De Renaissance: architectuur in Italië

Karakter van de renaissancegebouwen

Bijzonderste vormelijke middelen:

Soorten bouwwerken

a. het palazzo: stedelijk paleis van de adel en de rijke burgerij

De ontwikkeling van het palazzo hangt samen met de politieke en economische evolutie in Italië. De Florentijnse bankiers moesten over goed versterkte huizen beschikken om hun geld in perioden van burgertwisten te beveiligen. (Venetië is een uitzondering. Daar waren de paleizen van de handelaars steeds meer open van karakter.)
Het gebouw heeft een rechthoekig grondplan: de gebouwen omsluiten een binnenplein (cortile). Op de benedenverdieping vindt men dienstruimten, woonst van personeel en stallen, op de eerste en tweede verdieping: woonplaatsen van de patriciërsfamilie.
Het Palazzo Medici-Riccardi, door Michelozzo gebouwd van 1444 tot 1464, is het prototype van het Florentijnse renaissancepaleis. Michelozzo bouwde het als een woning voor de Medici-familie die feitelijk Firenze bestuurde.
Het gaat om een zwaar gesloten blok, overzichtelijk in zijn structuur. Het is stoer als een burcht, symbool van de macht en de rijkdom van de Medici.
Men vindt er 3 horizontale geledingen, die van elkaar gescheiden worden door een doorlopende horizontale lijn (horizontalisme, analytische kunst, overzichtelijkheid). De benedenverdieping bestaat uit ruwe blokken (rustico). De tweede verdieping is gladder, de derde bestaat uit een effen muur.
De twee bovenste geledingen worden gebroken door een rij dubbelramen, die door een boog omspannen worden. De kroonlijst verwijst naar antieke voorbeelden.
Dit prototype wordt nagevolgd in de overige Florentijnse paleizen zoals Palazzo Strozzi en in heel Italië, zoals in het Palazzo Farnese te Rome.

b. het kerkgebouw

Er zijn twee grondtypes:

Overzicht

Quattrocento  (15e eeuw) met als centrum Firenze

Bouwmeesters: Filippo Brunelleschi (1377-1446)

Leon Battista Alberti (1404-1472):

Benedetto da Majano (1442-1497): Palazzo Strozzi
Michelozzo (1391-1472): Palazzo Medici-Riccardi

Vanuit Firenze verspreidt de nieuwe stijl zich, vooral in Noord-Italië:

Cinquecento  (16e eeuw) met als centrum Rome

(sedert pauskeuze van Julius II, 1503)

Architecten:

Donato Bramante (1444-1514): Bezit een buitengewone smaak, rijkdom van inspiratie en een grote behendigheid in de vormgeving. Hij werkte eerst te Milaan en werd algemeen erkend als dé bouwmeester van de nieuwe richting. Hij werd door Julius II naar Rome geroepen voor de bouw, van een nieuw paleis en een nieuwe basiliek.
Werken te Rome:

Antonio di Sangallo (1485-1546)

te Rome: Palazzo Farnese (bovenste verdieping door Michelangelo)


Michelangelo (1475-1564): zie Sint-Pietersbasiliek

Andrea Palladio (1508-1580)

Jacopo Sansovino: (1406-1570)
te Venetië: Libreria, Loggetta, Palazzo Corner

De Sint-Pietersbasiliek

Hoogtepunt van de Renaissance, overgang naar de barok

In 324 bouwde Constantijn de eerste basiliek op de plaats van het circus van Nero. In de 15e eeuw was de kerk zeer bouwvallig geworden. Nicolaas V vroeg een ontwerp voor een nieuwe basiliek aan Alberti, maar zonder gevolg. In 1503 droeg Julius II dit werk op aan Bramante. Deze koos als grondplan een Grieks kruis, met een centrale koepel, omringd door vier kleine koepels, naar Byzantijns voorbeeld. De eerste steen werd gelegd in 1506. Wanneer Bramante stierf, in 1514, waren de grondvesten voor de koepel klaar. Leo X droeg de voortzetting van de bouw op aan de Florentijn Giuliano da Sangallo, die het grondplan van Bramante veranderde in een Latijns kruis. Ook Raffaello werkte mee aan de opbouw. Na Raffaello krijgt Peruzzi de leiding; hij besloot opnieuw een Grieks kruis uit te werken. Doch steeds werd de uitvoering uitgesteld, en zo kwam de architect van Paulus III, Antonio da Sangallo terug tot de opvatting van het Latijns kruis!

Michelangelo kreeg in 1547 de opdracht de werken voort te zetten. Ofschoon reeds 72 jaar oud, nam hij die taak op zich en zette zich onverpoosd aan het werk. Als basis voor het gebouw hernam hij de opvatting van Bramante, het Grieks kruis. De centrale koepel behield dezelfde afmeting, maar de grootte van het gebouw werd verminderd. Toen Michelangelo stierf, in 1564, was het gebouw klaar, met uitzondering van de koepel.
Giacomo della Porta bouwde de koepel volgens het plan van Michelangelo, maar niet zo hoog als voorzien. In de barokperiode voegde Maderna bij de centraalbouw een groot middenschip en een monumentale voorgevel, zodat het huidig grondplan opnieuw de vorm van een Latijns kruis kreeg. Hierdoor heeft de basiliek van Michelangelo haar oorspronkelijke grootsheid verloren, daar vanop het plein de koepel niet meer helemaal zichtbaar is. Dit groot verlies werd enigszins vergoed door de colonnade van Bernini rond het Sint-Pietersplein, gebouwd in 1655-1667. Deze architect zorgde ook voor de barokversiering in de basiliek en het grootse baldakijn boven het graf van Sint-Pieter.
Urbanus VIII consacreerde de basiliek op 16 november 1626. De bouw had 120 jaar geduurd.
De ontwikkeling van de bouwkunst gedurende deze jaren is in de basiliek goed merkbaar. Het ontwerp van Bramante bestond in een centraalbouw in renaissancestijl. Tenslotte werkte Michelangelo het gegeven uit, maar in een nieuwe geest. Met zijn grootse koepel luidt hij een nieuwe periode in: de barok.

 Keer terug naar de homepage Italiaanse kunst

Ga naar de homepage Umbria/Toscana

 Ga naar verhuur vakantiewoningen in UmbriŽ

 Ga naar verhuur vakantiewoningen in Toscane

Uw portaalsite over Italië: www.casa-in-italia.com (informatie en verhuur)