Michelangelo

A. Vorming en jeugdwerken ( 1475-1503)

Michelangelo stamt uit het voornaam Florentijns geslacht Buonarotti. Hij ziet het levenslicht op 6 maart 1475, niet te Firenze, maar te Caprese, een kleine Toscaanse stad, waar zijn vader voor een paar jaar als podestÓ (burgemeester) was aangesteld.

In 1476 keert het gezin naar Firenze terug, maar Michelangelo wordt uitbesteed aan een voedster te Settignano, de vrouw van een steenkapper. Later zal hij zeggen : "ik heb de liefde voor het beeldhouwen ingezogen met de moedermelk.

Zijn moeder, Francesca di Neri, sterft als Michelangelo zes jaar oud is. Terwijl vader Ludovico zijn andere zonen opleidt voor de handel, droomt hij voor zijn tweede zoon van een intellectuele loopbaan. Daarom zendt hij de jonge Michelangelo naar de school van maestro Francesco d┤Urbino voor het onderricht in de spraakkunst. Maar de kleine Michelangelo houdt meer van tekenen dan van letters en zwerft rond in de ateliers van de kunstenaars. De dreigementen van zijn vader kunnen dit niet verhinderen.
In 1488 wordt een contract ondertekend met Domenico en David Ghirlandajo, die de knaap zullen opleiden in de teken- en schilderkunst, gedurende een periode van drie jaar. Op dit ogenblik schildert Domenico de fresco┤s in het koor van de Santa Maria Novella. Als leerjongen werkt Michelangelo hieraan mee, maar het talent van de leerling wekt de afgunst van de leermeester op.  Nog vˇˇr het einde van de drie leerjaren wordt het contract verbroken.

Reeds in die eerste vormingstijd is een belangrijk kenmerk van Michelangelo┤s persoonlijkheid naar voor gekomen. Op het einde van de 15e eeuw (het Quattrocento) leeft Firenze volop in de verfijnde vormen van de jonge renaissance (Botticelli). Maar Michelangelo houdt meer van de mannelijke vormen van Giotto en Masaccio. Hij kopieert hun fresco┤s. Hieruit blijkt zijn voorliefde voor een levenskrachtige monumentaliteit. Daarbij groeit zijn overtuiging dat hij zich beter kan uitdrukken als beeldhouwer dan als schilder.

Michelangelo gaat vervolgens studeren in de beeldhouwerschool van de Medici, in de tuinen van de S. Marco.  Kort daarna wordt hij uitgenodigd bij Lorezo dei Medici, bijgenaamd Il Magnifico.  Hij leert er ook enkele jonge telgen uit de familie kennen, van wie 2 er later paus zouden worden (Leo X en Clemens VII).  Hij komt er ook in contact met de humanistische filosoof Marilio Ficino en de dichter Angelo Poliziano.

In deze periode bestudeert hij ook de menselijke anatomie.  Van de prior van de S. Spirito krijgt hij de uitzonderlijke toelating om lijken te onderzoeken; dit laatste was strict verboden door de Kerk.  In ruil daarvoor schenkt hij deze prior een houten Kruisbeeld.
Het houten kruisbeeld uit de Casa Buonarotti is een zoeken naar een zuivere religieuze kunst, maar tevens een studie van de menselijke anatomie. Het werk was verloren gegaan, maar werd in 1963 herontdekt. De toeschrijving aan Michelangelo wordt trouwens door sommigen in twijfel getrokken. Voor de eerste maal wordt in een kruisbeeld een contrapposto tussen hoofd en benen toegepast.

Houten Kruisbeeld van de Casa Buonarotti

Madonna della scala (Firenze, Casa Buonarotti)

Dit werk is een ondiep reliŰf (rilievo schiacciato, onder invloed van Donatello).Het is monumentaal opgebouwd, volgens steeds meer samengehouden kringen.

  • de achtergrond met de spelende kinderen en de engel op de trap (invloed van Donatello)
  • daarbinnen de monumentale Madonna. Zij is in gedachten verzonken, let niet op haar omgeving : een eenzaamheid die ook typerend is voor zijn later werk.
  • als kern van het geheel : het kind Jezus, in de schoot van zijn moeder. Het keert ons zijn rug toe dit kan als een symbool voor de toekomstige passie aangezien worden. Het atletisch gevormde kind is de voorbode van zijn latere lichamen.
    De in elkaar gevlochten compositie zal steeds het kenmerk blijven van Michelangelo┤s werk.

Michelangelo gaat zich verder bekwamen in de school van de oudere beeldhouwer Bertoldo di Giovanni, zelf een leerling van de belangrijkste beeldhouwer van het quattrocento, Donatello. In diens school wordt hij opgemerkt door Lorenzo dei Medici, bijgenaamd il Magnifico, de rijke en kunstminnende bankier die over Firenze heerst. Deze neemt Michelangelo onder zijn bescherming en introduceert hem in de kring van neoplatonisch wijsgeren en schrijvers.
Het neoplatonisme gaat terug op de Griekse filosoof Plato. Hoofdstelling is dat alle werkelijkheid zijn oorsprong heeft in God, eruit voortvloeit (emanatie) en tot doel heeft terug te keren tot God, de hoogste vorm van het bestaan. Die terugkeer verloopt langs de weg van de zuivering, het vrij maken van de geest uit de stof.
Tot op het einde toe zal Michelangelo┤s werk sterk doordrongen zijn van die neoplatonisch visie op de werkelijkheid.

 

Gevecht van Lapithen en Centauren (Firenze, Casa Buonarotti)

Hij is 17 jaar oud wanneer hij dit werk beeldhouwt.Dit is een mezzo rilievo (halfreliŰf). Het stelt de roof voor van Hippodameia door de centaur Eurytion. Tegenover de ┤klassieke┤ Madonna van de trap is alles hier in beweging. Michelangelo wordt wel eens meer ┤de vader van de barok┤genoemd, een gevaarlijke uitspraak. Rubens kopieerde het twee maal.

Het werk heeft een krachtige structuur : 2 driehoeken kruisen elkaar, maar het is vooral de cirkelende beweging rond de centrale figuur die hier opvalt.

Michelangelo werd o.a. be´nvloed door de oudheid (laat-Romeinse sarcofaag) en de reliŰfs van Donatello.

Hij beperkt zich niet tot de loutere voorstelling van het verhaal. De diepere drijfveer van zijn arbeid is de furore dell┤anima, het geweld van de ziel die zich loswringt uit de slavernij van de materie. De draaikolk van de vechtende lichamen wordt geleid door het goddelijke gebaar van Apollo. De geest beheerst de stof; dit is de opdracht van de cultura, de menselijke geschiedenis.

De tegenstelling tussen de ruw gebleven achtergrond en de afgewerkte figuren wordt reeds hier door Michelangelo bewust aangewend om ons op intu´tieve wijze de overwinning van de levende geest op de dode materie te laten aanvoelen. Daarom ook beschouwt hij de beeldhouwkunst als de meest spirituele kunstvorm.

Lorenzo il Magnifico sterft in 1492. De Florentijnen waren verdeeld in meerdere fracties.  De arrabiati wilden een oligarchische republiek, gedomineerd door de financiŰle oligarchie, maar zonder de Medici.  De piagnoni, geleid door Savonarola, streefden naar een zuivere religieuze staat, een theocratie.  Ze streefden naar een ascetisch christendom, los van het Vaticaan, los van d geld en de adel.  De Paleschi verdedigden de Medici.

Piero dei Medici had niet de diplomatieke gaven van zijn vader Lorenzo en moest Firenze ontvluchten.  Een week later, in 1494 nemen de troepen van de Franse koning Karel VIII Firenze in. Michelangelo vlucht naar VenetiŰ en later naar Bologna. Hij leest de werken van Dante, Petrarca en Boccaccio. 

Savonarola wordt de onbetwiste religieuze en politieke leider.  Zijn overwinning op de Medici was volledig.  Savnarola zette een aanval in tegen de de schilderkunst en haar wereldse excessen.   Michelangelo komt sterk onder de indruk van de boetepreken van Savonarola (1493-94). Hij ontdekt de gevaren van de verheidenste cultuur en de noodzaak van een kerkhervorming. 

 

Voor de kerk van San Domenico te Bologna, gedurende zijn ballingschap, beitelt hij enkele werken in de geest van de Sienese beeldhouwer Jacopo della Quercia. De heilige Proculus is wellicht een zelfportret waarin de heftigheid van de 19-jarige kunstenaar tot uitdrukking komt.

Wanneer het te Firenze opnieuw rustiger is geworden, keert hij terug, maar slechts voor zes maanden.

In juni 1496 wordt hij naar Rome geroepen . Zijn eerste verblijf in de eeuwige stad duurt vijf jaar, tot 1501. Hij werkt er evenwel nog niet voor de paus. De bankier Jacopo Galli bestelt bij hem een tuinbeeld, de Dronken Bacchus, en de Franse kardinaal Jean de BilhŔres geeft hem de opdracht voor de eerste PietÓ.

Dronken Bacchus(Firenze, Bargello)

Dit is een pseudo-antiek beeld voor de tuin van Jacopo Galli. De zachte vormen geven geven het beeld het uitzicht van een hermafrodiet. Toch heeft Michelangelo geen precies antiek voorbeeld nagevolgd. Het klassieke contrapposto wordt er verworpen; het gebogen rechterbeen geeft de figuur het uitzicht van een dronken man. De jonge efebe wankelt : zo is het antieke evenwicht verbroken.
Dronken zwaait de weke jongeling heen en weer tussen voldaanheid en verlangen, geluk en vrees :  een beeld van de mens.
Het is een van de weinige echt "heidense" beelden die Michelangelo heeft gemaakt.

 

Eerste PietÓ (Vaticaan)

Dit is zijn enige gesigneerde werk. Het thema van de pietÓ is geen typisch Italiaans thema, maar is uit het Noorden afkomstig.
In dit schijnbaar rustige beeld leven twee tegengestelde gevoelens : vrede en angst.  

De dode Christus rust in de schoot van de Madonna als een slapend kind : een zoete herinnering aan een vredevol verleden. Maar nu ervaart de jonge moeder reeds het angstig voorgevoel van de passie, die zij met haar linkerhand in de toekomst aanwijst. Michelangelo vat in dit beeld dus verschillende momenten samen. Hij staat niet stil bij het actuele tijdsgebeuren, maar spant een tijdsboog van het verleden naar de toekomst, over het heden heen.
De Madonna bekijkt noch de toeschouwer, noch haar dode zoon. Zij is een eenzame vrouw die de wil van God aanvaardt.
De gesloten piramidevorm laat ook aanvoelen dat alles verloopt volgens een afgerond goddelijk plan, dat de menselijke geschiedenis overstijgt.
Het is het enige werk van Michelangelo dat gesigneerd is (MICHEL ANGELUS BONAROTUS FLORENT FACIBAT).

Zowel de Bacchus als de PietÓ zijn op een uiterst verfijnde manier afgewerkt. Met zijn troppo finito wil Michelangelo de overkant van de aardse werkelijkheid bereiken, een neoplatonisch ge´nspireerd middel op weg naar de zuivering.

Wanneer zijn opdrachten te Rome zijn vervuld, keert hij in 1501 naar zijn vaderstad Firenze terug. Hij verblijft er vier jaar.

De Onze-Lieve-Vrouwekerk te Brugge bewaart ook een werk van Michelangelo uit die tijd, de Madonna met Kind. De Brugse kooplui Jan en Alexander Mocheroen kochten het beeld en zonden het naar hun Brugse parochiekerk, in 1506.

Madonna met Kind (Brugge, Onze-Lieve-Vrouwekerk)

Zoals in de PietÓ heeft Michelangelo ook in dit beeld zijn religieus-meditatieve natuur gelegd. Met een nadenkende blik, strak voor zich uit, doorziet de Madonna, rustig, maar ernstig, de angstvolle toekomst van haar Kind. De kleine kleuter, hoe teder en speels ook, schijnt dit reeds te beseffen. Hij vlucht in de schoot van zijn moeder. Hij is omgeven door de draperie van haar mantel : hij bevindt zich a.h.w. in de schoot van zijn moeder, als in een nis.  
Dit wijkt af van de Florentijnse traditie, waar het Kind normaal op de knieŰn van zijn moeder zit.
Ook hier maakt Michelangelo een tijdsboog van een zorgeloos verleden naar een kommervolle toekomst.
Zoals in de PietÓ zijn de plooien van het gewaad gedetailleerd uitgewerkt.

Een hoogtepunt in Michelangelo┤s jeugdwerk is zijn meer dan vier meter hoge David. Het beeld wordt eerst geplaatst voor het Palazzo Vecchio, maar wordt later door een copie vervangen.

David (Firenze, Galleria dell┤Accademia)

Interessant is de vergelijking met de David van Donatello (quattrocento) en die van Bernini (barok).
De kleine bronzen David van Donatello is een jeugdige, lyrische figuur in rust : de jeugd was een van de lievelingsthema┤s van Donatello.  
In de David van Michelangelo wordt niet de uitwendige beweging van het slingeren uitgebeeld, zoals bij Bernini, maar de inwendige concentratie die de actie voorafgaat.  
Het beeld wijkt af van de Florentijnse traditie die de jonge David als overwinnaar uitbeeldt (Donatello, Verrocchio) en is meer ge´nspireerd door antieke Herculesbeelden, zoals die o.a. op sarcofagen voorkomen. Het werk heeft een politieke betekenis : zowel David als Hercules werden als patroons van Firenze beschouwd. Het beeld incarneert de fortezza en de ira, twee belangrijke renaissancedeugden. Het moet de burgers eraan herinneren de deugden van de republiek tegen haar vijanden te beschermen.
Het werk werd besteld door de Arte della Lana, het Wolgilde, dat ook instond voor het onderhoud en de decoratie van de Dom.
Het beeld is een illustratie van Michelangelo's patriottische gevoelens.  Het ontstond in een  moeilijke periode, waarin de Florentijnse burgers voortdurend geconfronteerd werden met allerlei buitenlandse en binnenlandse gevaren.  Michelangelo gebruikte de Bijbelse figuur van David om dit te illustreren.  De jonge held bewees immers dat sterke spirituele kracht belangrijker kan zijn dan wapens.  Het geloof in God stelde de jonge herder in staat om IsraŰls vijanden te overwinnen.  
Het beeld werd voor het Palazzo vecchio geplaatst.  Nu staat het in de Accademia en is het op de oorspronkelijke locatie vervangen door een kopie.

 

Tondo Doni (Firenze, Uffizi)

Te Firenze maakt Michelangelo ook zijn eerste schilderstuk. De rondvormige Tondo Doni symboliseert zijn visie op de heilsgeschiedenis.  
Het paneel (het enige dat Michelangelo heeft gemaakt) werd geschilderd voor het huwelijk van Agnolo Doni met Maddalena Strozzi (1503).
De figuren worden in een spiraalvorm voorgesteld, die begint met Maria┤s rechterbeen en eindigt met de armen van Jezus.
Maria en Jozef verbeelden het Oude Testament of de wet (lex) en het Kind Jezus het Nieuwe Testament of de genade (gratia). De contrasterende naaktfiguren op de achtergrond roepen het heidendom op (ante legem). De jonge Sint-Jan de Doper verbindt de heidense en gelovige wereld.  
Maria wordt voorgesteld als een gespierde hero´sche vrouw, die het kindje opheft.  
Het motief van een figuur die op de schouders van een ander staat is een oud symbool van de overwinning van een nieuw op een oud principe, dat de voorbereiding ertoe betekent. Het Kind draagt trouwens een band in het haar , zoals overwinnende atleten in antieke beelden.  Opvallend zijn hier de onnatuurlijke compositie, de harde omlijning en de nogal koude kleuren. Het schilderij had een grote invloed op het maniŰrisme (Pontormo, Rosso Fiorentino, Salviati en Vasari).

 

B. Rijp talent ( 1503-1513)

In 1505 roept paus Julius II de beroemd geworden Michelangelo naar Rome. Tijdens zijn tweede verblijf wordt Rome zijn tweede vaderstad. Hij ontwikkelt er zijn talent tot hoge rijpheid, maar kent er vele tegenkantingen. Het Florentijnse idioom evolueert er naar een universele taal.

Julius II geeft hem als eerste opdracht het oprichten van zijn grafmonument. Michelangelo droomt van een groots geheel, een eenheid van architectuur en beeldhouwwerk, als de samenbundeling van de hero´sche wil der antieken en de geestelijke overwinning van het christendom.

Maar gedurende dertig jaar zullen de omstandigheden zijn overmoedige plannen wijzigen. De tragedia del sepolcro zal tenslotte onvoltooid eindigen als een omkadering van ÚÚn afgewerkt beeld, de Mozes.

De tweede opdracht door Julius II is het beschilderen van het gewelf van de Sixtijnse kapel. Michelangelo, beeldhouwer in hart en nieren, aanvaardt de opdracht met tegenzin, maar schept in vier jaar tijd, van 1508 tot 1512, het overweldigend meesterwerk.

Gewelf van de Sixtijnse Kapel (Vaticaan)

Voor het eerst in de geschiedenis bepaalt de kunstenaar zelf de inhoud van zijn werk. Ook vat hij het werk niet meer op als een naast elkaar plaatsen van afzonderlijke taferelen, zoals toen gebruikelijk was : zijn plafond vormt ÚÚn aangesloten geheel.

Het gewelf bestaat uit drie zones, die boven elkaar worden afgebeeld.

Wat de iconografie betreft, volgt Michelangelo een traditie, die reeds in de oudheid voorkwam (Pantheon), waarbij de plafondversiering de hemel symboliseert.
Die hemelse wereld wordt gedragen door de indrukwekkende profeten en visionaire sibillen als vertegenwoordigers van een tijd waarin het mensdom nog maar intu´tief het goddelijke aanvoelde.

De naakte ignudi delen dit voorgevoel niet, want met hun getormenteerde houding vechten zij nog met de duisternis van het heidendom. De pathetische torso-vorm ontleent Michelangelo aan de Laoco÷n, een belangrijk laat-hellenistisch werk dat in die tijd in Rome was gevonden.

De cyclus met verhalen uit Genesis moet gelezen worden vanaf de ingang, dus in chronologisch omgekeerde orde.

Achtereenvolgens worden afgebeeld :

Volgens zijn neoplatonische opvatting is de zwakke, zondige mens maar een onvolmaakte afspiegeling van het goddelijke bestaan dat hem tot leven riep. Naarmate de negen taferelen verdergaan, stijgt de volmaaktheid tot een op zichzelf bestaand, vrij bewegend, kosmisch en goddelijk wezen. Het gaat dus om een geleidelijke theofanie, een opklimmen van de ziel naar God, een deificatio, een ritorno a Dio.

De taferelen boven de ruimte, voor de leken bestemd, beelden verhalen uit met veel kleine figuren. De mensheid is er de gevangene van de zonde.
De taferelen boven het presbyterium, waar de kardinalen en de paus in plaatsnamen, hebben weinig figuren. In alle taferelen verschijnt God.

De schepping is een geweldig avontuur, dat tegenstellingen oproept : het licht wordt gescheiden van de duisternis, de zon van de maan, het water van de aarde.
Als hoogtepunt ontvlamt een vlam van hoop : in de Schepping van Adam schenkt God aan de mens zijn scheppingskracht. De mens kan beslissen over zichzelf en de natuur. Maar zijn eerste wilsdaad is tragisch : in zijn hoogmoed wil hij gelijk zijn aan zijn Schepper.

Die zonde jaagt de mens de woestijn in. Ook de natuur wordt de mens vijandig en dreigt hem in de zondvloed te vernietigen.

Het gewelf van de Sixtijnse kapel is een mijlpaal in de geschiedenis van de kunst, niet alleen door de verbluffende technische vaardigheid, maar nog meer door de oorspronkelijkheid van de inhoud.
Het onderwerp is ge´nspireerd door Genesis, de werken van Dante en de preken van Savonarola. Michelangelo wil de spanning overbruggen tussen de cultus van de vorm, zoals die door de renaissance werd beoefend, en de christelijke overtuiging van de ellende van een mens zonder God.

Daarbij sluit zijn neoplatonische visie aan over de bevrijding van de mens die zijn geest losmaakt uit de bevangenheid van de stof.

Als overtuigd christen laat Michelangelo met zijn overweldigend gewelf de stem weerklinken, die aanwijst hoe de hoogmoed en de erfzonde de mens voeren naar eenzaamheid, gebondenheid en verderf.

De fresco┤s van het gewelf hebben zeker een didactische inhoud. Dergelijke werken missen gewoonlijk een innerlijke bezieling, wat hier zeker niet het geval is.

Enkele stijlkenmerken van het gewelf :

Wanneer het gewelf in de Sixtijnse kapel is voltooid, herneemt Michelangelo gedurende een drietal jaren het werk voor het grafmonument van paus Julius II, die sterft in 1513. Met zijn erfgenamen blijft hij onderhandelen en contracten afsluiten voor het kunstwerk.

 

Mozes (Rome, San Pietro in vincoli)

Dit is het enige afgewerkte beeld van het grafmonument. Het werd samen met de Slaven uit het Louvre na de dood van de meester in diens atelier gevonden.
De Mozes bezit een enorme inwendige levenskracht. Elk ogenblik kan hij in woede opveren om de Israelieten te bestraffen voor het oprichten van het gouden kalf. De bewogenheid blijkt uit de felle blik uit de diepe ogen, de beweging van baard en kledij en het linkerbeen dat reeds achteruit is geplaatst om het lichaam in beweging te brengen. Michelangelo stelt de uitwendige beweging niet voor (dit zou barok zijn), maar veruitwendigt de innerlijke beweging.
In dit beeld worden wij ook geconfronteerd met de terribilitÓ van Michelangelo.

 

Slaven  (Louvre)

Ook de 2 onvoltooide slaven uit het Louvre verwijzen naar het gewelf van de Sixtijnse kapel, meer bepaald naar de getormenteerde ignudi.
Michelangelo kapt van het marmerblok weg wat hem overbodig lijkt (per forza di levare), om het beeld, dat in het marmerblok gevangen zit, te bevrijden. De kunstenaar moet de idea die in zijn ziel aanwezig is, l┤immagine nel cor, op een materiŰle manier verwezenlijken in het marmerblok. Het scheppingsproces is dus een proces van bevrijding, van zuivering, van katharsis. De kunstenaar neemt aldus deel aan de schepping van God, die hij verderzet. Dit geeft de kunstenaar een bevoorrechte positie.  

Dit scheppingsproces kan elk ogenblik onderbroken worden. Soms kiest Michelangelo er dan ook bewust voor om zijn beelden non-finito te laten.  

De Rebellerende slaaf heeft een uitdrukking van pijn op zijn gezicht en in zijn lichaam; het beeld is sterk be´nvloed door de Laoco÷n.  

In de Stervende slaaf is het onduidelijk of de slaaf aan het sterven, slapen of ontwaken is.

C. Sublimerende stijl (1513-1534)

In 1513 wordt Leo X tot paus gekozen, als opvolger van Julius II. Als lid van de Medici-familie zendt hij Michelangelo voor enkele opdrachten naar Firenze terug.

Voor de San Lorenzo, de parochiekerk van de Medici┤s ontwerpt hij een voorgevel, maar dit werk wordt nooit uitgevoerd.

Wel bouwt hij voor deze kerk de nieuwe sacristie, als grafmonument voor een tweetal leden van de Medici-familie.

Nieuwe sacristie (Firenze, San Lorenzo)

De architectuur van de Sagrestia nuova gaat terug op Brunelleschi┤s Sagrestia vecchia (tegenstelling tussen het witte marmer en de pietra serena, het typisch Florentijnse bichromatisme), maar is toch beweeglijker dan Brunelleschi┤s rustige stijl.
De nieuwe sacristie is opgevat als een kleine centraalbouw met een koepel, die met zijn caissons op het Pantheon ge´nspireerd is.
De architectuur is niet langer een skelet, een achtergrond voor de beeldhouwkunst, maar beide samen vormen ÚÚn symbolisch geheel.
De twee grafmonumenten bestaan uit een sarcofaag, waarop aan beide uiteinden een allegorische figuur ligt. In een nis boven de sarcofaag bevindt zich het beeld van de overledene, dat niet als portret is opgevat. Deze beelden bevinden zich boven de allegorische beelden die de tijd uitbeelden.
Dit symboliseert de geestelijke overwinning op de dood. De overgang van het bestaan in de materiŰle wereld naar een spirituele werkelijkheid wordt dus plastisch uitgebeeld.
De 4 allegorische beelden hebben geen lichamelijke, fysieke schoonheid; zij zijn getekend door het lijden. Het zijn hero´sche beelden. De keuze van de 4 beelden verduidelijkt de wijsgerige en gelovige overtuigingen van Michelangelo over tijd en eeuwigheid, over leven en dood.

De stoere Dag, de zachte Nacht, de ontwakende Morgen, de inslapende Avond volgen elkaar op met het ritme van de tijd, die wentelt zoals hun spiraalvormige lichamen. Zij worden afgebeeld in fysiologisch onmogelijke posities. Uiteindelijk kan de geest zich uit die tijdelijke beweging bevrijden door het beschouwen van de eeuwige, goddelijke idee, gesymboliseerd door het beeld van Maria, waar beide figuren naar kijken.

Grafmonument van Lorenzo de┤Medici, hertog van Urbino, de denker (met de helm)

L┤Aurora , de Dageraad verlaat haar slaap niet zonder lijden. Zij heeft een angstige blik, alsof er vanuit haar slaap een herinnering bestaat, een droom van een tragische realiteit, een lot waaraan zij niet kan ontsnappen. Het beeld is niet echt ┤mooi┤, het bezit niet meer de klassieke vormen van de Renaissance. Het is be´nvloed door afbeeldingen van riviergoden op de triomfboog van Septimius Severus te Rome. Deze figura serpentinata heeft op de ontwikkeling van het maniŰrisme een grote invloed gehad.
I
l crepuscolo bezit een non-finito hoofd : er bestaat een verband tussen een formele onbepaaldheid en het onzekere van valavond.  
Het subtiel spel van tegengestelden (man-vrouw, morgen-avond, finito-non-finito) is duidelijk ge´nspireerd door het neoplatonisme.

 

Grafmonument van Giulano de┤Medici, hertog van Nemours, 3e zoon van Lorenzo il Magnifico : de veldheer (zonder helm)

La notte is een van Michelangelo┤s mooiste beelden; opvallend zijn ook het mooie masker en de uil, symbolen van de nacht.

Het staat in scherp contrast met Il giorno : dit bezit de dramatische houding van een held, van een gigant in rust. De spanning is duidelijk waar te nemen in zijn rugspieren.

 

Boven het sobere graf van Lorenzo il Magnifico en diens broer Giuliano vinden wij de groep van Maria met het kind. Zij is het spirituele centrum van de kapel. Ook de Madonna is spiraalvormig, maar dan verticaal, verwijzend naar een hogere werkelijkheid.

De 2 beelden van Cosmas en Damianus, patroonheiligen van de Medici-familie, werden met de hulp van leerlingen vervaardigd.

Dit alles bewijst niet alleen de bijzondere gaven van Michelangelo als beeldhouwer, maar ook in het uitwerken van een allegorisch programma.

 

Het ricetto van de Biblioteca Laurenziana

Voor de ingang van de bibliotheek van de San Lorenzo, het ricetto (voorportaal), komt een nieuwe opvatting in zijn architectuur tot uiting. De trap schijnt niet naar boven te leiden, maar komt als een waterval naar beneden. Die bewegende vormgeving is een voorspel op de barok. De zuilen in pietra serena dragen geen gewicht, zij zijn a.h.w. in de wand ingesloten.

 

D. Ongenaakbaar talent ( 1534-1564)

In 1534 keert Michelangelo naar Rome terug, dat in 1527 door de Sacco di Roma is geteisterd. Tijdens zijn laatste periode ontwikkelt hij zich tot een ongenaakbaar genie, dat met een vertwijfeld gemoed zoekt om zijn streven naar waarheid in alle kunstvormen een gestalte te geven.

Paus Clemens geeft hem de opdracht om een Laatste Oordeel te schilderen op de Oostwand van de Sixtijnse kapel. In 1535 bevestigt paus Paulus III de bestelling. Michelangelo begint het volgend jaar aan de uitvoering, waaraan hij vijf jaar besteedt.

Laatste Oordeel (Vaticaan, Sixtijnse kapel)

Het thema van zijn Laatste Oordeel is het tragisch lot van de menselijke geschiedenis, die zich losmaakt van God. Die mensheid spoedt zich onstuitbaar verder naar een dramatisch einddoel.
De visuele voorstelling van dit thema gebeurt door een geweldig bewegend geheel, dat als een reusachtig wiel rondwentelt, in beweging gebracht door het gebiedend gebaar van Christus, de opperste rechter. De atletisch gebouwde figuur laat zich niet vermurwen, zelfs niet door de smekende Madonna naast zich.  

De beide centrale figuren, Christus en Maria, zijn ge´soleerd door een krans van licht.. Rond hen draait de oneindige menigte van engelen, heiligen, uitverkorenen en verdoemden. Door de draaiende beweging van die menigte ontstaat een dieptewerking naar het heldere middelpunt toe.
Zoals Dante┤s Divina Commedia, waarvan vooral het Inferno een grote indruk maakt op Michelangelo,
bezit het werk meerdere betekenissen tegelijkertijd.
Duidelijk is de eschatologische betekenis : het handelt over de 2e komst van Christus en het Laatste Oordeel. Alle figuren hangen af van het ene oordelende gebaar van Christus; deze dramatische eenheid is ÚÚn van de vernieuwingen van de kunstenaar. Binnen dat eschatologisch drama van de mensheid heeft Michelangelo zijn eigen persoonlijk gevoel van veroordeling weergegeven : zijn zelfportret verschijnt in de huid die S. Bartholomeus vasthoudt.
Maar naast deze eschatologische betekenis is het Laatste Oordeel een kosmische visie, die de mensheid uitbeeldt die onderworpen is aan de krachten van het universum. Het is de eerste voorstelling van een ┤heliocentrisch┤ systeem, een voorafbeelding van Copernicus met de Apollinische Christus als de zon (sol novus) waarrond de hemellichamen wentelen.

Michelangelo heeft zich aangesloten bij de groep van de dichteres Vittoria Colonna, die de katholieke hervorming baseert op een mystieke grondslag.

Tussen 1546 en 1564, het jaar van zijn overlijden, ligt de grote bouwactiviteit van Michelangelo.

 

Capitool-plein

Piazza del Campidoglio

De Capitoolheuvel was in de oudheid het religieuze centrum van het Romeinse Rijk. Tijdens de middeleeuwen was hij vervallen tot de zgn. monte caprino, een heuvel waarop geiten graasden.  
Naar aanleiding van het bezoek van Karel V, die in 1527 Rome had geplunderd, gaf paus Paulus III in 1536 aan Michelangelo de opdracht het plein een waardig uitzicht te geven.  
Het plein heeft de vorm van een trapezo´de, dit om het gedeeltelijk bestaande Palazzo dei conservatori te bewaren.
In de oudheid was het Capitool geopend naar het forum Romanum. Michelangelo opent het plein naar de moderne stad. Dit gebeurt om verkeerstechnische redenen, maar ook uit innerlijke overwegingen : hij ontsluit het plein in de richting van de Sint-Pietersbasiliek. Aldus was het wereldlijke Rome, met zijn rijke geschiedenis, op het geestelijke Rome gericht.  
In 1538 werd het antieke ruiterstandbeeld van keizer Marcus Aurelius in het centrum van het plein geplaatst. De opvatting van de paleizen op het Capitool doorbreekt het horizontalisme van de renaissance door het aanleggen van opstijgende halfzuilen, die vanop de grond tot aan de kroonlijst doorlopen en zo de twee geledingen overtrekken. Dit is de zgn. kolossale orde.  
De rechthoekige vensters bezitten een balkon en zijn geflankeerd door zuilen die een afgerond, doorbroken fronton dragen, waarin een schelpmotief is aangebracht. De kroonlijst wordt afegsloten door een balustrade waarop beelden prijken.
Deze nieuwe bouwvormen zullen ook toegepast worden in zijn groot bouwwerk : de Sint-Pietersbasiliek.

In 1546 vraagt paus Paulus III aan Michelangelo de werken van de nieuwe Sint-Pietersbasiliek op zich te nemen. Die waren begonnen door Bramante in 1506 en nadien door verschillende bouwmeesters overgenomen, maar zonder resultaat. Ofschoon reeds 72 jaar oud en ziek, aanvaardt Michelangelo de opdracht, ter ere Gods en voor zijn zielegeluk.

Sint-Pietersbasiliek

Michelangelo behoudt de centraalbouw van Bramante, maar hij vereenvoudigt het plan. Zijn basiliek wordt een stevig piramidaal geheel, even krachtig geconstrueerd als zijn laatste beeldhouwwerken.

De koepel boort zich de hemelruimte in, omhooggestuwd door de stevige trommel, die zijn energie put uit de kloeke zuilen. De vooruitstaande zuilenparen plaatsen de vensters in diepte, waardoor een chiaroscuro-effect ontstaat. De stuwende functie van de zuilen wordt overgenomen door de nerven van de koepelschelp, die samenkomen in de lantarentoren en het kruis.

Michelangelo heeft zelf zijn koepel niet voltooid mogen zien : enkel de trommel was afgewerkt. Enkele dagen voor zijn dood staat hij nog op de stellingen voor een laatste inspectie. Met een gerust gemoed kan hij zeggen : "nu kan ik gaan, een kind kan mijn levenswerk voltooien".

Ook de centrale binnenruimte van de basiliek krijgt door de koepel een overweldigend dynamisch karakter.
In tegenstelling met het dramatische Laatste Oordeel is de ruimtewerking hier triomfantelijk. Hier heeft de geest zich volledig uit de stof bevrijd. Na de strijd is de loutering en de vreugde volledig. Alleen de opwaartse beweging blijft over : van het voorspel van de aarde naar de voltooiing in de hemel. Boven het nederige graf van Petrus verrijst een stralende kerk.

Sedert het overlijden van de dichteres Vittoria Colonna bereidt de eenzame denker en zwoeger zich intens voor op zijn eigen dood.  Schuldgevoelens brengen hem dichter bij de gestorven Christus, wat door meerdere tekeningen wordt aangetoond. Zijn overwegingen krijgen gestalte in drie PietÓ's.

Tweede PietÓ (Firenze, Museo dell┤Opera del Duomo)

In dit werk stelt Michelangelo zichzelf voor als Jozef van Arimathea.  
Heel het werk wijst op het tragische van de kruisafneming. Het beeld is een duidelijk voorbeeld van de voorliefde van Michelangelo om een goed aangesloten, geometrisch geheel te maken, met een voorkeur voor de piramidale constructie. Dezelfde opbouw vinden wij ook terug in de Sint-Pietersbasiliek.  
Hij had het beeld bestemd voor zijn eigen grafmonument, maar, ontevreden over de kwaliteit van het marmer, laat hij het onafgewerkt. Hij beschadigt het zelfs : het linkerbeen van Christus is verdwenen.  
Na zijn dood werd het door een leerling, Tiberio d'Assisi,  bijgewerkt, wat duidelijk is in de kleinere Maria Magdalena.

 

PietÓ di Palestrina (Firenze, Galleria dell┤Accademia)

De loodzware Christus zakt naar beneden, ondanks de krachtige inspanning van Maria en Maria Magdalena. De Christus-figuur is afgewerkt; de andere figuren niet en blijven daardoor meer op het achterplan.

 

PietÓ Rondanini (Milano, Castello Sforzesco)

Zijn laatste PietÓ is voor zijn eigen graf bestemd. Het wordt zijn marmeren testament. Tot zes dagen voor zijn dood beitelt hij met liefde aan zijn laatste werk. Maar de twee subtiele figuren, Christus en Maria, blijven onafwerkt. Hij kapte de Christus uit het stuk marmer dat oorspronkelijk alleen voor Maria bestemd was.

Op vrijdag 16 februari 1564, tegen vijf uur ┤s avonds voert de dood Michelangelo naar de eeuwige vrede. Zijn lijk wordt opgebaard in de kerk van de H. Apostelen te Rome, maar het wordt in het geheim naar Firenze overgebracht. Een plechtige uitvaartdienst heeft plaats in de San Lorenzo.
In 1570 wordt in de Santa Croce een grafmonument opgericht naar een tekening van Vasari.

 

 Keer terug naar de homepage Italiaanse kunst

Ga naar de homepage Umbria/Toscana

 Ga naar verhuur vakantiewoningen in UmbriŰ

 Ga naar verhuur vakantiewoningen in Toscane

Uw portaalsite over Italië: www.casa-in-italia.com (informatie en verhuur)