L'eredità di Giotto

Deze tentoonstelling behandelt een van de minder bekende episodes uit de Florentijnse kunst: de periode tussen de dood van Giotto (1337) en de pala voor Santa Maria Novella van Agnolo Gaddi (1375). In deze periode werd het werk van de grote meester, de grote vernieuwer in de kunst, Giotto, geïnterpreteerd en opgeëist door zijn volgelingen, die hem echter ook niet volledig begrepen. Zijn artistieke persoonlijkheid bleef aanwezig in een stad waar hij in kerken en kapellen fresco's had achtergelaten. Ook de campanile van de dom ging terug op een project van Giotto.

Belangrijke historische gebeurtenissen in deze periode waren de tirannie van de Duca d'Atene, verjaagd in 1343, en de verschrikkelijke pest in 1348. De strijd tussen Welfen en Gibellijnen ging verder. De Peruzzi- en Bardi-banken gingen failliet.

De tentoonstelling begint bij de meester zelf, Giotto, die een ware revolutie betekende in de Italiaanse schilderkunst, die met hem definitief loskomt van de verstarring van wat Vasari de arte greca noemt, de Byzantijnse kunst. Giotto zou een leerling van Cimabue zijn geweest, als we Dante mogen geloven. In het Purgatorio schrijft hij: «Credette Cimabue ne la pittura / tener lo campo, e ora ha Giotto il grido, / sì che la fama di colui è scura», Purgatorio, XI, 94-96). De Polyptiek die Giotto schilderde voor de Cappella Peruzzi in de S. Croce keert terug naar Firenze. Het veelluik was uit elkaar gezaagd en werd in nel 1947 opnieuw samengesteld, nu hangt het in het North Carolina Museum di Raleigh (USA).

Zijn opvolgers waren niet allen even geniaal. Het is een kleine eeuw wachten op een tweede genie, Masaccio, die het officiële begin van de renaissance inluidt. Toch loont het de moeite bij deze kunstenaars te blijven stilstaan.

Er is de lijn Taddeo Gaddi - Agnolo Gaddi, aangevuld door Cennino Cennini, erfgenaam avn de enorme technische kennis van het atelier van Giotto. Je kunt de schilderkundige kwaliteiten van Agnolo Gaddi bewonderen in de cyclus van de Legende van het Echte Kruis (Ciclo della Vera Croce) in de Cappella Maggiore in de Santa Croce te Firenze. Deze cyclus wordt nu gerestaureerd. Net zoals de restaurantie van een andere interessante cyclus in dezelfde Franciscaanse basiliek ons in staat stelde de kwaliteiten van Maso di Banco in het licht te stellen: de Storie di san Silvestro in de Cappella Bardi. Maso stond in een relatief onafhankelijke positie tegenover Giotto, net zoals de jongere Nardo di Cione en Andrea Orcagna.

Alle geleerden zijn het eens over de belangrijke rol die Orcagna's Tabernacolo della Vergine in de Orsanmichele heeft gespeeld. Het is een mooi voorbeeld van een soort microarchitectuur waarin schilderkunst, beeldhouwkunst en mozaïekkunst samenwerken.

Zoals altijd in de geschiedenis van Firenze, stond de stad open voor kunstenaar die vanuit andere delen van Italië kwamen of zelfs van over de Alpen. Hier moeten we de figuur van Giovanni da Milano (doc. 1346 - 1369) vermelden, an wie een tentoonstelling is gewijd in de Galleria dell'Accademia.

Meer dan 60 werken zijn aanwezig op de tentoonstelling, met bruiklenen van over heel de wereld. Beeldhouwers zoals Andrea Pisano, Alberto Arnoldi en de Maestro dell'Annunciazione di S. Cassiano; schilders als Taddeo en Agnolo Gaddi, Bernardo Daddi, Maso di Banco, de broers Orcagna (Andrea e Nardo di Cione), Antonio Veneziano, en ook de achterkleinzoon van Giotto, Giottino.

Andrea di Cione (Orcagna), Magdalenatriptiek
Giottino, Madonna met Heiligen
Nardo di Cione, Tabernakel
Giottino, Graflegging
Artelier van Giotto, Twee Apostelen
   
Bernardo Daddi, Santa Caterina van Alexandrië
   

De tentoonstelling grijpt plaats in de Uffizi, reserveren is noodzakelijk. Tot 02/11/2008

Firenze Musei Tel. (+39) 055 2654321 (met de nul!).

 

 Keer terug naar de homepage Italiaanse kunst

Ga naar de homepage Umbria/Toscana

 Ga naar verhuur vakantiewoningen in UmbriŽ

 Ga naar verhuur vakantiewoningen in Toscane

Uw portaalsite over Italië: www.casa-in-italia.com (informatie en verhuur)