Orvieto

Klik hier voor een plan van Orvieto

Tip: als je Orvieto met de wagen wil bezoeken, rijd dan de historische stad niet in, maar parkeer je wagen beneden, aan het station en neem de funicolare.

Terni/Umbrie

Gelegen op een 'voetstuk' van tufsteen lijkt Orvieto op een eiland. De Etrusken bouwen graag op een plateau: Orvieto was een centrum van Etruskische cultuur, waarvan de naam desondanks onbekend bleef. (Misschien was het Volsinii Veteres.)  Even onbekend is zijn naam in de Romeinse tijd. Eerst in de Middeleeuwen vinden wij schriftelijke vermeldingen van Orvieto onder de naam 'Urbs Vetus' of 'Urbibentus'. Wegens haar geografisch unieke ligging werd de stad naast Viterbo spoedig het meest geliefkoosde vluchtoord van de pausen. In 1157 werd er een verdrag tussen de paus en de vrije stad Orvieto ondertekend, waarin de paus zich verplicht de autonomie der stad te respecteren. Als tegenprestatie eerbiedigen de inwoners zijn wens een zetel in de stad te hebben. In 1263 werd er door paus Urbanus 4 het feest van Sacramentsdag ingesteld. Niettemin werd paus Martinus 4 wegens de vele Fransen, die hij met zich had meegebracht, uit de stad verdreven. Ook de verhouding tussen de burgers onderling was niet steeds rustig: zoals in vele Middeleeuwse steden was er vaak strijd tussen de families, in Orvieto de Monaldeschi, Filippeschi en Alberici, waarin geheel de stad werd meegesleept. De economische bloei van de stad werd door de aanwezigheid van de pausen bevorderd. De stad werd het culturele aantrekkingspunt van haar tijd, toen Thomas van Aquino, de belangrijkste filosoof uit de Middeleeuwen, aan het 'Studium' les gaf. In deze tijd verrezen er kerken en paleizen. Om aan een burgeroorlog te ontkomen stelde Orvieto zich ten slotte rond het jaar 1450 onder de directe bescherming van de paus en het bleef tot 1860 tot de Kerkelijke Staat behoren. In de loop der geschiedenis verbleven in de versterkte burcht zevenendertig pausen.

Dom: architectonisch wordt het bouw werk als iets unieks aangemerkt. De eerstesteenlegging vond plaats door paus Nicolaas 4 ter herinnering van het wonder van Bolsena. Waarschijnlijk was de eerste bouwmeester Arnolfo di Cambio. Hij werd opgevolgd door Ramo di Paganello uit Siena, die blijkbaar veranderingen aanbracht in het ontwerp van Arnolfo. Aan Lorenzo Maitani uit Siena (bouwleider van 1301 tot 1330) wordt de tegenwoordige gevel toegeschreven. 

Het wonder van Bolsena greep plaats in 1263.  Een boheemse priester die de mis opdroeg op het graf van de H. Christina te Bolsena, had ernstige twijfels over de transsubstantiatie (het feit dat de hostie verandert in het lichaam van Christus).  Toen bloed uit de hostie vloeide, zag hij zijn vergissing in.  Hij rende naar de paus Urbanus 4 in Orvieto, die bisschop Giacomo zond om het gebeuren te verifiŽren.  Naar aanleiding van dit gebeuren werd het feest van Corpus Domini ingesteld.

Van Lorenzo Maitani en zijn medewerkers (zijn zoon Vitale en Nicola di Nuto) zijn ook de prachtige bas-reliŽfs op de vlakken tussen de portalen

1e vlak: taferelen uit Genesis

2e vlak: de boom van Jesse

3e vlak: Nieuwe Testament

4e vlak: het Laatste Oordeel.

 

De symbolen van de evangelisten op de gevel zijn van de Maitani. In de lunet van het hoofdportaal Maria met Kind door Andrea Pisano. In het midden van het roosvenster een 'portret van de Heiland' door Giovanni dl Stefano uit Siena. In het vierkant rondom het roosvenster 52 marmeren koppen uit de 14e eeuw; aan de zijkanten 12 profeten, 14e-16e eeuw, boven het roosvenster de 12 apostelen. De mozaÔeken zijn uit de 14e eeuw; er werden echter later vaak veranderingen in aangebracht. 

 

Interieur: de Latijnse Kruisvorm van de drieschepige kerk springt bijzonder in het oog. De zuilen en zijmuren bestaan uit afwisselende lagen zwart basalt en lichte kalksteen. Het dwarsschip toont reeds sterk gotische stijlvormen, terwijl het middenschip deels nog het stempel van het klassieke ritme draagt. In het middenschip rechts wijwaterbekken van A. Federighi, 16e eeuw.

Links: gotisch doopbekken, begonnen door Luca di Giovanni uit Siena, voortgezet door Jacopo di Piero Guidi uit Firenze

Zijmuur: H. Maagd door Gentile da Fabriano.

In de absis fresco's van Ugolini di Prete Ilario en Pinturicchio.

In het linker dwarsschip de Cappella del Corporale, waar in een kostbaar reliquiarium de met bloed bevlekte heilige doek van Bolsena wordt bewaard. Het schrijn is een werkstuk van Ugolini di Vieri (1338). Op de muren van de kapel ziet men fresco's van Ugolini di Prete Ilario, waarin in de 19e eeuw veranderingen werden aangebracht.

Het grote absisraam werd gemaakt door Giovanni Bonino uit Assisi volgens tekeningen van Maitani, die op zijn beurt weer werd beÔnvloed door Simone Martini.

Het mooiste gedeelte van de Dom is echter de Cappella Nuova o della Madonna di S. Brizio, waar 2 belangrijke schilders werkzaam zijn geweest, Fra Angelico en Luca Signorelli.

In 1447 beschilderde Beato Angelico de beide gewelven (Christus als rechter met engelen en aartsvaders). 

Het werk werd in 1499 door Luca Signorelli voortgezet, die hier een van de beroemdste apocalyptische cycli schiep: voorstelling van het einde van de wereld, de prediking door de antichrist (links de portretten van Signorelli en Beato Angelico), de bijeenroeping der zaligen, het optrekken van de rechtvaardigen naar de hemel, de verdoemden, de opstanding van het vlees. Op het onderste deel van de muur medaillons met portretten van dichters.

De daden van de Antichrist, met zelfportretten van Signorelli en Fra Angelico
De verrijzenis van het vlees

De hel

De verdoemden: Signorelli toont zich een waardige voorloper van Michelangelo's beroemde fresco's
De uitverkorenen
De Latijnse dichter Vergilius, met een detail: Dante en Vergilius in de Inferno

Tegenover de Cappella dei Corpi Santi de mooie marmeren Kruisafneming door lppolito Scalza.

Palazzo Soliano of dei Papi: dit 13e-eeuws paleis is opgetrokken uit tufsteen. Nu is het het Museo dell'Opera del Duomo. Tot het belangrijkste van hetgeen er te zien is, behoren Etruskische vondsten en schilderijen van Andrea Pisano (H. Maagd met Kind), Nicolo Nuti (Zegenende Christus), Simone Martini (H. Maagd met Kind) (afbeelding), Ippolito Scalza (H. Thomas) en Francesco Mochi (Engel als hemelse boodschapper).

Palazzo Faina: dit paleis tegenover de Dom herbergt een bezienswaardig Etruskisch Museum.

S. Andrea: aan de Piazza della Repubblica. Werd in de 12e eeuw opgetrokken op de overblijfselen van een kerk uit de 6e eeuw (de resten zijn te zien in een onderaardse gang). Verbouwing in de 14e eeuw. Aandacht verdient de twaalfhoekige klokkentoren, deels Lombardisch beÔnvloed, deels in de stijl van de Romeinse militaire architectuur ten tijde van Augustus (zoals de 2 polygonale torens bij de Porta Venus in Spello). Interieur: marmeren kansel 13e eeuw; Magalotti's praalgraf in de stijl van Arnolfo di Cambio met een fresco, toegeschreven aan Ambrogio Lorenzetti.

Palazzo Comunale: dit oorspronkelijk uit de 13e eeuw stammende paleis werd herbouwd door lppolito Scalza (1573-1581).

Palazzo del Popolo: het paleis ligt ten NW van de Piazza della Repubblica. Het is gebouwd in Romaans-gotische stijl. Typisch voor de profane architectuur van die tijd is de weids ontworpen bordestrap en de grote zaal binnen.

 

S. Domenico: gebouwd in de 13e eeuw en daarna vaak verbouwd. In de kerk een meesterwerk van Italiaans-gotische beeldhouwkunst: het grafmonument van kardinaal De Braye door Arnolfo di Cambio.

 

S. Giovenale: deze kerk dateert uit rond 1000. De fresco's door onbekende plaatselijke kunstenaars kwamen er eerst in 14e en 15e eeuw.

S. Maurizio: dit bekoorlijk beeld (14e eeuw) staat op de Piazza del Duomo en slaat de uren.

 

Necropolis: de Etruskische begraafplaats (necropoli etrusca del Crocefisso del Tufo) uit de 6e eeuw v.Chr. ligt even buiten het zuidelijke deel van de stad. De necropool (dodenstad) bezit kamergraven, die in reeksen langs de straten zijn opgesteld. Op de architraaf van elk graf vind je het nomen gentilicium (familienaam) van de overledenen.

Pozzo di San Patrizio: Clemens 7 liet in 1527 naar ontwerp van Antonio da Sangallo de Jongere de bron aanleggen aan de Noordrand van de stad. De bron heeft twee concentrische trappen (248 treden tot op de 62 m diepte liggende bodem). Hij moest ingeval van een beleg van de stad dienen als waterreservoir. In de onmiddellijke nabijheid ligt de vesting, die gebouwd werd in opdracht van kardinaal Albornoz.

Etruskische tempel: deze is te vinden in de buurt van de bron.

Vond je deze bladzijden interessant?  Zijn er tekorten, aanbevelingen? Laat het me weten.

     Terug naar de Homepage Toscane/Umbria

Bezoek ook eens de homepage Italiaanse kunst

Ben je op zoek naar een vakantiewoning in Toscane of UmbriŽ?  Bezoek onze commerciŽle website 1 (Toscana) en website 2 (Umbria).