de tijd van de gotiek, wat men ziet aan de in die periode toegevoegde wimbergen en pinakels. Maar het gebouw zelf is massief Romaans, een met guirlandes omhangen burcht van buiten, architecturaal streng en verheven van binnen.

De ingang aan de Dom-zijde is versierd met voluten naar antiek model en met de afbeeldingen van de maanden en van de apostelen en met religieuze taferelen. De ruimte heeft een zulkdanige resonantie dat men vier na elkaar gezongen tonen als één akkoord blijft horen; om er te preken moet ze dan ook volkomen ongeschikt zijn geweest.

Toch is het waardevolste kunstwerk er een preekstoel van Nicola Pisano uit 1260, het eerste grote kunstwerk van die aard in Italië. Van dat soort preekstoelen zijn er overigens maar 4:

Na hem stierf dat ontzaglijk veeleisende type kansel weer uit. Dergelijke preekstoelen zijn bedoeld als een visuele samenvatting van de geloofsleer en het morele leven voor een bevolking die grotendeels ongeletterd was. Die functie hebben ook de vele Middeleeuwse fresco's. Nicolo heeft zich duidelijk geïnspireerd op de laatromeinse beeldhouwkunst, die hij kende via de sarcofagen uit de oudheid welke nu in het Camposanto te zien zijn. Dat geeft zijn figuren een grotere levendigheid en realisme dan die van de Romaanse kunst. Zo herinnert de Madonna in het centrum van het paneel met het verhaal van Jezus' geboorte (tegelijk met de Boodschap van de engel en de huldiging door de herders) aan Phaedra op de Hippolytus-sarcofaag.
lnderzijds zijn zijn figuren minder conventioneel en stereotiep dan die van de sarcofagen: hij wordt geinspireerd door een religieuze boodschap die hij wil meedelen en dat versterkt de kracht en geladenheid van de taferelen. Let bijv. op de intensiteit en de dramatiek van de uitbeelding van het Laatste Oordeel. De preekstoel rust op zeven (heilig getal!) zuilen, waarvan er drie op leeuwen rusten: wellicht symbolen van de duivel, wiens macht moet onderdoen voor die van het geloof, dat van de kansel verkondigd wordt.

Een kunstwerk is verder ook het doopbekken met zijn 16 panelen (het doopbekken is een achthoek: doopkapellen of doopbekkens lebben bijna altijd die vorm), rijkelijk versierd en met ivoor ingelegd. De doopvonten zijn ingebouwd in de hoeken van de balustrade.

Dom

Bij het naarbuiten komen staat men voor de heerlijke voorgevel van de Dom, een schepping van Rainaldo (12 e eeuw ), elegant en tegelijk vorstelijk, in zijn kapitelen en ornamenten klassiek romeins, maar met Byzantijnse
inslag in het inlegwerk van polychroom marmer en met Romaanse inspiratie in het beeldhouwwerk aan de kroon- en cordonlijsten: vreemdsoortige dieren en mensengezichten, echo uit de diepte van naamloze dreigingen die
de Middeleeuwse mens over zijn wereld voelde hangen: ziekten, hongersnood, geweld, dood...

De bronzen deuren dateren uit ca.1600 (barok) en vervangen de door een brand vernielde deuren van Bonanno Pisano uit 1180, waarvan de zgz. Porta Raineri aan de andere kant van de Dom een idee geeft.

Het interieur van de Dom, vijfschepig, gedragen door vier rijen machtige zuilen uit één stuk, is tegelijk feestelijk en groots. Die feestelijkheid dankt het o.a. aan het spel van wit en donker marmer in de bogen (moorse inspiratie), aan de mozaieken en het caisson-plafond. In de toegevoegde versiering (schilder- en beeldhouwwerk) zijn alle kunststijlen terug te vinden tot en met de barok. Van de oorspronkelijke bevloering in cosmatenwerk (mozaieksteentjes in geometrische figuren gelegd) is nog een rest te zien vooraan. De kapitelen van de zuilen zijn geïnspireerd door antieke modellen, maar hier en daar nog figuratief verrijkt.

Maar het kostbaarste stuk is ongetwijfeld de preekstoel van Giovanni Pisano uit 1310. Boven een groep allegorische beelden (o.a. de vier 'kardinale' deugden: rechtvaardigheid, matigheid, sterkte, vooruitziendheid), en gedragen door 12 marmeren zuilen, rijzen de prachtig gebeeldhouwde licht convexe panelen, 9 in getal, afgelijnd door profetenfiguren, die zelf weer de lijn doortrekken van de met sibyllen bekroonde zuilkapitelen. De panelen staan hoger dan in de Doopkapel, zodat de expressie van de gezichten en de verfijning van de details minder goed te zien is; maar de gevarieerde en kunstige compositie van die taferelen is wel goed te zien.

Vergelijk bijv. die van het Kerstgebeuren, gedomineerd door de figuur van de liggende Maria, duidelijk groter dan de andere figuren, met die van de Aanbidding door de Wijzen ernaast, of met de dramatiek van de Kindermoord te Betlehem of de twee onderling zo verschillende panelen van het Laatste Oordeel. De voorstellingen komen alle uit het evangelie, maar opvallend genoeg heeft er niet één betrekking op Jezus' openbaar leven: de aandacht gaat op een bijna overdreven wijze naar het kindheidsevangelie en het laatste oordeel.

Langs de helder gelede zijmuur met zijn ritmisch spel van rijzige pilasters, bekroond met boogjes, en typisch Romaans (volle muur, kleine venstertjes, rondbogen, weinig beklemtoonde steunberen) komt men aan de dwarsbeuk (binnen was te zien dat die zelf al drieschepig is), afgesloten met een kleine apsis (let op de eenvoudige maar verfijnde architectonische versiering).

Aan de andere kant van de dwarsbeuk staat men voor het naar het oosten georiënteerde koor. In de hoek van koor en dwarsschip is een later toegevoegde ingang, de zgz. Porta Raineri, versierd met heerlijke bronzen deurpanelen, een werk van Bonanno Pisano (1180), vol van een Romaanse eenvoud en daardoor tegelijk van een kracht die iedere aandachtige kijker aanspreekt, na meer dan acht eeuwen nog altijd nieuw. Zie bijv. hoe de geboorte van Jezus er uitgebeeld is (rechts beneden). Als een bronzen strip verhaalt de deur van beneden naar boven het leven van Jezus.

Campanile of Scheve Toren

Als men zich omdraait, staat men voor de Campanile of Scheve Toren, het best bekende, maar niet het belangrijkste of mooiste monument van de Piazza dei Miracoli. Boven een gesloten onderbouw, opgevrolijkt door inlegwerk van polychroom marmer, rijzen rondom de massieve romp zes witmarmeren loggia's boven elkaar uit, bekroond door een klokkentoren van wit en donkerder marmer. Duidelijk heeft de architectonische versiering van de Dom hier model gestaan. Hij is al begonnen in 1173 door Bonanno Pisano, maar pas diep in de 14e e. klaargekomen.

Doordat hij al tijdens de bouw begon te hellen ten gevolge van de verzakking van de funderingen (de ondergrond is moerassig), hield men op, begon pas veel later opnieuw, na een poging om de fundamenten te verstevigen, hield na de 6e verdieping weer op en sloot de bouw definitief af ca.1370 met de toevoeging van de klokketoren.

Nu is de is de campanile 55 m hoog, maar hij moest hoger geworden zijn: nu lijkt hij te breed en wat plomp voor die relatief beperkte hoogte. Binnenin voert een wenteltrap van ca. 300 treden tot helemaal boven. Op elke verdieping kun je op de buitenomloop (zonder borstwering!) om de toren heen wandelen. Helemaal boven heb je een prachtig uitzicht, niet alleen over de stad en de streek, maar ook en vooral op het architecturale wonder van Dom, Camposanto en Doopkapel.

Camposanto

Noordelijk van Dom en Doopkapel strekt zich als laatste monument van het Plein der Wonderen de langwerpige rechthoek uit van het Camposanto of kerkhof, gebouwd in de 13e eeuw, zuiver gotisch. De 130 m lange blanke gevel is onvergetelijk, in een volmaakt en stil ritme geleed door een processie van pilasters en boogjes. Vanaf de klokkentoren kun je, ook de binnenarchitectuur zien met het ranke gotische raamwerk zonder spitsbogen.

De gangen om de binnentuin zijn in de 14e-15e eeuw met een uitzonderlijke collectie fresco's beschilderd. Maar een beschieting door amerikaanse artillerie op 27 juli 1944 heeft die grotendeels vernield (o.a. een reeks van 23 fresco's van Benozzo Gozzoli met taferelen uit het Oude Testament) of zwaar beschadigd. Bij de restauratie heeft men ze van de muur weggenomen waarop ze in de natte kalk (al fresco, het adjectief fresco betekent 'vers') geschilderd waren en ze op panelen overgebracht.

Daardoor zijn op veel plaatsen de schetsen bloot gekomen waarvan de schilder uitging. In hun soberheid spreken die soms nog sterker aan dan de fresco's zelf.

In een zaal in de noordelijke vleugel zijn de best bewaarde fresco's bijeengebracht, met name De Triomf van de Dood, een typisch middeleeuws thema (denk bijv. aan Elckerlyck) en een groots Laatste oordeel, eveneens Middeleeuws als thema en als voorstellingswijze.

Varia

In de stad en in de omgeving ervan getuigen nog tal van andere oude monumenten van Pisa's vergane glorie, vooral kerkjes en palazzi. De kerkjes zijn gewoonlijk klein en de oudste stralen een echt Romaanse eenvoud uit. Als gemeenschappelijk kenmerk hebben ze een gevel uit wit marmer, soms met donkere banden en opgefleurd met zuiltjes. De voornaamste van die oude kerkjes zijn:

Pisa telt ook tal van mooie palazzi (grote herenhuizen, geen 'paleizen'), zo bijv. aan de Piazza dei Cavalieri. Ook de Arno is ermee omzoomd.

Aan de noordelijke oever valt het palazzo Agostíni op uit ca.1400, met terracottaversiering en beeldhouwwerk (eertijds waren er meer palazzi van dat soort) en aan de zuidelijke het palazzo Gambacorti uit de 14e eeuw. De okergele kleur van veel huizen en palazzi is typisch voor Italië en geeft een eigen cachet aan de Italiaanse steden.

Vond je deze bladzijden interessant?  Zijn er tekorten, aanbevelingen? Laat het me weten.

     Terug naar de Homepage Toscane/Umbria

Bezoek ook eens de homepage Italiaanse kunst

Ben je op zoek naar een vakantiewoning in Toscane of UmbriŽ?  Bezoek onze commerciŽle website 1 (Toscana) en website 2 (Umbria).