Wat is renaissance

Het woord 'Renaissance' betekent 'wedergeboorte'. Het werd voor het eerst gebruikt door de Italiaanse kunsthistoricus Giorgio Vasari in zijn werk Le vite dei più eccellenti architetti, pittori e scultori italiani da Cimabue insino ai tempi nostri (1550).
Vasari meende in de ontwikkeling van de kunst drie perioden te moeten onderscheiden: de schitterende periode van de Oudheid, de tussenperiode van verval, de ‘Middeleeuwen', en de wedergeboorte van de kunst, vanaf omstreeks 1250.
Het toppunt van de ‘moderne’ kunst lag voor Vasari in de kunst van Michelangelo. Het enige wat eigentijdse kunstenaars nog konden doen, was de maniera van Michelangelo navolgen: dergelijke kunstenaars noemen we maniëristen.
Vasari was ervan overtuigd dat de klassieke kunst bij het begin van het christelijk tijdvak was ten onder gegaan. Als oorzaken van deze ondergang zag hij de invallen van de barbaarse stammen en de vijandigheid van de vroegchristelijke priesters en geleerden. Dit is slechts gedeeltelijk waar.
Dezelfde schrijver geeft ook de elementen aan die de wedergeboorte van de kunst hebben mogelijk gemaakt. Het zijn:

1. Terugkeer tot de kennis en de waardering van de Oudheid

De Renaissance is geen kopie van de Oudheid maar inspireert zich op de Oudheid.
Eigenlijk is de kennis van de Oudheid, vooral in Italië, nooit volledig dood geweest. In de Middeleeuwen was ze echter zeer beperkt, vooral door het gebrek aan voldoende kennis van het Grieks. De terugkeer naar de Oudheid gebeurde dan ook op het gebied van de literaire kennis (humanisme).
De Oudheid en de Griekse taal leefden wel voort in Byzantium. De inname van deze stad door de Turken, in 1453, was er de oorzaak van dat vele geleerden uitweken naar het Westen. Velen vestigden zich in de rijke bankiersstad Firenze. Cosimo de’ Medici stichtte er de Plato-Academie voor de studie van de Griekse wijsbegeerte. Het denken van Plato zal op de Renaissancekunstenaars trouwens een grote invloed uitoefenen (het zgn. neoplatonisme). Velen, waaronder Michelangelo, meenden dat er een synthese mopgelijk was tussen het neoplatonisme en christendom.
Naast de oprichting van dit intellectueel centrum zijn nog andere gebeurtenissen te vermelden, zoals de ontdekking van het werk De Architectura van de Romeinse architect Vitruvius en het opgraven van beelden uit de Oudheid.
Het bleef niet bij een loutere kennis van de Oudheid maar het hernieuwde contact deed een ware devotie voor de antieken ontstaan. De normen van de Oudheid bepalen de smaak, de oude levensvormen worden overgenomen. Een nieuw mensentype ontstaat: de mondaine, verlatijnste geleerde, kunstenaar of hoveling. Aan het hof van verlichte heersers, zoals de Medici te Firenze en de Sforza te Milaan, schiet die aristocratische levenshouding wortel, en verspreidt zich vandaar uit over de andere hoven van Italië en Europa.

2. Terugkeer tot de geesteshouding van de Oudheid

Ook de mentaliteit van de Renaissancemens wordt door de normen van de Oudheid sterk beïnvloed. In de christelijke Middeleeuwen ging alle aandacht naar God (theocentrisme). Nu keert de mens naar zichzelf terug. De Renaissance plaatst de mens in het centrum van de belangstelling, zonder daarom God uit te sluiten (antropocentrisme).
De kunstenaar wordt aangezien als de meest begenadigde figuur in een samenleving waar de cultus van de persoon weer opleeft. De kunstenaar is tevens een geleerde en een veelzijdig ontwikkeld man (het ideaal van de uomo universale). Typische voorbeelden zijn Leonardo da Vinci en Michelangelo. De kunstenaar is niet langer de anonieme ambachtsman van de Middeleeuwen, maar signeert fier zijn werk.
In de Renaissance krijgt men opnieuw vertrouwen in de menselijke rede, de ratio. De Renaissance is dan ook een rationele kunst. Het vertrouwen in de menselijke rede brengt ook de achting voor de mathematica met zich mee. Vandaar het gebruik van streng mathematische figuren in de kunst. Sommige geleerden trachten zelfs de overeenkomst tussen het menselijk lichaam en mathematische figuren aan te tonen.

3. Terugkeer naar de natuur en de realiteit

De aandacht gaat niet alleen naar de mens maar ook naar de hem omringende natuur. De Middeleeuwen hadden weinig aandacht voor het aardse, het boven-natuurlijke. De Renaissance herontdekt de concrete wereld. De spiritualiteit van Sint-Franciscus speelde hierin ook een belangrijke rol.
In plaats van gestileerde figuren af te beelden op een (vaak gouden) achtergrond zonder diepte, streeft men ernaar het menselijk lichaam realistisch uit te beelden en het in een realistisch kader (natuur, stad...) te plaatsen.
De kunstenaar wilde de wereld die hem omringde, weergeven zoals hij die met zijn eigen ogen zag. Hiervoor gebruikte hij bijvoorbeeld parallelle lijnen die aan de horizon in een punt, het centrale vluchtpunt of verdwijnpunt, samenkomen. Hij maakt hiervoor gebruik van de perspectief.
Brunelleschi's poging om zijn gegevens goed op papier te krijgen bracht hem tot het uitvinden van de lineaire perspectief: het werken met verdwijnpunt(en) waar alle zichtassen samenkomen; een middel om de driedimensionale ruimte op een vlak oppervlakte weer te geven, waarbij alle afstanden meetbaar zijn. Deze wetenschappelijke ontdekking had een enorme uitwerking op de kunsten.
De kunstwerken zijn echter vaak zo georganiseerd dat ze geometrische vormen in het licht stellen. Het gaat dus om een ‘artificieel’ realisme.
Ook de mens zelf wordt voorgesteld in zijn natuurlijke verschijning. Met bewondering wordt het naakt menselijk lichaam geschilderd of gebeeldhouwd.

4. Terugkeer naar het grootse verleden van Italië

Italië, opgesplitst in een groot aantal stadstaten, kent een druk politiek leven. In de steden heerst een hoge economische en culturele bloei. De hoge burgerij is het centrum van de cultuur die steunt op de verheerlijking van het Romeins verleden. Zo ontstaat een nationale trots en een verlangen de oude glorie te doen herleven. De Renaissance is dan ook een nationale kunst.

5. Renaissance en religie

Ondanks de nadruk die gelegd werd op de mens en zijn prestaties, was de Renaissance niet ongelovig. Het wereldbeeld in de Renaissance werd niet zozeer bepaald door een secularisatie van de wereld en de kunst -de mensen uit de Renaissance waren even bezorgd om hun zielenheil in het hiernamaals als de mensen uit de Middeleeuwen- als wel naar een streven de goddelijke orde met aardse middelen aanschouwelijk te maken en haar op die manier indringender te maken voor de gelovigen.

Op maatschappelijk vlak werden de Middeleeuwen overheerst door de Kerk, waarvan de kunst de leer uiteenzette. In de Renaissance komt de nadruk te liggen op een aantal autonome staten die de vergelijking met de Griekse stadstaten kunnen doorstaan. Naast de hertogdommen van Milaan, Mantova, Ferrara, bestuurd door verlichte en kunstminnende heersers, het koninkrijk van beide Siciliën, de pauselijke staten, kende men in Noord- en Midden-Italië een aantal welvarende republieken. Twee typische voorbeelden zijn Firenze en Venetië. Daar, maar ook in kleinere steden zoals Siena, Pistoia en Lucca, drie Toscaanse steden, ontstonden artistieke scholen, opgesplitst in een aantal ateliers (bottega) onder de leiding van een meester.
De kunstenaars verplaatsten zich over heel Italië (ook erbuiten) om aan de bestellingen van machthebbers, de Kerk of privé-personen te voldoen.

 Keer terug naar de homepage Italiaanse kunst

Ga naar de homepage Umbria/Toscana

 Ga naar verhuur vakantiewoningen in UmbriŽ

 Ga naar verhuur vakantiewoningen in Toscane

Uw portaalsite over Italië: www.casa-in-italia.com (informatie en verhuur)