Duccio, Maestà

Duccio, Maestą, voorzijde

Op het einde van de Middeleeuwen zijn er enkele kunstenaars die de Italiaanse kunst zullen pogen te bevrijden van het Byzantinisme. Het gaat hier om een traag proces dat meerdere eeuwen in beslag nam. De vernieuwingen vonden vooral in Toscanië, in Siena en vooral in Firenze, plaats. Te Firenze zal in de 15e eeuw trouwens de Renaissance ontstaan.

Cimabue (Firenze) en Duccio (Siena) waren 2 tijdgenoten. Giotto, de grote vernieuwer, komt een generatie later. 

Duccio di Buoninsegna (ca 1250-1319) blijft grotendeels een Byzantijns kunstenaar, maar hij staat ook onder invloed van de gotische vormentaal uit het Noorden, uit Frankrijk afkomstig. Men neemt trouwens aan dat hij een reis naar Parijs zou gemaakt hebben, waar hij in contact zou zijn gekomen met de Franse miniatuurkunst.

Zijn bekendste werk is de monumentale Maestà die hij voor de dom van Siena schilderde. Het werk, besteld in 1308, was in 1311 afgewerkt en werd onder grote belangstelling door de Siënezen in processie naar de dom gedragen. De voorzijde stelt Maria met het Kind voor, omgeven door een hemelse hofhouding, terwijl de achterzijde een aantal verhalende taferelen toont. Voor- en achterzijde werden later van elkaar gezaagd. Enkele panelen kwamen zelfs in de U.S.A. en in London terecht.

Duccio heeft zijn werk gesigneerd met de volgende woorden:

MATER SANCTA DEI - SIS SENIS REQUIEI - SIS DUCCIO VITA - TE QUIA PINXIT ITA.

Heilige Moeder van God, bescherm Siena, wees het leven voor Duccio, omdat hij je zo mooi geschilderd heeft.

Voor de eerste keer wordt een kunstenaar zich bewust van zijn eigen kunnen, durft hij zichzelf affirmeren: hij is niet louter meer de anonieme ambachtsman van de Middeleeuwen.

In de eigenlijke Maestà zit de Madonna met haar Kind in het centrum, op een troon. Zij behoort tot het Byzantijnse type van de “Hodegetria”, Maria die de weg toont, de weg naar haar Zoon. Zij domineert het hele schilderij en wordt volgens de Byzantijnse gewoonte groter voorgesteld dan de overige figuren. Het monumentale wordt echter verzacht door de gotische ritmes van haar kleed. Haar koninklijke waardigheid wordt ‘vermenselijkt’ door de gevoelvolle inclinatie van haar hoofd en haar blik met een grote zachtheid naar de gelovigen. 

Maria wordt traditioneel in het blauw afgebeeld, om twee redenen. Blauw is een duur pigment. Het gebruik ervan impliceert verering en respect. Het blauw symboliseert reinheid omdat het de kleur is van de zuivere lucht.

De stijl van de Maestà bestaat uit Byzantijnse en gotische elementen, die hier tot een eenheid worden versmolten. Duccio creëert hiermee een taal, een grammatica, die de volgende generaties Siënese schilders zullen navolgen. Zijn stijl is teder, poëtisch, lyrisch, tegenover de Florentijnse die monumentaler is. Duccio hecht groot belang aan de kleur (chromatisme), terwijl de Florentijnse schilders meer aandacht besteden aan de compositie.

De iconografie van de panelen is conventioneel, traditioneel, overgenomen uit de Byzantijnse kunst, maar in meerdere taferelen vindt men reeds een gotische gevoeligheid.

 

Duccio, Maestą, achterzijde: de Passie

 

 Keer terug naar de homepage Italiaanse kunst

Ga naar de homepage Umbria/Toscana

 Ga naar verhuur vakantiewoningen in Umbriė

 Ga naar verhuur vakantiewoningen in Toscane

Uw portaalsite over Italië: www.casa-in-italia.com (informatie en verhuur)