Michelangelo stamt uit het voornaam Florentijns geslacht Buonarotti. Hij ziet het levenslicht op 6 maart 1475, niet te Firenze, maar te Caprese, een kleine Toscaanse stad, waar zijn vader voor een paar jaar als podestà (burgemeester) was aangesteld.
In 1476 keert het gezin naar Firenze terug, maar Michelangelo wordt uitbesteed aan een voedster te Settignano, de vrouw van een steenkapper. Later zal hij zeggen : "ik heb de liefde voor het beeldhouwen ingezogen met de moedermelk.
Zijn moeder, Francesca di Neri, sterft als
Michelangelo zes jaar oud is. Terwijl vader Ludovico zijn andere zonen opleidt
voor de handel, droomt hij voor zijn tweede zoon van een intellectuele loopbaan.
Daarom zendt hij de jonge Michelangelo naar de school van maestro Francesco
d´Urbino voor het onderricht in de spraakkunst. Maar de kleine Michelangelo
houdt meer van tekenen dan van letters en zwerft rond in de ateliers van de
kunstenaars. De dreigementen van zijn vader kunnen dit niet verhinderen.
In 1488 wordt een contract ondertekend met Domenico en David Ghirlandajo, die de
knaap zullen opleiden in de teken- en schilderkunst, gedurende een periode van
drie jaar. Op dit ogenblik schildert Domenico de fresco´s in het koor van de
Santa Maria Novella. Als leerjongen werkt Michelangelo hieraan mee, maar het
talent van de leerling wekt de afgunst van de leermeester op. Nog vóór
het einde van de drie leerjaren wordt het contract verbroken.
Reeds in die eerste vormingstijd is een belangrijk kenmerk van Michelangelo´s persoonlijkheid naar voor gekomen. Op het einde van de 15e eeuw (het Quattrocento) leeft Firenze volop in de verfijnde vormen van de jonge renaissance (Botticelli). Maar Michelangelo houdt meer van de mannelijke vormen van Giotto en Masaccio. Hij kopieert hun fresco´s. Hieruit blijkt zijn voorliefde voor een levenskrachtige monumentaliteit. Daarbij groeit zijn overtuiging dat hij zich beter kan uitdrukken als beeldhouwer dan als schilder.
Michelangelo gaat vervolgens studeren in de beeldhouwerschool van de Medici, in de tuinen van de S. Marco. Kort daarna wordt hij uitgenodigd bij Lorezo dei Medici, bijgenaamd Il Magnifico. Hij leert er ook enkele jonge telgen uit de familie kennen, van wie 2 er later paus zouden worden (Leo X en Clemens VII). Hij komt er ook in contact met de humanistische filosoof Marilio Ficino en de dichter Angelo Poliziano.
| In deze periode bestudeert hij ook
de menselijke anatomie. Van de prior van de S. Spirito krijgt hij de
uitzonderlijke toelating om lijken te onderzoeken; dit laatste was strict
verboden door de Kerk. In ruil daarvoor schenkt hij deze prior een
houten Kruisbeeld. Het houten kruisbeeld uit de Casa Buonarotti is een zoeken naar een zuivere religieuze kunst, maar tevens een studie van de menselijke anatomie. Het werk was verloren gegaan, maar werd in 1963 herontdekt. De toeschrijving aan Michelangelo wordt trouwens door sommigen in twijfel getrokken. Voor de eerste maal wordt in een kruisbeeld een contrapposto tussen hoofd en benen toegepast. |
Madonna della scala (Firenze, Casa Buonarotti) |
|
Dit werk is een ondiep reliëf (rilievo schiacciato, onder invloed van Donatello).Het is monumentaal opgebouwd, volgens steeds meer samengehouden kringen.
Michelangelo gaat zich verder bekwamen in de school
van de oudere beeldhouwer Bertoldo di Giovanni, zelf een leerling van de
belangrijkste beeldhouwer van het quattrocento, Donatello. In diens school wordt
hij opgemerkt door Lorenzo dei Medici, bijgenaamd il Magnifico, de rijke en
kunstminnende bankier die over Firenze heerst. Deze neemt Michelangelo onder
zijn bescherming en introduceert hem in de kring van neoplatonisch wijsgeren en
schrijvers. |
| Gevecht van Lapithen en Centauren (Firenze, Casa Buonarotti) |
|
Hij is 17 jaar oud wanneer hij dit werk beeldhouwt.Dit is een mezzo rilievo (halfreliëf). Het stelt de roof voor van Hippodameia door de centaur Eurytion. Tegenover de ´klassieke´ Madonna van de trap is alles hier in beweging. Michelangelo wordt wel eens meer ´de vader van de barok´genoemd, een gevaarlijke uitspraak. Rubens kopieerde het twee maal. Het werk heeft een krachtige structuur : 2 driehoeken kruisen elkaar, maar het is vooral de cirkelende beweging rond de centrale figuur die hier opvalt. Michelangelo werd o.a. beïnvloed door de oudheid (laat-Romeinse sarcofaag) en de reliëfs van Donatello. Hij beperkt zich niet tot de loutere voorstelling van het verhaal. De diepere drijfveer van zijn arbeid is de furore dell´anima, het geweld van de ziel die zich loswringt uit de slavernij van de materie. De draaikolk van de vechtende lichamen wordt geleid door het goddelijke gebaar van Apollo. De geest beheerst de stof; dit is de opdracht van de cultura, de menselijke geschiedenis. De tegenstelling tussen de ruw gebleven achtergrond en de afgewerkte figuren wordt reeds hier door Michelangelo bewust aangewend om ons op intuïtieve wijze de overwinning van de levende geest op de dode materie te laten aanvoelen. Daarom ook beschouwt hij de beeldhouwkunst als de meest spirituele kunstvorm. |
Lorenzo il Magnifico sterft in 1492. De Florentijnen waren verdeeld in meerdere fracties. De arrabiati wilden een oligarchische republiek, gedomineerd door de financiële oligarchie, maar zonder de Medici. De piagnoni, geleid door Savonarola, streefden naar een zuivere religieuze staat, een theocratie. Ze streefden naar een ascetisch christendom, los van het Vaticaan, los van d geld en de adel. De Paleschi verdedigden de Medici.
Piero dei Medici had niet de diplomatieke gaven van zijn vader Lorenzo en moest Firenze ontvluchten. Een week later, in 1494 nemen de troepen van de Franse koning Karel VIII Firenze in. Michelangelo vlucht naar Venetië en later naar Bologna. Hij leest de werken van Dante, Petrarca en Boccaccio.
Savonarola wordt de onbetwiste religieuze en politieke leider. Zijn overwinning op de Medici was volledig. Savnarola zette een aanval in tegen de de schilderkunst en haar wereldse excessen. Michelangelo komt sterk onder de indruk van de boetepreken van Savonarola (1493-94). Hij ontdekt de gevaren van de verheidenste cultuur en de noodzaak van een kerkhervorming.
|
Voor de kerk van San Domenico te Bologna, gedurende zijn ballingschap, beitelt hij enkele werken in de geest van de Sienese beeldhouwer Jacopo della Quercia. De heilige Proculus is wellicht een zelfportret waarin de heftigheid van de 19-jarige kunstenaar tot uitdrukking komt. |
Wanneer het te Firenze opnieuw rustiger is geworden, keert hij terug, maar slechts voor zes maanden.
In juni 1496 wordt hij naar Rome geroepen . Zijn eerste verblijf in de eeuwige stad duurt vijf jaar, tot 1501. Hij werkt er evenwel nog niet voor de paus. De bankier Jacopo Galli bestelt bij hem een tuinbeeld, de Dronken Bacchus, en de Franse kardinaal Jean de Bilhères geeft hem de opdracht voor de eerste Pietà.
|
Dronken Bacchus(Firenze, Bargello) |
|
Dit is een pseudo-antiek beeld voor de tuin van
Jacopo Galli. De zachte vormen geven geven het beeld het uitzicht van een
hermafrodiet. Toch heeft Michelangelo geen precies antiek voorbeeld nagevolgd.
Het klassieke contapposto wordt er verworpen; het gebogen rechterbeen
geeft de figuur het uitzicht van een dronken man. De jonge efebe wankelt : zo is
het antieke evenwicht verbroken. |
|
Eerste Pietà (Vaticaan) |
|
Dit is zijn enige gesigneerde werk. Het thema van de pietà
is geen typisch Italiaans thema, maar is uit het Noorden afkomstig. |
Zowel de Bacchus als de Pietà zijn op een uiterst verfijnde manier afgewerkt. Met zijn troppo finito wil Michelangelo de overkant van de aardse werkelijkheid bereiken, een neoplatonisch geïnspireerd middel op weg naar de zuivering.
Wanneer zijn opdrachten te Rome zijn vervuld, keert hij in 1501 naar zijn vaderstad Firenze terug. Hij verblijft er vier jaar.
De Onze-Lieve-Vrouwekerk te Brugge bewaart ook een werk van Michelangelo uit die tijd, de Madonna met Kind. De Brugse kooplui Jan en Alexander Mocheroen kochten het beeld en zonden het naar hun Brugse parochiekerk, in 1506.
| Madonna met Kind (Brugge, Onze-Lieve-Vrouwekerk) | ![]() |
![]() |
|
Zoals in de Pietà heeft Michelangelo ook in
dit beeld zijn religieus-meditatieve natuur gelegd. Met een nadenkende blik,
strak voor zich uit, doorziet de Madonna, rustig, maar ernstig, de angstvolle
toekomst van haar Kind. De kleine kleuter, hoe teder en speels ook, schijnt dit
reeds te beseffen. Hij vlucht in de schoot van zijn moeder. Hij is omgeven door
de draperie van haar mantel : hij bevindt zich a.h.w. in de schoot van zijn
moeder, als in een nis. |
Een hoogtepunt in Michelangelo´s jeugdwerk is zijn meer dan vier meter hoge David. Het beeld wordt eerst geplaatst voor het Palazzo Vecchio, maar wordt later door een copie vervangen.
| David (Firenze, Galleria dell´Accademia) |
|
Interessant is de vergelijking met de David
van Donatello (quattrocento) en die van Bernini (barok). |
|
Tondo Doni (Firenze, Uffizi) |
|
Te Firenze maakt Michelangelo ook zijn eerste
schilderstuk. De rondvormige Tondo Doni symboliseert zijn visie op de
heilsgeschiedenis. |
In 1505 roept paus Julius II de beroemd geworden Michelangelo naar Rome. Tijdens zijn tweede verblijf wordt Rome zijn tweede vaderstad. Hij ontwikkelt er zijn talent tot hoge rijpheid, maar kent er vele tegenkantingen. Het Florentijnse idioom evolueert er naar een universele taal.
Julius II geeft hem als eerste opdracht het oprichten van zijn grafmonument. Michelangelo droomt van een groots geheel, een eenheid van architectuur en beeldhouwwerk, als de samenbundeling van de heroïsche wil der antieken en de geestelijke overwinning van het christendom.
Maar gedurende dertig jaar zullen de omstandigheden zijn overmoedige plannen wijzigen. De tragedia del sepolcro zal tenslotte onvoltooid eindigen als een omkadering van één afgewerkt beeld, de Mozes.
De tweede opdracht door Julius II is het beschilderen
van het gewelf van de Sixtijnse kapel. Michelangelo, beeldhouwer in hart en
nieren, aanvaardt de opdracht met tegenzin, maar schept in vier jaar tijd, van
1508 tot 1512, het overweldigend meesterwerk.
| Gewelf van de Sixtijnse Kapel (Vaticaan) |
Voor het eerst in de geschiedenis bepaalt de kunstenaar zelf de inhoud van zijn werk. Ook vat hij het werk niet meer op als een naast elkaar plaatsen van afzonderlijke taferelen, zoals toen gebruikelijk was : zijn plafond vormt één aangesloten geheel.
Het gewelf bestaat uit drie zones, die boven elkaar worden afgebeeld.
Wat de iconografie betreft, volgt Michelangelo een
traditie, die reeds in de oudheid voorkwam (Pantheon), waarbij de
plafondversiering de hemel symboliseert.
Die hemelse wereld wordt gedragen door de indrukwekkende profeten en visionaire
sibillen als vertegenwoordigers van een tijd waarin het mensdom nog maar
intuïtief het goddelijke aanvoelde.
De naakte ignudi delen dit voorgevoel niet, want met hun getormenteerde houding vechten zij nog met de duisternis van het heidendom. De pathetische torso-vorm ontleent Michelangelo aan de Laocoön, een belangrijk laat-hellenistisch werk dat in die tijd in Rome was gevonden.
De cyclus met verhalen uit Genesis moet gelezen worden vanaf de ingang, dus in chronologisch omgekeerde orde.
Achtereenvolgens worden afgebeeld :
Volgens zijn neoplatonische opvatting is de zwakke, zondige mens maar een onvolmaakte afspiegeling van het goddelijke bestaan dat hem tot leven riep. Naarmate de negen taferelen verdergaan, stijgt de volmaaktheid tot een op zichzelf bestaand, vrij bewegend, kosmisch en goddelijk wezen. Het gaat dus om een geleidelijke theofanie, een opklimmen van de ziel naar God, een deificatio, een ritorno a Dio.
De taferelen boven de ruimte, voor de leken bestemd,
beelden verhalen uit met veel kleine figuren. De mensheid is er de gevangene van
de zonde.
De taferelen boven het presbyterium, waar de kardinalen en de paus in
plaatsnamen, hebben weinig figuren. In alle taferelen verschijnt God.
De schepping is een geweldig avontuur, dat
tegenstellingen oproept : het licht wordt gescheiden van de duisternis, de zon
van de maan, het water van de aarde.
Als hoogtepunt ontvlamt een vlam van hoop : in de Schepping van Adam
schenkt God aan de mens zijn scheppingskracht. De mens kan beslissen over
zichzelf en de natuur. Maar zijn eerste wilsdaad is tragisch : in zijn hoogmoed
wil hij gelijk zijn aan zijn Schepper.
Die zonde jaagt de mens de woestijn in. Ook de natuur wordt de mens vijandig en dreigt hem in de zondvloed te vernietigen.
Het gewelf van de Sixtijnse kapel is een mijlpaal in
de geschiedenis van de kunst, niet alleen door de verbluffende technische
vaardigheid, maar nog meer door de oorspronkelijkheid van de inhoud.
Het onderwerp is geïnspireerd door Genesis, de werken van Dante en de
preken van Savonarola. Michelangelo wil de spanning overbruggen tussen de cultus
van de vorm, zoals die door de renaissance werd beoefend, en de christelijke
overtuiging van de ellende van een mens zonder God.
Daarbij sluit zijn neoplatonische visie aan over de bevrijding van de mens die zijn geest losmaakt uit de bevangenheid van de stof.
Als overtuigd christen laat Michelangelo met zijn overweldigend gewelf de stem weerklinken, die aanwijst hoe de hoogmoed en de erfzonde de mens voeren naar eenzaamheid, gebondenheid en verderf.
De fresco´s van het gewelf hebben zeker een didactische inhoud. Dergelijke werken missen gewoonlijk een innerlijke bezieling, wat hier zeker niet het geval is.
Enkele stijlkenmerken van het gewelf :
Wanneer het gewelf in de Sixtijnse kapel is voltooid, herneemt Michelangelo gedurende een drietal jaren het werk voor het grafmonument van paus Julius II, die sterft in 1513. Met zijn erfgenamen blijft hij onderhandelen en contracten afsluiten voor het kunstwerk.
| Mozes (Rome, San Pietro in vincoli) |
|
Dit is het enige afgewerkte beeld van het
grafmonument. Het werd samen met de Slaven uit het Louvre na de dood van
de meester in diens atelier gevonden. |
| Slaven (Louvre) |
|
|
Ook de 2 onvoltooide slaven uit het Louvre verwijzen
naar het gewelf van de Sixtijnse kapel, meer bepaald naar de getormenteerde ignudi. |
In 1513 wordt Leo X tot paus gekozen, als opvolger van Julius II. Als lid van de Medici-familie zendt hij Michelangelo voor enkele opdrachten naar Firenze terug.
Voor de San Lorenzo, de parochiekerk van de Medici´s ontwerpt hij een voorgevel, maar dit werk wordt nooit uitgevoerd.
Wel bouwt hij voor deze kerk de nieuwe sacristie, als grafmonument voor een tweetal leden van de Medici-familie.
|
Nieuwe sacristie (Firenze, San Lorenzo) De architectuur van de Sagrestia nuova gaat
terug op Brunelleschi´s Sagrestia vecchia (tegenstelling tussen het
witte marmer en de pietra serena, het typisch Florentijnse bichromatisme),
maar is toch beweeglijker dan Brunelleschi´s rustige stijl. De stoere Dag, de zachte Nacht, de ontwakende Morgen, de inslapende Avond volgen elkaar op met het ritme van de tijd, die wentelt zoals hun spiraalvormige lichamen. Zij worden afgebeeld in fysiologisch onmogelijke posities. Uiteindelijk kan de geest zich uit die tijdelijke beweging bevrijden door het beschouwen van de eeuwige, goddelijke idee, gesymboliseerd door het beeld van Maria, waar beide figuren naar kijken. |
| Grafmonument van Lorenzo de´Medici, hertog van Urbino, de denker (met de helm) |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
|
L´Aurora , de Dageraad
verlaat haar slaap niet zonder lijden. Zij heeft een angstige blik, alsof er
vanuit haar slaap een herinnering bestaat, een droom van een tragische
realiteit, een lot waaraan zij niet kan ontsnappen. Het beeld is niet echt
´mooi´, het bezit niet meer de klassieke vormen van de Renaissance. Het is
beïnvloed door afbeeldingen van riviergoden op de triomfboog van Septimius
Severus te Rome. Deze figura serpentinata heeft op de ontwikkeling van
het maniërisme een grote invloed gehad. |
|
Grafmonument van Giulano de´Medici, hertog van Nemours, 3e zoon van Lorenzo il Magnifico : de veldheer (zonder helm) |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
|
La notte is een van Michelangelo´s mooiste beelden; opvallend zijn ook het mooie masker en de uil, symbolen van de nacht. Het staat in scherp contrast met Il giorno : dit bezit de dramatische houding van een held, van een gigant in rust. De spanning is duidelijk waar te nemen in zijn rugspieren. |
|
|
|
|
|
Boven het sobere graf van Lorenzo il Magnifico en diens broer Giuliano vinden wij de groep van Maria met het kind. Zij is het spirituele centrum van de kapel. Ook de Madonna is spiraalvormig, maar dan verticaal, verwijzend naar een hogere werkelijkheid. De 2 beelden van Cosmas en Damianus, patroonheiligen van de Medici-familie, werden met de hulp van leerlingen vervaardigd. Dit alles bewijst niet alleen de bijzondere gaven van Michelangelo als beeldhouwer, maar ook in het uitwerken van een allegorisch programma. |
| Het ricetto van de Biblioteca Laurenziana |
|
|
Voor de ingang van de bibliotheek van de San Lorenzo, het ricetto (voorportaal), komt een nieuwe opvatting in zijn architectuur tot uiting. De trap schijnt niet naar boven te leiden, maar komt als een waterval naar beneden. Die bewegende vormgeving is een voorspel op de barok. De zuilen in pietra serena dragen geen gewicht, zij zijn a.h.w. in de wand ingesloten. |
In 1534 keert Michelangelo naar Rome terug, dat in 1527 door de Sacco di Roma is geteisterd. Tijdens zijn laatste periode ontwikkelt hij zich tot een ongenaakbaar genie, dat met een vertwijfeld gemoed zoekt om zijn streven naar waarheid in alle kunstvormen een gestalte te geven.
Paus Clemens geeft hem de opdracht om een Laatste Oordeel te schilderen op de Oostwand van de Sixtijnse kapel. In 1535 bevestigt paus Paulus III de bestelling. Michelangelo begint het volgend jaar aan de uitvoering, waaraan hij vijf jaar besteedt.
| Laatste Oordeel (Vaticaan, Sixtijnse kapel) |
|
|
Het thema van zijn Laatste Oordeel is het
tragisch lot van de menselijke geschiedenis, die zich losmaakt van God. Die
mensheid spoedt zich onstuitbaar verder naar een dramatisch einddoel. |
Michelangelo heeft zich aangesloten bij de groep van de dichteres Vittoria Colonna, die de katholieke hervorming baseert op een mystieke grondslag.
Tussen 1546 en 1564, het jaar van zijn overlijden, ligt de grote bouwactiviteit van Michelangelo.
| Capitool-plein |
|
De Capitoolheuvel was in de oudheid het religieuze
centrum van het Romeinse Rijk. Tijdens de middeleeuwen was hij vervallen tot de
zgn. monte caprino, een heuvel waarop geiten graasden. |
In 1546 vraagt paus Paulus III aan Michelangelo de werken van de nieuwe Sint-Pietersbasiliek op zich te nemen. Die waren begonnen door Bramante in 1506 en nadien door verschillende bouwmeesters overgenomen, maar zonder resultaat. Ofschoon reeds 72 jaar oud en ziek, aanvaardt Michelangelo de opdracht, ter ere Gods en voor zijn zielegeluk.
| Sint-Pietersbasiliek |
|
Michelangelo behoudt de centraalbouw van Bramante, maar hij vereenvoudigt het plan. Zijn basiliek wordt een stevig piramidaal geheel, even krachtig geconstrueerd als zijn laatste beeldhouwwerken. De koepel boort zich de hemelruimte in, omhooggestuwd door de stevige trommel, die zijn energie put uit de kloeke zuilen. De vooruitstaande zuilenparen plaatsen de vensters in diepte, waardoor een chiaroscuro-effect ontstaat. De stuwende functie van de zuilen wordt overgenomen door de nerven van de koepelschelp, die samenkomen in de lantarentoren en het kruis. Michelangelo heeft zelf zijn koepel niet voltooid mogen zien : enkel de trommel was afgewerkt. Enkele dagen voor zijn dood staat hij nog op de stellingen voor een laatste inspectie. Met een gerust gemoed kan hij zeggen : "nu kan ik gaan, een kind kan mijn levenswerk voltooien". Ook de centrale binnenruimte van de basiliek krijgt
door de koepel een overweldigend dynamisch karakter. |
Sedert het overlijden van de dichteres Vittoria Colonna bereidt de eenzame denker en zwoeger zich intens voor op zijn eigen dood. Schuldgevoelens brengen hem dichter bij de gestorven Christus, wat door meerdere tekeningen wordt aangetoond. Zijn overwegingen krijgen gestalte in drie Pietà's.
| Tweede Pietà (Firenze, Museo dell´Opera del Duomo) |
|
|
In dit werk stelt Michelangelo zichzelf voor als
Jozef van Arimathea. |
| Pietà di Palestrina (Firenze, Galleria dell´Accademia) |
|
De loodzware Christus zakt naar beneden, ondanks de krachtige inspanning van Maria en Maria Magdalena. De Christus-figuur is afgewerkt; de andere figuren niet en blijven daardoor meer op het achterplan. |
|
Pietà Rondanini (Milano, Castello Sforzesco) |
|
Zijn laatste Pietà is voor zijn eigen graf bestemd. Het wordt zijn marmeren testament. Tot zes dagen voor zijn dood beitelt hij met liefde aan zijn laatste werk. Maar de twee subtiele figuren, Christus en Maria, blijven onafwerkt. Hij kapte de Christus uit het stuk marmer dat oorspronkelijk alleen voor Maria bestemd was. |
Op vrijdag 16 februari 1564, tegen vijf uur ´s avonds
voert de dood Michelangelo naar de eeuwige vrede. Zijn lijk wordt opgebaard
in de kerk van de H. Apostelen te Rome, maar het wordt in het geheim naar Firenze
overgebracht. Een plechtige uitvaartdienst heeft plaats in de San Lorenzo.
In 1570 wordt in de Santa Croce een grafmonument opgericht naar een tekening
van Vasari.
Keer
terug naar de homepage Italiaanse kunst
Ga naar de homepage
Umbria/Toscana
Ga
naar verhuur vakantiewoningen in Umbrië
Ga
naar verhuur vakantiewoningen in Toscane
Uw portaalsite over Italië: www.casa-in-italia.com
(informatie en verhuur)