Eugenio Montale

Montale is een van de belangrijkste Italiaanse dichters van de 20e eeuw. Hij won in 1975 de Nobelprijs.
Zijn eerste bundel, Ossi di seppia of Inktvisbotten, dateert van 1925. Nadien volgden in 1939 Le occasioni of De gelegenheden en in 1956 La bufera e altro of De storm enz. De drie bundels vestigden zijn naam als modernistisch dichter. Montale affirmeert er zich als een dichter van de afwezigheid, van de negatie (“Slechts dit kunnen wij je zeggen vandaag:/ dat wat wij niet zijn, dat wat wij niet willen”). Toch leidt dit solipsisme niet tot een uitschakeling van de wereld. Integendeel, Montale's poëzie vertrekt graag van de concrete realiteit, de schoenlepel, het bakje garnalen, de champagnekurk. Maar de vraag naar de essentie, naar het absolute (de leegte) is voortdurend aanwezig, zij het zelden uitgesproken. Je kunt dus van metafysische poëzie spreken. Sommigen gebruiken ook de term “hermetisme”. De poëzie van Montale is niet gemakkelijk, maar van een hoog literair gehalte. Montale ontwikkelde een nieuwe stijl, waarin hij archaïsche woorden vermengde met wetenschappelijke termen en dialectische uitdrukkingen.

Eugenio Montale, Late gedichten vertaald door Eva Gerlach

Satura werd in 1971 gepubliceerd, Montale was 75 jaar oud. De bundel is geschreven voor Mosca, levensgezellin en later vrouw van Montale, in 1963 overleden.
Het Latijnse woord Satura betekent niet zozeer “satire”, maar is een soort pudding met vele ingrediënten. Satura is dus een mengelmoes van uiteenlopende thema’s: dialogen met zijn geliefde die zich in het hiernamaals bevindt, de vrouw als de reddende engel die dichter bij de waarheid staat dan de man (Dante is niet ver weg), het nadenken over de betekenis van het bestaan, het gemis, de onoverzichtelijkheid van de werkelijkheid. Ook in deze bundel is Montale “hangend tussen alles en niets”. De poëtische taal van de Xenia (Satura bevat o.a. Xenia I en II, de titel Xenia is ontleend aan de Latijnse dichter Martialis) staat dicht bij het proza, bij de alledaagse taal, bij die van het dagboek. Soms is de taal komisch, vaak ironisch.
Naast een uitgebreide keuze uit Satura bevat de vertaling door dichteres Eva Gerlach ook gedichten uit nog latere periodes, uit Diario del ’71 e del ’72 (Dagboek 1971-’72), uit Quaderno di quattro anni (Schrift over vier jaar), Altri versi (Overige verzen) en het Diario postumo (Postuum Dagboek), pas in 1996 gepubliceerd.
De fundamentele thema’s uit de dichtkunst van Montale komen ook in zijn late poëzie terug, zoals de scheiding tussen de menselijke existentie en het leven van de dingen en het universum, de kortheid en beperktheid van ons bestaan.
Soms lijken de gedichten op los gerammel, op een zinloze opsomming van dingen en feiten. Het veelvuldige voorkomen van woorden als “niets, geen, nauwelijks” bewijzen dat het gevoel van leegte blijft. (“Misschien toch een halve waarheid en ik een bijna/ lege aansteker. Soms een vonkje,/kwestie van een seconde.”)
De uitstekende hertaling door Eva Gerlach (de oorspronkelijke tekst staat links, de vertaling rechts) zorgt ervoor dat ook een Nederlandstalig publiek kan kennismaken met een van de grootste Italiaanse dichters.

Een voorbeeld:

Eugenio Montale, Satura, Xenia II: Ho sceso, dandoti il braccio, almeno un milione di scale

Ho sceso, dandoti il braccio, almeno un milione di scale
e ora che non ci sei è il vuoto ad ogni gradino.
Anche così è stato breve il nostro lungo viaggio.
Il mio dura tuttora, né più mi occorrono
le coincidenze, le prenotazioni,
le trappole, gli scorni di chi crede
che la realtà sia quella che si vede.
Ho sceso milioni di scale dandoti il braccio
non già perché con quattr'occhi forse si vede di più.
Con te le ho scese perché sapevo che di noi due
le sole vere pupille, sebbene tanto offuscate,
erano le tue.
Ik daalde met jou aan mijn arm een miljoen trappen af
en nu je er niet bent, wacht een leegte na iedere tree.
Goed, onze lange reis heeft kort geduurd,
ik zet de mijne voort, onwennig zonder
tabellen, plaats bespreken,
valstrikken rondom en de hoon van wie
gelooft dat werkelijkheid is wat je ziet.
Miljoenen trappen ging ik af met jou aan mijn arm
en niet omdat vier ogen zoveel meer zien dan twee.
Ik liep daar met je om redenen van blindelings vertrouwen,
één paar ziende pupillen hadden wij samen,
mistig en wel. De jouwe.

De trappen afdalen is een metafoor voor het vooruitgaan van het leven, ook naar de naderende dood. Montale begreep, net als Quasimodo, op dramatische wijze de eenzaamheid van de moderne mens.
De dichter kan onmogelijk in de ware aard van de dingen doordringen, zijn vrouw kon dat veel beter.
Let op de klassieke stijlfiguren: oxymoron in v. 3, hyperbool in v. 1
“mistig”, want de vrouw van Montale, Mosca (“vlieg”), Drusilla Tanzi, leed aan miopie

 Keer terug naar de homepage Italiaanse kunst

Ga naar de homepage Umbria/Toscana

 Ga naar verhuur vakantiewoningen in UmbriŽ

 Ga naar verhuur vakantiewoningen in Toscane

Uw portaalsite over Italië: www.casa-in-italia.com (informatie en verhuur)