Donatello

Late Werken (1454-1466)

In 1454 huurde Donatello een huis en een winkel op de Piazza del Duomo in Firenze. Waarschijnlijk kreeg Cosimo de overhand in de beslissing om terug te keren daar zijn nieuw paleis de afwerking nabij was en daarom dringend diende versierd te worden met kunstwerken. Tegen die tijd was Donatello al bijna 70 jaar en was zwak aan het worden, maar hij behield nog altijd zijn geest en fantasie. Toen hij ziek was, in 1456, kreeg zijn dokter, Giovanni Chellini, in plaats van een betaling een ongewoon bronzen medaillon van de Maagd en het kind met engelen. Het volgende jaar verhuisde hij naar Siena om te werken aan een zijde van de kapel en aan sommige bronzen deuren van de kathedraal. Van zijn verblijf rest ons alleen nog een groot marmeren medaillon van de Maagd en Het Kind over de Porta del Perdono van de kathedraal, afgewerkt door zijn assistenten.

In 1459 is hij vermoedelijk begonnen aan enkel grote realisaties voor zijn lievelingsmecenas Cosimo dei Medici. Donatello's opdrachten waren, deze keer voor de fontein in de achtertuin van het paleis, gemakkelijker te verklaren groep. Ze is gebaseerd op een oudtestamentisch thema: Judith doodt Holofernes. Het is een allegorie van de Nederigheid die triomfeert over Trots.

Het ongedocumenteerd houten standbeeld van Maria Magdalena wordt meestal bij zijn late werken gerekend door het gespannen emotioneel effect. Die redenering wordt niet door allen aanvaard, want een gelijkaardig houten beeld werd reeds in 1438 door hem gemaakt, de Sint - Johannes de Doper voor de kapel van Florentijnse gemeenschap in Venetië. Dus was de beeldhouwer in staat veel vroeger in zijn carrière dan werd verondersteld zulke enorm pakkende en emotionerende beelden te produceren.


Judith en Holophernes, 1455 - 1460, brons, 236 cm. (zonder de basis), Palazzo Vecchio, Firenze

Dit beeld werd na de vlucht van de Medici in 1494 op bevel van de Signoria uit het Medici-paleis weggehaald. Het werd op de ringhiera van het Palazzo Vecchio opgesteld. Het beeld staat tegenwoordig pal voor Palazzo Vecchio.

In de sokkel vind je een inscriptie met als strekking dat het daar was neergezet als waarschuwing aan alle tirannen: Exemplum. Sal(utis). Pub(licae). Cives. Pos(uere). MCCCCCXCV.

De oorspronkelijke inscriptie luidde: Koninkrijken gaan ten onder aan weelde. Steden worden groot door deugd. Ziet het hoofd van trots afgehouden door nederigheid.

Piero de' Medici wijdde het beeld van deze vrouw aan de vrijheid en de kracht waarmee de republiek gezegend is dank zij de onverschrokken en vastberaden geest van haar burgers.

Er zijn talloze morele, christelijke en politieke boodschappen in verwerkt. De opoffering die Judith dient te maken om haar volk te redden, bestaat uit veeleer uit het innerlijk conflict door het tegenspreken van het bevel niet te doden. Op het moment van haar triomf is ze ook een tragische heldin.

Maria Magdalena, 1456 - 1457, hout, 188cm., Museo dell'Opera del Duomo

Dit mystieke introverte beeld weerspiegelt een nieuwe benadering in Donatello's later werk, dat lijkt op geïmproviseerd boetseerwerk. Het bezit een krachtige, pure en persoonlijke zeggingskracht.

Het lijkt ver verwijderd van de idealen van de renaissance, dat wij bij eerste beschouwing geneigd zijn er een terugkeer in te zien naar de gotische devotiebeelden. Het geteisterde en uitgeteerde lichaam verraadt een diepe religieuze beleving.

Het verhaal waarop dit gebaseerd is, is het volgende: omdat ze zoveel geloof toonde, vergaf Jezus haar vroeger leven als straatmadelief, terwijl ze in het huis van Simon waren. Ze leefde als een kluizenaar in de wildernis van het zuiden van Frankrijk. Ooit bekend voor haar schoonheid, nu, op het einde, slechts omhuld door haar lange haren.

Overige werken

Sint Johannes de Doper, ca. 1455 , brons, 185 cm., Kathedraal, Siena

Het is niet geweten waar dit ooit oorspronkelijk werd neergezet. Toch weten we dat de figuur werd gemaakt in drie delen en wanneer het uiteenhaald werd om te vervoeren naar Siena, in 1457, het de linkerarm miste. Dit was Donatello's manier om duidelijk te maken dat hij niet tevreden was met de late betaling van het beeld.

Kruisiging, ca. 1455, brons, 97 x 73 cm., Museo Nazionale del Bargello

Delen van de kledij en wapens zijn overvloedig gedecoreerd met goud. Voor het reliëf wekt dit niet enkel een versierde indruk maar ook dat er een fijne gradatie is dat het lichtspel van schaduw op het oppervlak vergroot. Donatello's kruisiging is beschreven als één van meest radicale pogingen om een bronzen reliëf te creëren dat geleek op een schilderij.

Chellini Madonna, ca. 1456, brons , 28.5 cm., Victoria en Albert Museum, Londen

Het idee om een cirkelvormig, bronzen reliëf te produceren dat tegelijkertijd kon gebruikt worden als gietvorm, de achterkant tenminste, voor bijvoorbeeld glas, lijkt slechts eenmalig voor te komen in zijn carrière. De mogelijkheid van een massaproductie van zijn Madonnareliëfs, die toen enorm populair waren, blijkt verbonden met dit experimentele kunstwerk.

Het laatste werk voor Cosimo is een reeks bronzen panelen die de Passie van Christus en de marteling van S. Laurentius uitbeelden, voor de twee preekstoelen in het schip van de San Lorenzo. Dit werk was niet afgemaakt op het tijdstip van zijn dood. Verrassend genoeg werden de panelen pas in de zestiende eeuw geplaatst, misschien waren ze te avant-garde voor de vijftiende-eeuwse smaak die maar aangepast was aan het zachte en vertellende stijl van Ghiberti's Deur van het Paradijs van het Baptisterium.

 

 Keer terug naar de homepage Italiaanse kunst

Ga naar de homepage Umbria/Toscana

 Ga naar verhuur vakantiewoningen in UmbriŽ

 Ga naar verhuur vakantiewoningen in Toscane

Uw portaalsite over Italië: www.casa-in-italia.com (informatie en verhuur)