Giotto
Giotto di Bondone (1266-1337) mag beschouwd worden als de grote vernieuwer in de Italiaanse schilderkunst. Zonder hem is de Renaissance ondenkbaar, zoals ook Vasari opmerkt. Hij is het geweest die definitief de overgang van de Byzantijnse naar Italiaanse stijl mogelijk maakte.
Deze overgang was reeds voorbereid door de Florentijn Cimabue (1240-1302), van wie hij volgens de traditie een leerling was en, in mindere mate, door de Siënees Duccio.
Door het feit dat hij zo geniaal was en vooruit op zijn tijd, kende hij niet onmiddellijk echte navolgers, bleef hij een geïsoleerde figuur. De eerste die de verworvenheden van Giotto zal overnemen zal, 100 jaar later, de eerste Renaissanceschilder, Masaccio, zijn.
De verandering in de kunst weerspiegelt een verandering in de religiositeit. Sint-Franciscus van Assisi verwierp het verhevene, het hiëratische in de godsdienst en kreeg meer aandacht voor de gewone mensen, voor de levende natuur. Hij liet een nieuw beeld van Jezus zien: niet de afstandelijke, transcendente figuur uit het Byzantijnse gedachtengoed, de Pantokrator, de Allesbeheerser, maar ‘een ame en een vreemdelinng die leefde van aalmoezen’, zoals de regel van de Franciscanen vertelt.
Net zoals Cimabue was Giotto een Florentijn. Het is dan ook niet toevallig dat een eeuw na Giotto te Firenze de Renaissance zal ontstaan.
Naast heel wat panelen schilderde Giotto een drietal fresco-cycli. De eerste is die in de bovenkerk van Assisi, maar het auteurschap van Giotto wordt betwist. De cyclus handelt over het leven van Sint-Franciscus.
De Assisi-cyclus
- In S. Franciscus wordt geëerd door een gewone man valt de blauwe (en niet meer gouden) achtergrond op. Ook de architectuur is realistisch: in Assisi vinden we inderdaad een Minerva-tempel en het Palazzo Comunale.
- In Het Kruis van S. Damiano spreekt het Kruis de heilige toe en vraagt hem de vervallen kerk te herstellen.
- In Sint-Franciscus ziet af van de wereldse goederen zien we twee groepen, georganiseerd rond de twee stukken architectuur. De vader van Sint-Franciscus doet een stap voorwaarts (kijk naar het been) om zijn zoon tot de orde te roepen. De woede is op zijn gezicht af te lezen. Uitbeelden van gevoelens was nieuw en kwam in de Byzantijnse kunst niet voor.
- Sint-Franciscus predikt tot de vogels, een fresco dat ons de oudere heilige toont, die met de vogels spreekt. De herontdekking van de natuur is een Franciscaanse verworveznheid, die ook op Giotto’s schilderkunst zijn invloed heeft uitgeoefend heeft. Wat Franciscus voor de spiritualiteit betekende, betekende Giotto voor de schilderkunst. Ook het uitbeelden van een oude heilige was ongebruikelijk in de Byzantijnse kunst. Daar beeldde men geen lichaam uit, maar de geest, en die heeft geen ouderdom.
- In De droom van Innocentius III stond Giotto voor een probleem: hoe beeld ik picturaal, visueel een droom uit? De paus droomt dat de Kerk aan het wankelen is en dat alleen Sint-Franciscus dit kon verhelpen. Weer realistische architectuur: de kerk, die symbool staat voor het instituut de Kerk, is die van Sint-Jan-van-Lateranen.
- In Het ontvangen van de stigmata ontvangt de heilige de wonden van Christus aan het Kruis. Hier valt de soberheid op: wat architectuur, bomen en voor de rest kale rotsen. Alles concentreert zich op het dramatisch gebeuren.
- Kerststalletje van Greccio: de goddelijke figuren worden niet langer beschouwd als afstandelijke, hiëratische wezens, maar personen die tot onze leefwereld behoren. Sint-Franciscus bracht de hemel op aarde! De realistisch geschilderde monniken vallen op, die in het koor hoge noten zingen. Let ook op het kruisbeeld dat in de kerk hangt: Giotto kent de regels van de perspectief welsiswaar nog niet (dat zou Renaissance zijn), maar hij is intuïtief op zoek naar het weergeven van de ruimte.
- In De goedkeuring van de regel valt weer de goede organisatie, compositie op: twee groepen, de minderbroeders en de kerkleiders, staan er tegenover elkaar. De paus luistert aandachtig.
- Verschijning in het kapittel van Arles: na zijn dood verschijnt de heilige in het kapitel van de minderbroeders. Sint-Antonius, die goed in het vlrees zit, kijkt aandachtig toe.
- De dode Franciscus geëerd door S. Chiara: na zijn dood wordt Sint-Franciscus beweend door zijn vrouwelijke evenknie, de heilige Clara. De twee nonnetjes die in de opening van de kerk staan, zijn heel realistisch getekend.
De Scrovegni-kapel
De tweede cyclus vinden we in de Scrovegni-kapel te Padova. Deze kapel werd gebouwd en versierd in opdracht van een zekere Scrovegni, die zichzelf laat uitbeelden in de binnengevel, in het Laatste Oordeel. Hij is de stichter van de kapel en biedt die aan Christus aan om zijn zieleheil af te kopen.
Aan de Westkant vinden we dus het Laatst Oordeel: de apostelen zitten in een halve cirkel rond Christus. Dit betekende een vernieuwing: in de Middeleeuwen stonden ze normaal op 1 lijn; (Michelangelo gaat nog verder: hij plaatst ze in een volle cirkel.)
Aan de Oostkant vindt men de Aankondiging.
De vier banden op de zijwanden behandelen:
- het leven van Joachim en Anna, ouders van Maria
- het leven van Maria
- het leven van Christus
- Deugden en Ondeugden, monochrome figuren
Voorbeelden:
- In De Judaskus kust Judas zijn meester om hem te verraden. Hij strekt zijn armen uit, zodat zijn achterwerk zictbaar wordt: een mens van vlees en bloed (plasticiteit) en niet langer de tengere, ijle, wereldvreemde figuren uit de Byzantijnse kunst.
- In De vlucht naar Egypte valt het realisme van Maria op: door haar houding kan men onder haar gewaad de beide benen zien. Samen met haar ezeltje vormt zij een eerste driehoek. Daaraan beantwoordt een tweede driehoek, die van de sobere rotspartij achter haar (compositorische zorg, belang van meetkundige figuren).
- Onder de Visitatie vindt men in een soort trompe-l’oeil een geschilderde gotische ruimte, die wel echt lijkt.
Het Laatste Avondmaal: vergelijk de versie van Duccio met die van Giotto. Bij Giotto zitten de apostelen rond een echte tafel, de onderste rij zit dichter bij de toeschouwer (dieptewerking); bij Duccio zit de ene rij apostelen onder de andere. De tafel staat scheef: wat erop ligt, zou er normaal moeten afglijden.
Santa Croce
De derde cyclus vindt men in de Peruzzi-kapel van de Santa Croce te Firenze en behandelt opnieuw het leven en de dood van Sint-Franciscus.
Het bekendste fresco is De bewening van de dode heilige. Let op het gebaar van de minderbroeder in het midden, die in een gebaar van vertwijfeling (een gevoelen!) de armen achterovergooit.
Stijlkenmerken van Giotto
Een sterke ordening overheerst in de taferelen. Het decor is er sober gehouden (een architecturaal gewelf of massieve rotsen), de details zijn er beperkt: de aandacht gaat naar het essentiële. Het gaat hier om een ‘georganiseerde’ kunst.
- Daarmee hangt samen de geometrische abstrahering van het landschap.
- men vindt er vaak opeengepakte, opeengedrongen groepen om 1 welsprekend gebaar duidelijk te maken, zoals in de Judaskus.
- gebruik van de draperie rond het lichaam om het volume te doen uitkomen: plasticiteit
- de personages zijn in beweging, bezitten een mimiek, hebben een individueel karakter. Het gaat om echte mensen van vlees en bloed. Ze hebben psychische reacties (woede, verdriet....).
- functie van de ruimte, dieptewerking: het gaat om een reële ruimte (tegenover de onwerkelijke ruimte in de Byzantijnse kunst). De ruimte is er om de figuren beter te doen uitkomen. De ruimte is een soort scène waarin de volumes tot hun recht komen.
- helderheid: de banden zijn opgesplitst in verschillende taferelen die op zichzelf staan: het is geen doorlopend fries.
Keer
terug naar de homepage Italiaanse kunst
Ga naar de homepage
Umbria/Toscana
Ga
naar verhuur vakantiewoningen in Umbrië
Ga
naar verhuur vakantiewoningen in Toscane
Uw portaalsite over Italië: www.casa-in-italia.com
(informatie en verhuur)